Nationaal Plan Energie: Kabinet zet in op 28 gigawatt batterijopslag en maximaal 95 gigawattW zonne-energie in 2040
Terug
Het kabinet rekent voor 2040 op 75 tot 95 gigawatt zonne-energie en een batterijvermogen van 28 gigawatt. Dat zijn enkele van de nieuwe richtwaarden in de actualisatie van het Nationaal Plan Energie (NPE) dat dinsdag 15 september is gepubliceerd. Elektrificatie, flexibiliteit en uitbreiding van het elektriciteitsnet krijgen daarin een grotere rol.
Het NPE uit 2023 is aangepast aan nieuwe ontwikkelingen in de energietransitie. De verwachte energievraag valt lager uit dan drie jaar geleden werd voorzien, terwijl netcongestie, geopolitieke ontwikkelingen en de achterblijvende ontwikkeling van hernieuwbare waterstof zwaarder meewegen.
28 gigawatt batterijopslag in 2040
Voor de batterijsector is vooral de nieuwe richtwaarde van 28 gigawatt relevant. Het kabinet ziet een sterke groei van flexibiliteit als noodzakelijk om de toenemende productie van zonne- en windenergie in het energiesysteem in te passen.
De richtwaarde komt overeen met ongeveer 110 gigawattuur aan opslag bij een uitgangspunt van vier uur opslagcapaciteit. Het gaat daarbij niet uitsluitend om grootschalige batterijsystemen. Ook thuisbatterijen en batterijen in elektrische voertuigen kunnen onderdeel worden van de totale opslagcapaciteit.
Batterijen moeten volgens het NPE bijdragen aan het opvangen van verschillen tussen vraag en aanbod van elektriciteit. Daarmee kunnen ze helpen om meer duurzame elektriciteit te benutten en tegelijkertijd het elektriciteitsnet flexibeler te maken.
De nieuwe richtwaarde is geen verplicht te realiseren aantal batterijprojecten. Het gaat om een richting voor de ontwikkeling van opslag richting 2040.
Tot 95 gigawatt zonne-energie
Ook voor zonne-energie legt het kabinet in de actualisatie een nieuwe bandbreedte vast. In 2040 moet Nederland beschikken over 75 tot 95 gigawatt aan opgesteld vermogen voor zonne-energie.
Voor windenergie op land wordt uitgegaan van 12 tot 14 gigawatt in 2040. Voor wind op zee ligt de ambitie op 30 tot 40 gigawatt. Daarmee blijft duurzame elektriciteitsproductie een belangrijk onderdeel van het toekomstige energiesysteem.
Tegelijkertijd is de elektriciteitsvraag in de nieuwe verwachtingen lager dan in het NPE uit 2023. Het kabinet houdt daardoor rekening met een andere verhouding tussen vraag, aanbod, infrastructuur en flexibiliteit dan bij het oorspronkelijke plan.
Elektrificatie wordt belangrijker
Een belangrijk uitgangspunt van het geactualiseerde NPE is dat elektriciteit een groter aandeel van het Nederlandse energiegebruik voor zijn rekening neemt. In 2040 moet 45 procent van het energiegebruik elektrisch zijn.
Die groei komt onder meer uit woningen, mobiliteit en de industrie. Warmtepompen, elektrische auto's en elektrificatie van industriële processen zorgen voor een grotere vraag naar elektriciteit. Voor toepassingen die moeilijk rechtstreeks te elektrificeren zijn, blijven onder meer waterstof en duurzame koolstofdragers nodig.
De verwachting voor de vraag naar hernieuwbare waterstof is wel naar beneden bijgesteld ten opzichte van het NPE uit 2023. Waterstof blijft volgens het kabinet vooral relevant voor sectoren waar directe elektrificatie lastig is.
Netcongestie krijgt prioriteit
De groei van zon, wind, elektrificatie en opslag stelt tegelijkertijd hogere eisen aan het elektriciteitsnet. Het kabinet noemt het aanpakken van netcongestie daarom een belangrijke prioriteit voor de komende jaren.
Niet alleen uitbreiding van de infrastructuur moet worden versneld. Het kabinet wil ook de bestaande netcapaciteit beter benutten. Procedures moeten sneller worden doorlopen en de uitvoeringskracht van overheden en netbeheerders moet worden versterkt.
Het NPE bevat een beleidsagenda voor de periode 2026 tot en met 2029. Daarin staan onder meer maatregelen voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet, de ontwikkeling van wind op zee, kernenergie, waterstofinfrastructuur en regionale afspraken over knelpunten in het energiesysteem. (Energietransitie.nl)
Minder afhankelijk van energie-import
Energiezekerheid krijgt in het NPE ook meer gewicht. Nederland wil minder afhankelijk worden van fossiele energie en energie-import uit het buitenland.
Het kabinet verwacht dat het aandeel geïmporteerde energie richting 2040 kan dalen van ongeveer 84 procent nu naar iets meer dan de helft. Meer productie van energie uit eigen bodem, waaronder zonne- en windenergie, moet daar een bijdrage aan leveren. Ook de fysieke en digitale weerbaarheid van energie-infrastructuur krijgt meer aandacht.
Het kabinet benadrukt daarnaast dat energiebesparing noodzakelijk blijft. Minder energiegebruik beperkt niet alleen de vraag naar nieuwe energieproductie en infrastructuur, maar moet ook bijdragen aan de betaalbaarheid van het energiesysteem.
Volgende volledige NPE in 2029
De actualisatie bouwt voort op de koers die in 2023 met het eerste NPE is ingezet, maar vertaalt recente ontwikkelingen naar concretere keuzes voor 2040. Nieuwe richtwaarden voor zon, wind op land en batterijopslag zijn daarbij toegevoegd. Het kabinet werkt de komende jaren verder aan de uitvoering van deze koers. Een volledig nieuw NPE staat voor 2029 gepland.


























