ACM doet aangifte tegen netwerk agressieve thuisbatterijverkopers

24.03.2026 Lenna van den Haak

ACM doet aangifte tegen netwerk agressieve thuisbatterijverkopers

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM) tegen een netwerk van thuisbatterijverkopers dat zich schuldig zou maken aan agressieve en misleidende telefonische verkoop. Dat maakte de toezichthouder maandag 23 maart bekend in het televisieprogramma Radar.

Strafrechtelijke stappen
Volgens de ACM is de stap om aangifte te doen uitzonderlijk, maar noodzakelijk. Britt Svensson-Van der Vleut, manager toezicht energie bij de ACM, vertelt in Radar: “We zien dat er meer aan de hand is en er is strafrecht nodig om dat op te lossen. We hebben aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie, omdat we zien dat hier sprake is van oplichting. Oplichting is strafbaar en we willen daarom heel graag hierin samen met het Openbaar Ministerie optreden.”

Wisselende bedrijfsnamen
De klachten over agressieve telefonische verkoop van thuisbatterijen stapelen zich al bijna twee jaar op. Niet alleen bij Radar, maar ook bij de ACM en rechtsbijstandverzekeraars komen voortdurend meldingen binnen.

Volgens de ACM maakt juist die voortdurende wisseling van bedrijfsnamen het lastig om effectief op te treden. “Het is heel moeilijk om dit aan te pakken want elke keer als wij bij een bedrijf ingrijpen, dan stopt dat bedrijf ermee en duikt er een andere bedrijfsnaam op waaronder zij blijven opereren,” aldus Svensson-Van der Vleut.

Consumenten onder druk gezet
De klachten over thuisbatterijen vertonen volgens de ACM en Radar een duidelijk patroon. Consumenten worden ongevraagd gebeld door verkopers die al beschikken over persoonlijke energiegegevens. Vervolgens krijgen zij een aanbod voor een thuisbatterij tegen een prijs die ver boven de marktwaarde ligt.

Tijdens het gesprek worden klanten onder druk gezet om direct een zogenaamd vrijblijvende offerte te ondertekenen. In de praktijk blijkt deze echter bindend. Wanneer consumenten binnen de wettelijke bedenktijd van 14 dagen willen annuleren, worden zij vaak geconfronteerd met agressieve vervolggesprekken.