Halfjaar rapportage Stedin: naast uitbreiding focus op flexibiliteit

Terug
31.07.2026 Nieuws
Halfjaar rapportage Stedin: naast uitbreiding focus op flexibiliteit

In het verzorgingsgebied van Stedin kunnen huishoudens voor het eerst op een wachtlijst terechtkomen voor een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting. In delen van de provincie Utrecht is inmiddels een aansluitpauze van kracht, omdat de beschikbare netcapaciteit daar is uitgeput. Volgens de netbeheerder groeit de vraag naar elektriciteit sneller dan het netwerk kan worden uitgebreid. Dat meldt Stedin in haar halfjaar cijfers bericht.

Trudy Onland, ceo van Stedin, noemt de situatie ingrijpend. "De grenzen van het elektriciteitsnet worden steeds zichtbaarder. Dat vraagt om versnelling van de uitbreiding van het net, maar ook om slimmer gebruik van de capaciteit die we vandaag al hebben."

Volgens Onland biedt slimmer gebruik van bestaande aansluitingen een deel van de oplossing. Zij wijst daarbij op toepassingen als flexibel energieverbruik bij bedrijven en het inzetten van elektrische auto's als tijdelijke energieopslag.

Meer flexibiliteit vermindert druk op het net

Naast uitbreiding van het netwerk zet Stedin nadrukkelijk in op flexibiliteit. In de eerste helft van 2026 groeide het gecontracteerde flexibele vermogen met 88 megawatt naar 367 megawatt. Daarmee kan op piekmomenten meer ruimte op het net worden gecreëerd.

In Zeeland leidde deze aanpak ertoe dat 173 bedrijven alsnog transportcapaciteit kregen en van de wachtlijst konden worden gehaald. Ook lopen projecten waarbij elektrische auto's niet alleen laden, maar tijdens piekmomenten ook elektriciteit terugleveren aan het net.

Investeringen blijven stijgen

Om de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten investeerde Stedin in de eerste helft van 2026 in totaal 710 miljoen euro. Dat is 16 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar, toen 610 miljoen euro werd geïnvesteerd. De netbeheerder plaatste daarnaast 308 nieuwe elektriciteitshuisjes, een stijging van 21 procent ten opzichte van een jaar eerder, en begon met de bouw van nieuwe verdeelstations in onder meer Zoetermeer, Delft en Alblasserdam.

Door de uitbreiding van hoogspanningsstations kwam 107 megavolt-ampére extra netcapaciteit beschikbaar. De oplevering van drie stations liep echter vertraging op, waardoor een aanzienlijk deel van de geplande extra capaciteit pas later dit jaar beschikbaar komt.

Hogere kosten drukken resultaat

De bedrijfsopbrengsten stegen licht naar 1,168 miljard euro, terwijl de bedrijfskosten opliepen van 905 miljoen naar 929 miljoen euro. Vooral hogere personeelskosten door cao-verhogingen en een groter personeelsbestand, extra ICT-uitgaven voor digitalisering en hogere afschrijvingen door de toenemende investeringen droegen bij aan de kostenstijging. Daar stond tegenover dat de kosten voor netverliezen en transport via het hoogspanningsnet daalden door lagere energieprijzen en lagere transportkosten.

Het bedrijfsresultaat kwam uit op 239 miljoen euro, tegenover 249 miljoen euro een jaar eerder. De nettowinst daalde van 159 miljoen naar 148 miljoen euro. De netto financiële lasten namen toe tot 40 miljoen euro door de groeiende schuldenlast en hogere rentetarieven.

Financiering voor verdere uitbreiding

De investeringen zorgen opnieuw voor een negatieve vrije kasstroom van 325 miljoen euro. Om de uitbreiding van het elektriciteitsnet te kunnen blijven financieren haalde Stedin dit jaar twee groene obligatieleningen van elk 500 miljoen euro op. Daarnaast werd de kredietfaciliteit bij de Europese Investeringsbank verhoogd van 500 miljoen naar 750 miljoen euro en breidde de netbeheerder zijn doorlopende kredietfaciliteit bij banken uit van 800 miljoen naar 1,5 miljard euro.

Ondanks de oplopende investeringen blijft de financiële positie volgens Stedin solide. De solvabiliteit steeg naar 44,8 procent, ruim boven de eigen doelstelling van minimaal 35 procent. Tegelijkertijd verwacht de netbeheerder de komende jaren extra eigen vermogen nodig te hebben om de groeiende investeringen in het elektriciteitsnet te kunnen blijven financieren.