Deze GTO uit Brabant laat zien wat er nodig is om een energiehub te laten werken

Terug
09.10.2026 Hoofdartikel
Deze GTO uit Brabant laat zien wat er nodig is om een energiehub te laten werken

De eerste groepstransportovereenkomst (GTO) van Noord-Brabant is na ruim drie jaar in juli 2026 ondertekend op bedrijventerrein De Waterlaat in Bergeijk. De overeenkomst helpt dertien bedrijven om de beschikbare netcapaciteit gezamenlijk beter te benutten. De praktijk laat echter zien dat een energiehub veel meer vraagt dan alleen een contract met de netbeheerder.

De Waterlaat geldt inmiddels als een van de voorlopers op het gebied van energiehubs. Het bedrijventerrein liep al jaren tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aan. Uit onderzoek van Enexis bleek in 2017 dat problemen met afname en teruglevering dreigden. In 2018 stond de regio op de congestielijst.

Ondernemers besloten daarom niet af te wachten tot netverzwaring beschikbaar zou zijn, maar onderzochten hoe zij de bestaande capaciteit beter konden benutten. Onder begeleiding van het Kempisch Ondernemers Platform (KOP) ontstonden twee energiehubs met in totaal 13 bedrijven. Op 9 juli 2026 ondertekenden deelnemende bedrijven en Enexis de GTO.

Een GTO maakt het mogelijk dat bedrijven gezamenlijk gebruikmaken van een afgesproken hoeveelheid transportcapaciteit. De individuele aansluitingen blijven bestaan, maar de groep krijgt één gezamenlijk transportcontract. Met een energiemanagementsysteem wordt vervolgens gestuurd op het gezamenlijke vermogen.

Jaap Leeflang, adviseur industriële energietransitie bij Alius, is betrokken bij de ontwikkeling van energiehubs en de integratie van de benodigde hardware en software. Alius is een van de projectpartners van De Waterlaat. Volgens hem zijn de GTO en de energiehub niet los van elkaar te zien.

“Je kan alleen een EnergyHub beginnen met een GTO. Als je een GTO hebt, dan heb je een energyhub. De GTO is dus meer een voorwaarde om te hebben voordat je echt kan starten met een energyhub. Verder kun je een GTO alleen afsluiten als je samen met een groep deelnemers een coöperatie hebt opgericht. De GTO wordt met de coöperatie van ondernemers afgesloten.”

Netcapaciteit delen

Het principe achter de energiehub is dat bedrijven hun energiegebruik en opwekking beter op elkaar afstemmen. Een bedrijf met zonnepanelen kan bijvoorbeeld elektriciteit produceren op een moment dat een ander bedrijf binnen de groep energie nodig heeft.

“Je hebt bijvoorbeeld bedrijven die heel veel zonnepanelen op hun dak kunnen leggen, maar niet mogen terugleveren. Binnen een hub kan die energie wel worden gebruikt door een ander bedrijf in de groep dat geen zonnepanelen heeft, maar de stroom wel kan gebruiken.”

Daarmee kan de beschikbare netcapaciteit volgens Leeflang efficiënter worden gebruikt. Deelnemers kunnen bovendien afspraken maken over hoeveel vermogen de groep gezamenlijk mag gebruiken en eventueel hoeveel elektriciteit nog aan het openbare net mag worden teruggeleverd.

Het uitgangspunt is volgens Leeflang vooral om energie lokaal te houden, energieprocessen op elkaar af te stemmen en van elkaar te leren.

De praktijk op De Waterlaat laat zien waarom dat relevant is. Uit analyses van de verbruiksprofielen bleek dat de individuele pieken van bedrijven niet volledig samenvielen. In de pilot kwam de optelsom van de individuele piekvermogens uit op 3,4 megawatt, terwijl de daadwerkelijke gezamenlijke piek 2,8 megawatt bedroeg. Door de hub gezamenlijk op een grens van 3,2 megawatt te laten sturen, ontstond ruimte voor bedrijven om te groeien zonder dat de gezamenlijke grens werd overschreden.

Niet simpelweg vermogens optellen

Dat is ook de reden dat de netbeheerder bij een GTO niet simpelweg het gecontracteerde vermogen van alle deelnemers bij elkaar optelt.

“Stel dat je tien bedrijven hebt en ieder bedrijf heeft 100 kilowatt gecontracteerd vermogen. Dan zou je denken: tien keer 100 is 1.000 kilowatt. Maar zo werkt het niet.”

Een netbeheerder kijkt naar de afzonderlijke gebruiksprofielen. Als bedrijven hun piekvermogen op verschillende momenten gebruiken, kan de gezamenlijke piek lager liggen dan de optelsom van de individuele contractvermogens.

Dat biedt ruimte, maar maakt de berekening ook complexer. Daarnaast moet er ook rekening worden gehouden met de toekomstige groei van de bedrijven. “Als je een duidelijke groeiplanning hebt, kun je die met de netbeheerder bespreken. Dan kun je die groei simuleren en meenemen in de berekening. Daardoor kun je uiteindelijk weer hoger uitkomen.”

Energiehub is geen kast op het bedrijventerrein

Een energiehub is daarbij niet één fysieke installatie waar alle energie doorheen gaat. De afzonderlijke bedrijven behouden hun eigen aansluiting op het elektriciteitsnet.

De gezamenlijke werking wordt mogelijk gemaakt door techniek en software. Volgens Leeflang krijgt ieder bedrijf een gateway waarmee bijvoorbeeld een meter, zonnepanelen of een batterij kunnen worden gekoppeld. Via een internetverbinding worden de systemen met elkaar verbonden.

