Laatste Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix draait op netstroom van Liander: 'generatoren zijn alleen voor back-up'

Terug
21.08.2026 Hoofdartikel
Laatste Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix draait op netstroom van Liander: 'generatoren zijn alleen voor back-up'
Mediakit Circuit Zandvoort

De Dutch Grand Prix heeft de afgelopen jaren een flinke omslag gemaakt in de energievoorziening. Waar het Formule 1-evenement bij de eerste editie in Zandvoort nog grotendeels afhankelijk was van dieselgeneratoren, draait het circuit inmiddels volledig op elektriciteit uit het net. Met netbeheerder Liander is de afspraak gemaakt dat er tijdens het event genoeg gecontracteerd vermogen is, waardoor de Grand Prix volledig op stroom kan draaien. Ook de Formule 1 Teams zijn in de paddock aangesloten op het vaste net. Batterijopslag is onderzocht, maar bleek voor de hoge piekbelastingen van de Grand Prix vooralsnog geen logische oplossing.

“Toen we begonnen, draaiden de generatoren nog op reguliere diesel”, vertelt Dimitri Bonthuis, manager Sustainability van de Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix, aan Solar365. “We wilden vanaf het begin kijken hoe dat duurzamer kon.”

De verduurzaming van de energievoorziening verliep daarbij niet via één grote technische sprong. De organisatie begon met het efficiënter inzetten van generatoren, stapte vervolgens over op HVO100 en realiseerde daarna een vaste netaansluiting. De meest recente stap is het aansluiten van de Formule 1-teams op die stroomvoorziening.

Dimitri Bonthuis Sustainability Manager bij Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix
Dimitri Bonthuis, Manager Sustainability bij Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix  (Foto: aangeleverd)

 

120.000 liter brandstof

Bij de eerste Dutch Grand Prix was de energievoorziening nog sterk afhankelijk van generatoren. Ieder onderdeel van het evenement kon zijn eigen generator hebben, waarbij bovendien generatoren als back-up werden ingezet.

Dat bleek niet alleen een grote bron van brandstofverbruik, maar bood ook een eerste kans voor verduurzaming. De organisatie besloot de generatoren te centraliseren. “Als je de generatoren bij elkaar zet, heb je minder back-upcapaciteit nodig. De kans dat alle generatoren tegelijkertijd uitvallen, is immers heel klein.”

De ingreep leverde direct resultaat op. Waar tijdens een Grand Prix-weekend aanvankelijk ongeveer 120.000 liter brandstof werd gebruikt, kon door het efficiënter inzetten van de generatoren circa 10.000 liter per weekend worden bespaard.

Daarmee ontstond volgens Bonthuis ook een financiële businesscase voor verdere verduurzaming. Minder brandstof betekent immers niet alleen minder uitstoot, maar ook lagere kosten.

HVO100 als tussenstap

Vervolgens werd de fossiele diesel vervangen door HVO100. De brandstof wordt onder meer geproduceerd uit gebruikte oliën en vetten en kan volgens Bonthuis een CO₂-reductie van ongeveer 80 tot 85 procent opleveren ten opzichte van reguliere diesel. “Daarmee hadden we opnieuw een belangrijke stap gezet. Maar we wilden eigenlijk nog verder.”

De volgende stap was daarom het vervangen van de generatoren door een vaste aansluiting op het elektriciteitsnet.

Netcongestie als nieuwe uitdaging

Een vaste netaansluiting bleek niet vanzelfsprekend. De organisatie liep onder meer tegen netcongestie, vergunningen en de benodigde ruimte voor een transformator aan. “We zijn daarom met de netbeheerder en de gemeente Zandvoort in gesprek gegaan. We konden aantonen dat we ruimte konden creëren. Als we een transformatorhuis zouden plaatsen, konden we daarmee zoveel generatoren verwijderen dat de benodigde plek feitelijk al beschikbaar was.”

De gemeente werkte mee aan de verduurzamingsambities van de organisatie. Uiteindelijk werd een vaste netaansluiting gerealiseerd die groot genoeg is om de enorme piekbelasting tijdens het Grand Prix-weekend op te vangen.

