Energiedelen is de toekomst: hoe lokale coöperaties het elektriciteitssysteem opnieuw uitvinden

26.01.2026 Sjoerd Rispens

Energiedelen is de toekomst: hoe lokale coöperaties het elektriciteitssysteem opnieuw uitvinden

De energietransitie wordt vaak gepresenteerd als een technisch vraagstuk: meer zonnepanelen, meer windmolens, meer netcapaciteit. Maar volgens het nieuwe rapport Energiedelen is de toekomst van Jos van der Schot ligt de echte systeemverandering niet op dat vlak. Die ligt namelijk binnen de lokale gemeenschappen die hun eigen energie opwekken, delen en beheren. Local4Local, een nieuw programma dat nu enkele jaren loopt, laat volgens het rapport zien dat energiedelen is uitgegroeid tot een serieus alternatief voor bestaande energiesystemen.

De centrale kritiek in het rapport is helder: hoewel duurzame energie steeds goedkoper wordt opgewekt, profiteren lokale gemeenschappen daar nauwelijks van. Zonnedaken en windmolens staan vaak letterlijk om de hoek, maar de stroom gaat eerst het landelijke en internationale net op. Wanneer het dan terugkeert is dat voor prijzen die bepaald worden door de geopolitieke situatie in de wereld, handel of schaarste.

Het Local4Local-model, uitgevoerd met subsidie van Topsector Energie en het ministerie van Klimaat en Groene Groei, draait deze logica om. Het uitgangspunt is eenvoudig. Binnen het project wordt lokaal opgewekte energie zo direct mogelijk aan de gebruikers geleverd voor een transparante kostprijs met beperkte opslag voor beheer en investeringen erbij. Er is daarbij geen winstmaximalisatie, maar juist betaalbaarheid en voorspelbaarheid voor de gemeenschap. Deze aanpak is de afgelopen drie jaar getest door zeven energiecoöperaties verspreid over Nederland, waaronder Deltawind op Goeree-Overflakkee, Grunneger Power in Groningen en Agem Energie Experts in de Achterhoek.

Belangrijkste lessen

Een van de belangrijkste lessen uit de pilots is het belang van ‘gelijktijdigheid’, wat betekent dat gebruikt wordt op het moment dat het lokaal wordt opgewekt. In de huidige praktijk leveren zonnepanelen overdag veel stroom terug aan het net, terwijl huishoudens diezelfde energie ’s avonds weer afnemen tegen hogere tarieven.

Energiedelen probeert dit patroon te doorbreken met slimme sturing van vraag en aanbod. Denk aan het laden van elektrische auto’s op zonnige momenten, het slim aansturen van warmtepompen of het gebruik van lokale batterijen. Volgens het rapport is gelijktijdigheid cruciaal om zowel kosten te verlagen als netcongestie te beperken, een probleem dat steeds urgenter wordt in delen van Nederland, zoals in de provincie Utrecht.

Maar wat maakt energiedelen nou fundamenteel anders van commerciële energielevering? Dat is volgens auteur Van Der Schot de organisatievorm. De energiecoöperaties werken volgens democratische principes. Leden zijn mede-eigenaar en hebben zeggenschap over de tarieven, investeringen en welke prioriteiten er gesteld worden. Energie is daarmee niet langer een anoniem product, maar een collectieve voorziening.

Het rapport benadrukt dat deze sociale dimensie minstens zo belangrijk is als de techniek. In de pilots bleek dat actieve betrokkenheid van bewoners leidt tot meer vertrouwen, bewuster energiegebruik en grotere bereidheid om gedrag aan te passen. Informatiebijeenkomsten, lokale energiecoaches en transparante communicatie over prijzen en keuzes spelen daarbij een sleutelrol.

Een van de meest nieuwswaardige ontwikkelingen rond energiedelen is de wettelijke erkenning van energiegemeenschappen in de nieuwe Energiewet, die eind 2024 van kracht werd. Voor het eerst zijn energiegemeenschappen formeel benoemd als spelers op de energiemarkt, in lijn met Europese regelgeving.

Volgens het rapport is dit een doorbraak. Waar lokale initiatieven eerder moesten opereren in een juridisch grijs gebied, ontstaat nu ruimte om energie lokaal te produceren, op te slaan en onder leden te leveren. Tegelijk waarschuwt de auteur dat wetgeving alleen niet voldoende is: praktische uitwerking, passende tarieven en ruimte van netbeheerders blijven cruciaal.

Geen blauwdruk, wel een richting

De zeven pilots laten zien dat energiedelen vele vormen kan aannemen. In landelijke gebieden ligt de nadruk vaak op windenergie en regionale samenwerking, terwijl stedelijke coöperaties vooral werken met zonnedaken en gedragsverandering. Sommige initiatieven combineren energiedelen met sociale doelen, zoals het bestrijden van energiearmoede of het versneld gasvrij maken van woningen.

Die diversiteit is volgens het rapport geen zwakte, maar juist een kracht. Energiedelen vraagt om maatwerk, afgestemd op lokale omstandigheden, infrastructuur en sociale netwerken. Wat de initiatieven bindt, is niet één technisch model, maar een gedeelde visie: energie als publieke waarde, georganiseerd van onderop.

Energiedelen is daarmee geen niche voor idealisten, maar een serieuze bouwsteen voor een robuust, betaalbaar en maatschappelijk gedragen energiesysteem. “De pilots laten zien dat het kan, nu is het aan beleid, netbeheerders en financiers om deze lokale beweging de ruimte te geven om op te schalen”, aldus de auteur.

Uitdagingen

Het rapport is ook realistisch over de uitdagingen. Netcongestie vormt een harde grens aan verdere groei, zeker in regio’s waar het elektriciteitsnet al overbelast is. Daarnaast vraagt energiedelen om nieuwe competenties bij coöperaties, zoals datamanagement, contractering en systeemintegratie.

Een andere drempel is sociale activering. Niet iedere bewoner is automatisch bereid om actief mee te doen of zijn energiegedrag aan te passen. Investeren in vertrouwen en langdurige betrokkenheid blijkt minstens zo belangrijk als investeren in techniek.