Enexis stelt daarbij als voorwaarde dat deelnemers op hetzelfde transportverdeelstation zijn aangesloten. Ook moeten zij onder meer beschikken over geschikte meetinrichtingen, een gezamenlijk energieprofiel en een juridische entiteit waarin de deelnemers samenwerken.

Juridische puzzel

Juist het ontwikkelen van die structuur heeft bij De Waterlaat veel tijd gekost. Volgens Leeflang waren niet alle juridische en contractuele randvoorwaarden beschikbaar toen het project begon.

“Wij hebben vertraging opgelopen omdat we erachter kwamen dat het juridische kader nog niet klaar was.”

Samen met onder meer een advocatenkantoor, subsidieadviseur en medewerkers van het ministerie van Economische Zaken is daarom gewerkt aan een juridisch framework. Ook de contractvormen met de netbeheerder moesten verder worden ontwikkeld.

“Er waren al wel mensen die riepen dat ze met energiehubs bezig waren, maar de regels waren nog niet goed uitgewerkt.”

Dat De Waterlaat nu een GTO heeft, betekent volgens Leeflang daarom niet dat het ontwikkeltraject voorbij is. Ook voor de netbeheerder is het in belangrijke mate een leertraject. “Wij gaan nu beginnen, maar voor de netbeheerder is het ook de eerste keer.”

De ervaring wordt gebruikt om de aanpak verder te ontwikkelen. Enexis werkt inmiddels met meerdere bedrijventerreinen aan de ontwikkeling van GTO's en verwacht de contractvorm vanaf 2027 breder beschikbaar te kunnen maken.

Aansprakelijkheid moest worden geregeld

Een belangrijk onderdeel van het traject was de verdeling van risico's. Volgens Leeflang wilde de netbeheerder aanvankelijk dat iedere deelnemer aansprakelijk zou kunnen zijn voor schade binnen de gehele groep.

“Dat vonden wij niet acceptabel.” Na onderhandelingen is volgens Leeflang een aansprakelijkheidslimiet afgesproken. Daarnaast is met verzekeraars gesproken over een verzekering voor de energiehub. Dat soort afspraken zijn volgens hem essentieel om ondernemers mee te krijgen. Een energiehub vraagt om technische samenwerking en gezamenlijk financieel en juridisch verantwoordelijkheid nemen.

Batterij als buffer

Ook energieopslag kan een belangrijke rol spelen. Een van de bedrijven op De Waterlaat beschikte al over een batterij. Die kan binnen de energiehub worden ingezet als flexibel regelvermogen.

“Je krijgt namelijk nooit precies het vermogen dat ontstaat wanneer je alle individuele pieken bij elkaar optelt.”

Een batterij kan helpen voorkomen dat de gezamenlijke grens wordt overschreden. Wie de investering betaalt, kan volgens Leeflang op verschillende manieren worden geregeld. De coöperatie kan bijvoorbeeld een vergoeding vragen voor het gebruik van de batterij of gezamenlijk geld reserveren voor toekomstige uitbreidingen.

“Je kunt bijvoorbeeld in een analyse zien dat je over anderhalf jaar waarschijnlijk een extra batterij nodig hebt. Dan kun je daar als hub gezamenlijk voor sparen.”

Ook een externe investeerder behoort volgens hem tot de mogelijkheden.

Data bepaalt wat mogelijk is

Een andere voorwaarde voor een goed functionerende energiehub is betrouwbare data. Bedrijven beschikken niet altijd over dezelfde gegevens of hebben hun energiegebruik niet op dezelfde manier inzichtelijk.

Alius werkt daarom aan oplossingen waarbij data rechtstreeks uit centrale bronnen kan worden opgehaald. Daarmee moet worden voorkomen dat analyses worden gebaseerd op handmatig aangeleverde of verouderde gegevens.

Ook simulaties zijn belangrijk. Door verschillende scenario's door te rekenen, kan worden bekeken wat er gebeurt als bedrijven groeien, meer zonnepanelen installeren, een batterij plaatsen of hun energiegebruik aanpassen.

Niet ieder bedrijf hoeft energie-expert te worden

Voor Leeflang is het uiteindelijk belangrijk dat de technische complexiteit niet bij de ondernemer terechtkomt. “De ondernemer hoeft daar geen expertise in te hebben. Die moet zich gewoon op zijn eigen energie en bedrijfsvoering kunnen richten.”

De ambitie is daarom om zaken als monitoring en facturering zoveel mogelijk collectief te organiseren. Ondernemers zouden volgens Leeflang niet voortdurend bezig moeten zijn met de technische werking van hun energiehub.

“Eigenlijk willen we ondernemers weer terugbrengen naar een situatie waarin ze gewoon hun bedrijfsprocessen kunnen uitvoeren zonder zich constant zorgen te maken over energie.”

Dat is volgens hem belangrijk voor de verdere opschaling. De huidige projecten vragen nog veel begeleiding en maatwerk, maar de ervaringen op De Waterlaat kunnen helpen om volgende energiehubs eenvoudiger op te zetten.

Van pioniersproject naar blauwdruk

De Waterlaat is daarmee meer dan een lokaal antwoord op netcongestie in Bergeijk. De betrokken partijen proberen de ervaringen te vertalen naar een aanpak die ook op andere bedrijventerreinen kan worden gebruikt.

Het KOP werkt binnen het programma Kempen Energy Hub aan de ontwikkeling van meerdere energiehubs in de regio. De aanpak moet uiteindelijk ook onderling verbonden kunnen worden.

Volgens Leeflang is de eerste GTO-fase daarom vooral een praktijkproef. “Het zal dus ook een kwestie van bijsturen worden. Hoe werkt de regeling in de praktijk? Het gaat allemaal goed, maar het is de eerste keer. Dan loopt niet alles meteen perfect.”