Achterhoekse energieaanpak krijgt landelijk vervolg
Terug
De aanpak voor lokale energievoorziening uit de Achterhoek wordt door diverse gemeenten gezien als voorloper om meer regie te krijgen over hun energievoorziening. Klimaatverbond Nederland en Achterhoek Gemeentelijke Energie (AGE) hebben hiervoor de coöperatie Lokale Energie Overheden (LEO) opgericht. De organisatie moet gemeenten en andere overheden ondersteunen bij het krijgen van meer regie over hun energievoorziening.
De oprichting komt op een moment dat gemeenten daarnaast te maken hebben met toenemende druk op het elektriciteitsnet. Netcongestie maakt het noodzakelijk om de beschikbaarheid van netcapaciteit eerder mee te nemen bij de ontwikkeling van onder meer woningbouwprojecten.
De samenwerking in de Achterhoek kent zijn oorsprong in het Akkoord van Groenlo, dat de gemeenten in 2009 ondertekenden. Daarin werden afspraken gemaakt over de verduurzaming en energieneutraliteit van de regio. In de jaren daarna ontstonden onder meer het Energieloket Achterhoek, de Achterhoekse Groene Energiemaatschappij (AGEM) en AGE.
AGE is eigendom van de acht Achterhoekse gemeenten. Sinds 2018 levert het bedrijf duurzame elektriciteit aan onder meer gemeentelijke gebouwen, straatverlichting en gemalen. Gemeenten kunnen daarbij lokaal opgewekte elektriciteit met elkaar delen. Deze vorm van energievoorziening staat bekend als zelflevering.
Landelijke coöperatie
Volgens AGE groeit de belangstelling van andere gemeenten voor deze werkwijze. Aansluiting bij AGE is echter niet mogelijk, omdat het energiebedrijf specifiek voor de acht Achterhoekse gemeenten is opgezet.
Met LEO willen AGE en Klimaatverbond Nederland de kennis en ervaring daarom breder beschikbaar maken. De coöperatie richt zich op gemeenten en andere overheden die meer grip willen krijgen op hun energievoorziening. Zo ondersteunt LEO bij de inkoop van energie, het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod en de administratieve afhandeling daarvan. De coöperatie werkt daarbij zonder commercieel winstbelang.
Het achterliggende doel is om overheden meer invloed te geven op de manier waarop energie wordt ingekocht en gebruikt. Ook moet lokaal opgewekte duurzame elektriciteit zoveel mogelijk binnen de eigen omgeving kunnen worden benut.



























