Bijna 20 procent Nederlandse stroom komt van zon, maar groei zonne-energie valt verder terug
Terug
Zonne-energie was in 2025 goed voor bijna 20 procent van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Tegelijkertijd is de groei van het aantal zonnepanelen sterk teruggevallen. Volgens de Monitor Zon-PV 2026 van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kwam er vorig jaar 1,4 gigawattpiek aan nieuw vermogen bij. Dat is het laagste groeitempo in negen jaar.
Nederland beschikte eind 2025 over 29,4 gigawattpiek aan geïnstalleerd zonnevermogen. De zonnepanelen produceerden samen 25,9 terawattuur elektriciteit, goed voor bijna 20 procent van de totale Nederlandse elektriciteitsproductie.
Daarmee is de rol van zonne-energie in het Nederlandse elektriciteitssysteem in korte tijd sterk toegenomen. In 2025 kwam de productie van zonnepanelen gedurende 583 uur, oftewel 6,7 procent van de tijd, boven de gemiddelde Nederlandse elektriciteitsvraag uit. Vooral rond het middaguur en in de zomer ontstaan daardoor steeds vaker overschotten.
Groei daalt fors
Tegelijkertijd neemt het tempo waarin nieuw zonnevermogen wordt toegevoegd snel af. In 2023 kwam er nog 5,2 gigawattpiek bij en in 2024 3,3 gigawattpiek. De 1,4 gigawattpiek van 2025 betekent daarmee een halvering ten opzichte van het jaar ervoor.
Vooral de markt voor kleinere installaties is sterk afgekoeld. In 2025 werd 0,5 gigawattpiek aan kleinschalig zon-PV toegevoegd, tegenover 1,3 gigawattpiek in 2024 en 2,5 gigawattpiek in 2023. Ook bij grootschalige projecten met SDE-subsidie nam de groei af, van 1,4 gigawattpiek in 2024 naar circa 1,0 gigawattpiek in 2025.
RVO verwacht dat de groei de komende jaren nog verder afneemt. Voor 2026 tot en met 2028 wordt gemiddeld 1,3 gigawattpiek nieuw zonnevermogen per jaar voorzien. Daarvan komt naar verwachting 0,4 gigawattpiek uit kleinschalige systemen, 0,8 gigawattpiek uit grootschalige projecten met SDE en 0,1 gigawattpiek uit grootschalige projecten zonder SDE.
Dat is een forse neerwaartse bijstelling. In de vorige monitor ging RVO nog uit van gemiddeld 2,6 gigawattpiek groei per jaar voor de komende jaren. De gerealiseerde groei in 2025 bleef bovendien ver achter bij die eerdere verwachting.
Oorzaken voor terugval
RVO wijst verschillende oorzaken aan voor de terugval. Voor huishoudens wordt de businesscase minder aantrekkelijk door de beëindiging van de salderingsregeling per 1 januari 2027 en de opkomst van terugleverkosten. Voor grote zonneprojecten vormen negatieve elektriciteitsprijzen en netcongestie belangrijke knelpunten. Ook zijn geschikte locaties schaarser geworden en zorgen vergunningverlening en de aangescherpte voorkeursvolgorde voor zon voor vertraging.
Tijdens zonnige uren is er steeds vaker meer elektriciteit beschikbaar dan er op dat moment vraag is. De RVO-monitor constateert dat de stroomprijs van zonne-energie hierdoor de afgelopen jaren steeds lager is geworden. Voor SDE-projecten is dat extra relevant omdat bij negatieve stroomprijzen geen subsidie wordt uitgekeerd.
Ook liggen er minder nieuwe projecten in de pijplijn. In 2020 werden nog SDE-beschikkingen afgegeven voor meer dan 6 gigawattpiek aan zonneprojecten. RVO verwacht dat dit in de periode 2026-2028 terugvalt naar circa 0,8 gigawattpiek per jaar. Ontwikkelaars starten bovendien minder vaak het voortraject om nieuwe projecten tot een SDE-aanvraag te brengen.
Van de bestaande SDE-pijplijn van 5,4 gigawattpiek verwacht RVO bovendien niet dat alles daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Voor gebouwgebonden projecten wordt uitgegaan van een realisatiepercentage van slechts 20 procent en voor veld- en wateropstellingen van 55 procent.
Belangrijke rol voor batterijopslag
De groei van batterijopslag kan volgens RVO de komende jaren een belangrijke rol spelen bij het oplossen van een deel van de problemen. Eind 2025 bedroeg de totale batterijopslagcapaciteit in Nederland naar schatting 2,9 gigawattuur. Dat staat tegenover gemiddeld 121 gigawattuur aan zonnestroom die op een zomerdag wordt geproduceerd. Er is daarmee nog lang niet genoeg opslag om de middagpiek aan zonnestroom naar de avond te verschuiven.
Volgens ramingen van TenneT kan de Nederlandse batterijopslag groeien van circa 2,9 gigawattuur eind 2025 naar 13,7 gigawattuur in 2028 en 23,1 gigawattuur in 2030. Daarmee kan in 2030 bijna 14 procent van de gemiddelde dagelijkse zonnestroomproductie in de zomer worden opgeslagen.
Ook export naar buurlanden speelt een steeds grotere rol. Nederland was in 2025 in alle maanden netto-exporteur van elektriciteit. Vooral rond het middaguur, wanneer de productie van zonnepanelen hoog is, wordt veel stroom naar het buitenland geëxporteerd.


























