CE Delft: thuisbatterij kan hogere energierekening na afschaffing salderen niet voorkomen

Terug
21.10.2026 Nieuws
CE Delft: thuisbatterij kan hogere energierekening na afschaffing salderen niet voorkomen

Een thuisbatterij kan het eigen verbruik van zonnestroom verhogen, maar biedt geen garantie op een lagere energierekening na het verdwijnen van de salderingsregeling. De terugverdientijd hangt sterk af van het energieverbruik, het elektriciteitscontract en de manier waarop de batterij wordt aangestuurd. Dat is de uitkomst van een analyse van CE Delft op een rapport van Vereniging Eigen Huis dat onderzocht hoe thuisbatterijen in de praktijk presteren.

Vereniging Eigen Huis (VEH) heeft bij dertien huishoudens onderzocht hoe thuisbatterijen in de praktijk presteren. CE Delft analyseerde daarvoor twaalf maanden aan meetgegevens.

Eigen verbruik kan bijna verdubbelen

Uit de proefopstellingen blijkt dat een goed afgestemde thuisbatterij het eigen verbruik gemiddeld met ongeveer 30 procentpunt kan verhogen. In een van de onderzochte situaties steeg dit aandeel van 35 naar 68 procent met een batterij van 5 kilowattuur.

De benodigde opslagcapaciteit verschilt per huishouden. Wie veel elektriciteit verbruikt en tegelijkertijd een grote hoeveelheid zonnestroom opwekt, heeft mogelijk een grotere batterij nodig om een vergelijkbaar effect te bereiken. De verhouding tussen de opwek, het verbruik en de opslagcapaciteit bepaalt daarmee mede hoeveel voordeel een batterij oplevert.

Batterij compenseert einde salderen niet

De afschaffing van de salderingsregeling maakt het financiële voordeel van zelf opgewekte zonnestroom belangrijker. Vanaf 1 januari 2027 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren niet langer wegstrepen tegen hun stroomverbruik op andere momenten. Een thuisbatterij kan helpen om minder elektriciteit terug te leveren en meer eigen zonnestroom zelf te gebruiken.

Toch voorkomt de batterij niet dat de energierekening na het verdwijnen van de salderingsregeling stijgt. De extra besparingen en inkomsten zijn volgens het onderzoek onvoldoende om de financiële gevolgen volledig op te vangen.

Bovendien is een thuisbatterij niet in iedere onderzochte situatie binnen de verwachte levensduur terug te verdienen. De aanschafprijs, het energieverbruik en de mogelijkheden om de batterij slim aan te sturen, bepalen in belangrijke mate het financiële resultaat.

Inkomsten uit energiemarkten staan onder druk

De manier waarop een thuisbatterij wordt ingezet, heeft grote invloed op de opbrengst. Huishoudens kunnen de opgeslagen elektriciteit zelf gebruiken, maar kunnen de batterij ook inzetten om op gunstige momenten stroom in te kopen of elektriciteit terug te leveren.

De onbalansmarkt bood de afgelopen jaren relatief hoge inkomstenmogelijkheden. Op deze markt worden vraag en aanbod van elektriciteit op korte termijn in evenwicht gebracht. Batterijen kunnen hieraan bijdragen door op bepaalde momenten elektriciteit op te nemen of juist beschikbaar te stellen.

Volgens de onderzoekers is het onzeker of deze inkomsten op hetzelfde niveau blijven. Naarmate meer batterijen op de markt actief worden, neemt de concurrentie om dezelfde verdienmogelijkheden toe. Ook de fiscale gevolgen van energiehandel veranderen na het verdwijnen van de salderingsregeling. Daardoor zijn terugverdientijden die zijn gebaseerd op historische marktinkomsten niet zonder meer bruikbaar voor toekomstige investeringen.

Slim laden en ontladen wordt belangrijker

De onderzoekers zien het combineren van eigen verbruik met handelen op basis van day-aheadmarktprijzen als een mogelijke strategie voor de toekomst. Op deze markt worden elektriciteitsprijzen voor de volgende dag vastgesteld.

Een slim aangestuurde batterij kan laden wanneer elektriciteit relatief goedkoop is en ontladen wanneer de prijzen hoger liggen. Vooral in de winter, wanneer zonnepanelen minder stroom produceren, kan het benutten van prijsverschillen een aanvulling vormen op het opslaan van eigen zonnestroom.

De financiële haalbaarheid blijft echter afhankelijk van verschillende factoren. Naast de aanschafkosten spelen de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen, het energiecontract, het verbruiksprofiel en toekomstige beleidswijzigingen een rol.

In twee onderzochte proefopstellingen varieerde de berekende terugverdientijd van 6,5 tot 22 jaar. Dat grote verschil onderstreept dat er geen algemene terugverdientijd voor thuisbatterijen bestaat. De uitkomsten van de proef zijn bovendien gebaseerd op historische gegevens en vormen geen garantie voor toekomstige inkomsten.

Voor huishoudens betekent dit dat een thuisbatterij niet alleen op basis van de opslagcapaciteit of de verwachte marktinkomsten moet worden beoordeeld. Vooral de mate waarin de batterij aansluit op het eigen elektriciteitsverbruik en de manier waarop deze wordt aangestuurd, bepalen het mogelijke financiële voordeel.