De Chinese prijs is niet de Nederlandse projectprijs

Terug
15.09.2026 Column
Gerard Scheper CEO European Solar
De Chinese prijs is niet de Nederlandse projectprijs

Een batterijcontainer kan in China opvallend goedkoop zijn en in Nederland toch geen haalbaar project opleveren. Dat komt doordat we drie totaal verschillende prijzen steeds met elkaar verwarren. Eind augustus werden in China prijzen van gemiddeld circa 0,53 renminbi per wattuur gemeld voor complete vieruurssystemen. Voor LFP-opslagcellen van 280 en 314 ampère-uur lag het gemiddelde zelfs rond 0,363 renminbi per wattuur. Wie deze bedragen omrekent naar euro’s, kan al snel concluderen dat batterijopslag spotgoedkoop is geworden. Vervolgens komt er een Nederlandse offerte op tafel die vele malen hoger ligt en ontstaat de vraag wie er te veel marge rekent. Maar waarschijnlijk zijn beide prijzen correct. Ze beschrijven alleen niet hetzelfde product.

In de markt halen we de Chinese fabrieksprijs, de Europese leveringsprijs en de Nederlandse projectprijs voortdurend door elkaar. Zolang we dat blijven doen, nemen we verkeerde inkoopbeslissingen en rekenen we businesscases door met bedragen die in de praktijk niet bestaan.

Prijs één: de Chinese fabrieksprijs

De Chinese prijs vertelt wat een module, batterijcel of opslagsysteem op een bepaald moment in de productieketen kost. Die prijs wordt beïnvloed door grondstoffen, productiebezetting, voorraden, fiscale maatregelen en de concurrentiestrijd tussen fabrikanten.

De bewegingen kunnen groot en tegenstrijdig zijn. Terwijl Chinese waferprijzen onlangs in één week met 4 tot ruim 24 procent stegen, daalden zonnecelprijzen alweer met dubbele cijfers. Polysilicium bleef ondertussen vrijwel stabiel.

China probeert bovendien meer grip te krijgen op de industrie. Vanaf 1 september geldt een verbruiksbelasting van 2 procent op onder meer lithium-ion- en vanadium-flowbatterijen. De exportsteun voor zonnepanelen is inmiddels verdwenen en voor batterijen wordt de btw-teruggave per 1 januari 2027 tot nul afgebouwd.

Dat bepaalt de richting van de markt, maar nog niet automatisch de prijs die Nederland betaalt. Fabrikanten kunnen extra kosten doorberekenen, tijdelijk zelf absorberen of compenseren met lagere marges om marktaandeel te behouden.

Een Chinese prijs is daarom een belangrijk signaal, maar geen Nederlandse offerte.

Prijs twee: de Europese leveringsprijs

Voordat Chinese prijsbewegingen Europa bereiken, komen ze terecht in een keten van zeetransport, verzekeringen, wisselkoersen, importvoorwaarden, bestaande contracten en voorraden.

Nederland speelt daarin een bijzondere rol. In juli was ons land met naar schatting 2,73 gigawatt opnieuw de grootste bestemming voor Chinese zonnepanelen. Dat betekent niet dat al deze panelen hier worden geïnstalleerd. Een aanzienlijk deel wordt vanuit Nederlandse havens en magazijnen verder over Europa verdeeld.

Deze voorraadpositie werkt als een schokdemper. Wanneer Chinese fabrikanten hun prijzen verhogen, kunnen Europese distributeurs nog enige tijd vanuit oudere voorraden leveren. Daardoor bleven de belangrijkste Europese moduleprijzen in augustus stabiel, ondanks bewegingen in China.

Maar diezelfde voorraad kan later juist een versterkend effect hebben. Wanneer meerdere distributeurs tegelijk opnieuw moeten inkopen, komt een eerder uitgestelde prijsverandering alsnog versneld in de Europese markt terecht.

De voorraadmuur is dus ook een vertraagde lont.

Daar komt logistiek risico bij. De spotprijs van een 40-voetscontainer van Shanghai naar Rotterdam daalde eind augustus met 3 procent naar ongeveer 4.287 dollar. Tegelijk steeg de gemiddelde wachttijd voor schepen in Shanghai in één week van 35 naar 96 uur.

De vrachtprijs daalde, maar de voorspelbaarheid verslechterde. Bij batterijen komen daar aanvullende verzekeringen, regels voor gevaarlijke goederen en strengere vervoerseisen bij.