De aansluiting is aanzienlijk zwaarder dan wat een gemiddeld bedrijf nodig heeft. Dat heeft alles te maken met het tijdelijke karakter van de piek. “Tijdens het raceweekend hebben we enorme piekbelastingen. Het zou niet logisch zijn om het hele elektriciteitsnetwerk permanent op die extreme piek te dimensioneren.” Het grootste deel van het jaar is de maximale capaciteit dan ook niet nodig en wordt ook niet gebruikt.

24 generatoren als vangnet

De generator is daarmee niet volledig uit beeld verdwenen. Voor kritieke onderdelen blijft back-upcapaciteit noodzakelijk, met name voor de televisieproductie. “Daar kunnen we geen risico mee nemen. Als de televisieproductie uitvalt, ligt een belangrijk deel van het evenement stil.”

De generatoren staan inmiddels voornamelijk stand-by. Volgens Bonthuis zijn er momenteel nog 24 generatoren aanwezig voor back-updoeleinden. Dat is minder dan een derde van de oorspronkelijke generatorcapaciteit.

De verschuiving is daarmee fundamenteel: generatoren vormen niet langer de basis van de energievoorziening, maar zijn het vangnet geworden.

Waarom geen batterijen?

Ook batterijopslag is door de organisatie onderzocht. Een batterij lijkt op papier een logische oplossing voor een evenement met grote tijdelijke vermogenspieken, maar de praktijk bleek complexer. “Tijdens het Formule 1-weekend hebben we zulke enorme piekbelastingen dat veel mobiele batterijoplossingen daar op dit moment niet voldoende voor zijn.”

Daarnaast speelt de laadinfrastructuur een rol. De batterijen zouden tijdens het evenement opnieuw geladen moeten worden. Wanneer daarvoor extra transport of mobiele generatoren nodig zijn, kan een deel van de duurzaamheidswinst weer verdwijnen. “Als je vrachtwagens nodig hebt om batterijen te vervoeren of op te laden, kan dat het doel deels voorbijschieten.”

Omdat een vaste netaansluiting uiteindelijk haalbaar bleek, koos de organisatie voor die oplossing. Als die aansluiting niet gerealiseerd had kunnen worden, zou batterijopslag verder zijn onderzocht.

Ook de teams op netaansluiting

De meest recente stap in de energievoorziening is het aansluiten van de Formule 1-teams. Teams bouwen voor de Grand Prix tijdelijke gebouwen en installaties op. Voorheen brachten zij daarvoor hun eigen generatoren mee. Inmiddels kunnen ze gebruikmaken van de vaste stroomvoorziening van het circuit.

“Het is natuurlijk beter om helemaal geen generator te gebruiken als er netstroom beschikbaar is. Dit jaar hebben we daarom de teams gevraagd om op onze vaste stroomvoorziening aan te sluiten.”

Daarmee wordt niet alleen de energievoorziening van de organisator verduurzaamd, maar ook die van de tijdelijke infrastructuur van de teams.

Groene stroom als nieuwe basis

De energieaanpak van de Dutch Grand Prix laat daarmee een ontwikkeling zien die volgens Bonthuis in verschillende fases is verlopen: eerst het verminderen van het aantal draaiende generatoren, vervolgens overstappen op HVO100, daarna de realisatie van een vaste netaansluiting en uiteindelijk het aansluiten van de teams.

De organisatie gebruikt daarbij groene elektriciteit uit het net, waaronder Nederlandse windenergie. Zonnepanelen worden eveneens gebruikt, maar spelen vanwege de ligging van het circuit in een Natura 2000-gebied vooralsnog een beperkte rol. “Het mooie is dat duurzaamheid hier niet alleen goed is voor het milieu, maar vaak ook een gezonde businesscase oplevert. Minder generatoren betekent minder brandstof, minder transport en uiteindelijk ook lagere kosten.”

Voor Formule 1 sluit de ontwikkeling aan bij de wereldwijde ambitie om in 2030 net zero carbon te zijn. De verantwoordelijkheid ligt daarbij volgens Bonthuis niet alleen bij de organisatie van de Grand Prix, maar ook bij Formule 1 zelf en de teams.

De Dutch Grand Prix wil de komende jaren verder blijven kijken naar alternatieve energiebronnen, efficiëntere stroomvoorzieningen en verdere elektrificatie van de logistiek. “Duurzaamheid is geen eindpunt, maar een continu proces.”