Prijsstijging zonnepanelen komt tot stilstand, overschot zet markt onder druk

Terug
24.08.2026 Nieuws
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Prijsstijging zonnepanelen komt tot stilstand, overschot zet markt onder druk

De sterke prijsstijging van zonnepanelen die de Europese markt in de eerste helft van 2026 kenmerkte, lijkt voorlopig tot stilstand te zijn gekomen, blijkt uit de maandelijkse monitoring van pvXchange. De prijzen van reguliere en volledig zwarte zonnepanelen bleven in augustus gelijk, terwijl goedkope restpartijen opnieuw goedkoper werden. Alleen de categorie met de hoogste efficiëntie noteerde een stijging, maar die is grotendeels het gevolg van een wijziging in de meetmethode van pvXchange. 

Uit de prijsindex van pvXchange blijkt dat high-efficiencymodules in augustus gemiddeld 0,150 euro per wattpiek kostten op de Europese spotmarkt. Dat is 3,4 procent meer dan in juli en ruim 30 procent meer dan aan het begin van dit jaar. Full-blackmodules bleven stabiel op 0,160 euro per wattpiek en mainstreammodules op 0,135 euro per wattpiek. In die laatste categorie liggen de prijzen inmiddels 28,6 procent hoger dan begin 2026. Low-costmodules werden juist 6,7 procent goedkoper en kosten gemiddeld 0,075 euro per wattpiek. 

Efficiëntere panelen verschuiven de grens

De stijging bij high-efficiencymodules geeft volgens pvXchange echter een enigszins vertekend beeld. Door de snelle verbetering van het rendement van zonnepanelen heeft de handelsmarktplaats de grens tussen zijn categorieën ‘Mainstream’ en ‘High Efficiency’ verhoogd van 23 naar 23,5 procent module-efficiëntie.

Voor kleinere zonnepanelen komt die nieuwe grens grofweg overeen met een vermogen van 470 wattpiek. Bij grotere modules voor zonneparken gaat het, afhankelijk van het formaat, om vermogens van meer dan 635 of 730 wattpiek. Hierdoor zijn relatief goedkopere panelen die eerder als high-efficiency werden aangemerkt nu naar de mainstreamcategorie verschoven.

Zonder deze aanpassing zou de gemiddelde prijs van high-efficiencymodules in augustus volgens pvXchange gelijk zijn gebleven. De prijs van de minder efficiënte modules zou juist licht zijn gedaald. Daarmee lijkt de onderliggende trend eerder op stabilisatie en lichte prijsdruk dan op een nieuwe prijsstijging.

Overproductie blijft drukken op prijzen

Volgens oprichter Martin Schachinger van pvXchange blijft vooral het grote aanbod van zonnepanelen de Europese prijzen onder druk zetten. Productieoverschotten moeten worden weggewerkt, waarbij de prijsdruk vooral zichtbaar is bij modules voor grote daken en zonneparken.

Dat is opvallend na de prijsstijgingen eerder dit jaar. De Europese moduleprijzen liepen toen op nadat Chinese fabrikanten probeerden hun marges te herstellen en veranderingen in het Chinese exportbeleid voor onrust zorgden. Solar365 schreef eerder over het schrappen van de Chinese btw-teruggave op de export van zonnepanelen en batterijen.

Tegelijkertijd groeit de Europese vraag naar zonnepanelen volgens pvXchange niet hard genoeg om de beschikbare productie volledig op te nemen. Wel zijn de orderboeken van veel installateurs nog goed gevuld. Een deel daarvan kan volgens Schachinger worden verklaard door een anticipatie-effect: projecten worden naar voren gehaald uit vrees dat regelgeving of investeringsvoorwaarden later dit jaar of in 2027 minder aantrekkelijk worden.

Fabrikanten verwachten weinig verdere daling

Fabrikanten verwachten volgens pvXchange dat de moduleprijzen in de rest van 2026 niet veel verder zullen dalen. Of dat inderdaad gebeurt, hangt onder meer af van politieke ontwikkelingen in Duitsland en van de internationale vraag.

Ook de Verenigde Staten en India nemen maatregelen om hun eigen zonne-industrie te beschermen. Daardoor kunnen kopers daar bestellingen naar voren halen, waardoor meer Chinese productie naar deze markten gaat. Dat kan het aanbod voor Europa verkleinen en de neerwaartse prijsdruk later dit jaar weer verminderen. 

Voorlopig wijst de augustusindex echter vooral op een afkoeling van de prijsstijging: na een toename van grofweg 20 tot 30 procent sinds het begin van het jaar stabiliseren de belangrijkste Europese modulecategorieën.