Ook de Europese leveringsprijs is daardoor meer dan de Chinese prijs plus een container.

Prijs drie: de Nederlandse projectprijs

De derde prijs is uiteindelijk de enige die voor een projectontwikkelaar of ondernemer werkelijk telt.

Een Nederlandse ontwikkelaar koopt geen verzameling batterijcellen. Hij koopt een functionerend energiesysteem. Daarvoor zijn ook een PCS, transformator, EMS, brandveiligheidsvoorzieningen, geluidbeheersing, certificering, onderhoud, garanties, software en netstudies nodig.

Vervolgens komen de kosten van vergunningen, civiele werkzaamheden, financiering, verzekering, installatie en aansprakelijkheid. De eisen verschillen per project en locatie. Twee technisch identieke batterijen kunnen daardoor een totaal verschillende projectprijs hebben.

Bij C&I-opslag is bovendien de bestaande bedrijfsinstallatie bepalend. Kan de batterij achter dezelfde aansluiting worden geplaatst? Moet de hoofdverdeler worden aangepast? Zijn de meetdata betrouwbaar? Welke assets moeten gezamenlijk worden aangestuurd? En past het laad- en ontlaadprofiel binnen het transportcontract?

De hardwareprijs is slechts het begin van die berekening.

De duurste component staat niet op de onderdelenlijst

In Nederland kan de netaansluiting uiteindelijk meer waarde vertegenwoordigen dan de batterij zelf.

Een recente impactanalyse voor Noord-Holland concludeerde dat onder de huidige beperkingen slechts ongeveer 1 procent van de onderzochte ontwikkelingen zonder grote problemen kan doorgaan. Zelfs in een gunstig scenario bleef dat beperkt tot 43 procent.

Voor ondernemers maakt dit batterijopslag aantrekkelijk. Een batterij kan productiepieken opvangen, lokaal opgewekte zonnestroom bewaren, laadinfra ondersteunen en elektrificatie mogelijk maken zonder direct een zwaardere aansluiting te krijgen.

Maar een batterij creëert geen nieuwe netcapaciteit.

Als veel systemen op hetzelfde elektriciteits- of handelssignaal reageren, kunnen ze zelfs gelijktijdig gaan laden en een lokale piek versterken. Een systeem kan technisch uitstekend functioneren en toch niet passen binnen de beschikbare netruimte.

De waarde zit daarom in de combinatie van batterij, meetdata, transportrecht, lokale opwek, bedrijfsverbruik en aansturing. Zonder die combinatie is een goedkope batterij vooral een dure metalen doos.

Niet inkopen voordat het project is ontworpen

In de zonne-energiemarkt konden we lange tijd beginnen met het selecteren van panelen en omvormers. Daarna werd het project rondom die componenten ontworpen.

Bij batterijopslag moeten we de volgorde omdraaien.

Eerst moet duidelijk zijn welk probleem de batterij oplost. Gaat het om peakshaving, uitbreiding van productie, laadinfra, handel, noodvermogen of het beter benutten van zonnestroom? Vervolgens moeten aansluiting, transportrechten, verbruiksprofiel en mogelijke inkomsten worden onderzocht.

Pas daarna kan worden bepaald welk vermogen, welke capaciteit en welke technologie nodig zijn.

Wie begint met de goedkoopste batterij en daarna op zoek gaat naar een businesscase, loopt een groot risico een technisch mooi systeem te kopen dat economisch niet inzetbaar is.

We kijken naar de verkeerde prijs

De Chinese fabrieksprijs blijft belangrijk. Zij laat zien hoe grondstoffen, technologie en productie zich ontwikkelen. De Europese leveringsprijs vertelt wat voorraden, logistiek en handelsbeleid met die ontwikkeling doen.

Maar alleen de Nederlandse projectprijs vertelt of een systeem werkelijk kan worden gebouwd, aangesloten en terugverdiend.

Daarom moeten we bij iedere opvallend lage aanbieding eerst vragen welke onderdelen ontbreken. Zijn transport, PCS, transformator, EMS, installatie en garantie inbegrepen? Is er een bruikbare aansluiting? Past de batterij binnen het transportcontract? En is er een aantoonbaar verdienmodel?

De sector hoeft niet minder naar prijzen te kijken. We moeten eerst vaststellen naar wélke prijs we kijken.

De Chinese prijs is niet de Nederlandse projectprijs. Wie dat verschil negeert, koopt misschien de goedkoopste batterij – maar zelden het goedkoopste project.