Energiek Onderwijs dicht de kloof tussen onderwijs en energiewereld

Terug
08.07.2026 Hoofdartikel
Energiek Onderwijs dicht de kloof tussen onderwijs en energiewereld

De noodzaak is groot volgens Ad Breukel, projectleider en senior onderzoeker Smart Energy bij MNEXT aan Avans Hogeschool. Zowel in Nederland als België is er een structureel tekort aan technisch personeel voor de energietransitie. Vanuit dat perspectief is binnen het Europese Interreg-programma subsidie ingezet om dertig onderwijsmodules te ontwikkelen. Die zijn gemaakt door docenten, in nauwe samenwerking met brancheorganisaties uit de sector, en richten zich in eerste instantie op studenten van technische opleidingen, maar ook studenten uit andere studierichtingen en werkenden die mogelijk willen instromen in de energiewereld.

Er is door docenten van meerdere hbo en mbo-opleidingen samen met onderwijscollega’s uit Vlaanderen nieuw lesmateriaal ontwikkeld voor de mbo’s en hbo’s om de groeiende kloof tussen onderwijs en praktijk in de energietransitie te verkleinen. De inzet is niet alleen om technische studenten beter voor te bereiden op de werkvloer, maar ook om een bredere groep jongvolwassenen te interesseren voor een baan in de sector en hen direct inzetbaar te maken in de praktijk.

Ad Breukel van Hogeschool
Ad Breukel (rechts) tijdens het MNext event in Breda (Foto: aangeleverd)

Kloof tussen onderwijs en werkvloer

De energietransitie zorgt voor een snelle groei van nieuwe technieken, maar het onderwijs kan die ontwikkeling niet altijd in hetzelfde tempo volgen. Bedrijven geven daarom al jaren aan dat starters vaak onvoldoende zijn voorbereid op de praktijk.

“Vanuit het werkveld kregen we steeds dezelfde signalen”, vertelt Breukel. “Studenten hebben best theoretische kennis, maar ze missen vaak de ervaring om zelfstandig in een echte werksituatie te functioneren.”

Volgens hem zit het probleem niet alleen in techniek, maar vooral in de manier van denken en werken. “Werkgevers zoeken mensen die niet meteen vragen: wat moet ik doen? Maar eerst zelf analyseren, met een onderbouwd voorstel komen en in staat zijn samen te werken.”

Dertig modules voor een sector in transitie

Binnen het Interreg-project werkten Nederlandse en Vlaamse onderwijsinstellingen samen aan ongeveer dertig modules, verspreid over achttien thema’s. Onderwerpen variëren van warmtepompen en ventilatiesystemen tot geothermie, waterstof en energiemanagement.

De modules zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met de sector, maar bewust niet vanuit één bedrijf of één specifieke praktijk.

“Als je onderwijs maakt met één bedrijf als uitgangspunt, dan krijg je onderwijs dat vooral op dat bedrijf is toegesneden”, zegt Breukel. “Wij wilden iets maken dat breed toepasbaar is in de hele sector.”

Brancheorganisaties zoals Techniek Nederland en NVKL, en het ontwikkelingsfonds Wij Techniek, speelden daarbij een belangrijke rol in de afstemming met het werkveld.

Niet alleen techniek, maar ook vaardigheden

Uit een gap-analyse kwam naar voren dat werkgevers niet alleen technische kennis missen bij starters, maar vooral ook zogenoemde ‘sleutelvaardigheden’. Daarmee bedoelen bedrijven onder meer communicatie, probleemoplossend vermogen en zelfstandig kunnen werken.

“Wat je ziet is dat studenten vaak nog te snel terugvallen op een ervaren collega”, zegt Breukel. “Terwijl bedrijven juist mensen nodig hebben die eerst zelf nadenken, informatie verzamelen en dan pas met een voorstel komen.”

In de praktijk betekent dat ook dat installateurs steeds vaker in contact staan met klanten en complexe systemen moeten kunnen uitleggen. “Je bent niet meer alleen uitvoerder, maar ook adviseur”, aldus Breukel.

Een studente die een praktijkcase krijgt voorgeschoteld (foto: aangeleverd)

Leren in realistische situaties

Om die kloof te dichten zijn de modules niet traditioneel opgezet als lesboeken, maar als interactieve leeromgevingen. Studenten werken met praktijkcases, scenario’s en digitale opdrachten.

“Een handboek alleen is niet genoeg”, zegt Breukel. “Je moet studenten meenemen in herkenbare situaties uit de praktijk.” Een voorbeeld is een module over ventilatiesystemen, waarin studenten niet alleen leren hoe een installatie technisch werkt, maar ook hoe ze storingen herkennen en keuzes maken in verschillende gebouwsituaties.

De nadruk ligt daarbij op leren door doen, in plaats van alleen theoretisch bestuderen.

Praktijkervaring als sleutel

Een belangrijk onderdeel van de aanpak is dat studenten tijdens hun opleiding al actief meewerken in bedrijven. Dat levert volgens Breukel waardevolle feedback op voor het onderwijs.

“Studenten verdienen liever geld in de techniek dan met vakken vullen”, zegt hij. “Maar voor ons is het minstens zo belangrijk dat we via die bedrijven direct horen waar ze tegenaan lopen.”

Die samenwerking zorgt voor een continue wisselwerking tussen onderwijs en werkveld, waarbij lesmateriaal steeds verder wordt aangescherpt.

Niet alles verandert even snel

Hoewel de energietransitie vaak wordt geassocieerd met snelle technologische innovatie, plaatst Breukel daar een nuance bij.

“De basis van veel technieken verandert minder snel dan mensen denken”, zegt hij. “Een warmtepomp werkt in de kern nog steeds zoals een paar jaar geleden. Maar er komen wel steeds meer mogelijkheden om de productiviteit (de COP) van de warmtepomp te verhogen en deze techniek met andere technieken te laten samenwerken.”

De echte uitdaging zit volgens hem in de toepassing: het combineren van technieken en het beoordelen van situaties in de praktijk. “Studenten moeten leren: is dit de juiste oplossing voor deze klant en dit gebouw? Dat vraagt om kritisch denken.”

Van project naar praktijk

Nu het project is afgerond, begint volgens Breukel de belangrijkste fase: de toepassing in het onderwijs en in bedrijven. “De vraag is niet meer of het materiaal goed is”, zegt hij. “De vraag is of opleidingen en bedrijven het daadwerkelijk gaan gebruiken.”

Vooral het midden- en kleinbedrijf speelt daarin een belangrijke rol. Grote installatiebedrijven hebben vaak eigen opleidingsstructuren, maar kleinere bedrijven zoeken juist naar flexibel en direct inzetbaar lesmateriaal.

Het materiaal is daarom modulair opgezet, zodat opleidingen en bedrijven zelf kunnen kiezen wat ze gebruiken.

De modules zijn klaar voor het onderwijs (foto: aangeleverd)

Oproep: meer mensen voor de sector

De kern van het project blijft volgens Breukel duidelijk: de sector heeft dringend meer mensen nodig die direct inzetbaar zijn in de energietransitie. “De energietransitie vraagt niet alleen om nieuwe technologie”, zegt hij. “Maar vooral om mensen die vanaf dag één kunnen meedraaien.”

En precies daar moet het nieuwe lesmateriaal het verschil maken: niet alleen meer instroom in technische opleidingen, maar ook een bredere groep jongeren die de sector als realistische en aantrekkelijke loopbaan gaan zien.