Deze thuisbatterijen maken hun beloftes waar en onderscheiden zich voor de installateur

17.04.2026 Lenna van den Haak

Deze thuisbatterijen maken hun beloftes waar en onderscheiden zich voor de installateur

De markt voor thuisbatterijen groeit explosief. Nieuwe merken, nieuwe modellen en vooral: een overvloed aan indrukwekkende specificaties. Fabrikanten strooien met aantallen laadcycli, slimme software en beloftes over maximale veiligheid. Op papier lijkt bijna elk systeem een winnaar. Maar installateurs weten inmiddels beter. Want achter die cijfers schuilt een belangrijkere vraag: wat werkt er écht in de praktijk?

Volgens batterij-expert Paul Schellekens zit het onderscheid niet in marketingclaims, maar juist in betrouwbaarheid, flexibiliteit en praktische toepasbaarheid. “Specificaties zeggen niet alles”, stelt hij. “Het gaat erom wat een systeem over tien jaar nog doet en hoeveel gedoe jij als installateur eraan hebt gehad.”

Daarnaast wordt de markt steeds homogener. “Veel systemen lijken technisch steeds meer op elkaar. Het echte verschil zit in wat je ermee kunt: hoe slim de aansturing is en hoe goed systemen samenwerken met andere partijen. De batterij zelf wordt steeds meer een commodity; de waarde zit steeds vaker in de software en integraties eromheen.”

LFP als fundament voor veiligheid en levensduur
Wie begint over thuisbatterijen, begint volgens Schellekens bij de chemie. Daar wordt de basis gelegd voor prestaties, veiligheid en levensduur.

“Als je het hebt over residentiële toepassingen, dan is lithium-ijzerfosfaat (LFP) gewoon de beste keuze”, zegt hij. “Het is veiliger, stabieler en gaat langer mee dan alternatieven zoals accu’s op basis van Nikkel, mangaan en kobalt, de zogeheten NMC batterijen.”

Vrijwel alle merken in de markt, zoals Tesla, Sonnen en Huawei, zetten inmiddels ook volop in op deze LFP-technologie vanwege die betrouwbaarheid en levensduur. Niet de chemie heeft vaak invloed op storingen, maar juist de hardware of software. Voor installateurs vertaalt zich dat direct naar minder risico, minder servicebezoeken en dus ook minder druk op de nazorg.

Claims versus werkelijkheid: kijk verder dan cycli
Een van de meest gebruikte marketingargumenten in de batterijmarkt is het aantal laadcycli. Maar juist daar gaat het volgens Schellekens vaak mis.

“Je ziet fabrikanten die roepen: 10.000 cycli. Klinkt fantastisch. Maar als je kijkt naar de doorvoerstroom, kom je vaak uit op iets wat neerkomt op ongeveer 3.000 volledige cycli.”

Volgens hem moeten installateurs daarom anders leren kijken. Niet alleen naar cycli, maar naar de totale energie die een batterij gedurende zijn gegarandeerde levensduur kan verwerken, ook wel benoemd als throughput, met bijvoorbeeld 3.05 megawattuur/kilowattuur. “Dat is de échte maatstaf. Hoeveel kilowattuur gaat er doorheen voordat het systeem echt achteruitgaat?”

Hij ziet daarin duidelijke verschillen tussen merken. “Bij sommige merken, zoals Sonnen, zie je dat batterijmanagement in de praktijk goed op orde is, wat bijdraagt aan stabiele prestaties over tijd.”

Sonnen onderscheidt zich volgens marktanalyses inderdaad met slimme celbalancering en lange levensduur, mede dankzij actief batterijmanagement.

Voor installateurs betekent dat een belangrijk verkoopargument. “Klanten willen zekerheid. Als jij kunt uitleggen waarom een systeem langer meegaat, dan verkoop je vertrouwen.”

Extra veiligheid als onderscheidende factor
Hoewel alle batterijen aan minimale veiligheidseisen moeten voldoen, ziet Schellekens grote verschillen in hoe fabrikanten daarmee omgaan.

“Er zijn partijen die echt verder gaan dan de norm”, zegt hij. “Denk aan merken als Tesla, Huawei en EcoFlow. Die investeren serieus in extra veiligheidslagen.”

Zo staan premiumsystemen zoals de Tesla Powerwall bekend om geïntegreerde systemen en monitoring, terwijl Huawei inzet op modulaire en veilige LFP-oplossingen.

“Dat soort extra’s lijken misschien marketing, maar het maakt wel degelijk verschil, zeker als batterijen in woningen hangen.”

Daarnaast wijst hij op nieuwe ontwikkelingen zoals ultra low voltage-systemen van bijvoorbeeld Atmoce. “Die maken installatie en onderhoud veiliger. Minder risico, minder fouten.” Voor installateurs betekent dat simpelweg: sneller werken, minder kans op incidenten en een sterker verhaal richting de klant.

Flexibiliteit en uitbreidbaarheid steeds belangrijker
Een van de meest onderschatte eigenschappen van een thuisbatterij is flexibiliteit. En juist daar ligt volgens Schellekens een enorme kans.

“Mijn advies is altijd: begin kleiner en zorg dat je kunt uitbreiden”, zegt hij. “Want terugschalen kan niet, maar opschalen wel. Zeker nu worden thuisbatterijen vaak nog met meer capaciteit opgeleverd dan nodig, omdat er met energiehandel meer rendement te behalen valt. Vanaf 2027 wordt door het wegvallen van de salderingsregeling het handelen minder gefocust op ook de verkoop van stroom, zoals dat nu is, maar juist op het slim inkopen en zelf verbruiken van stroom. Dan zijn kleinere batterijen eerder voldoende.”

Modulaire systemen worden hierin steeds belangrijker. Denk dan wel aan parallel gekoppelde systemen: batterij modules of torens parallel koppelen betekent dat je hier flexibeler in bent in verband met de nodige balancering van oude cellen met de nieuwe cellen.

Denk aan merken als Pylontech, Hoymiles of Hyxi, die werken met stapelbare batterijmodules. “Als een klant na twee jaar meer capaciteit wil, wil je niet opnieuw beginnen. Dan wil je gewoon bijplaatsen.” Voor installateurs betekent dit meer dan gemak. “Het opent de deur naar vervolgopdrachten.”

Pylontech wordt bijvoorbeeld vaak gekozen vanwege zijn flexibiliteit en brede compatibiliteit met verschillende omvormers, een belangrijk voordeel in de praktijk. “Dat zijn systemen waar je als installateur echt mee kunt bouwen.”

Vermogen en capaciteit: een kritische balans
Wat belangrijk is voor de inzet van de batterij is volgens Schellekens de verhouding tussen vermogen en opslagcapaciteit.

“Let op bij uitbreidingen dat het vermogen/capaciteit verhouding nog passend is. Bijvoorbeeld, als je verwacht dat je mogelijk later al gaat uitbreiden qua capaciteit houdt er dan rekening mee dat je omvormer niet te klein is. Verhouding vermogen - capaciteit van 1:2 is meest logische en vaak ook voor de langste levensduur het beste. Soms promoten merken een 1:1 verhouding: 1C rate zoals dat heet, maar vaak slijt de batterij daar veel sneller door doordat er meer warmteontwikkeling is.

Merken verschillen hierin sterk. Zo staat Tesla bekend om hoge efficiëntie en Pylontech voor relatief hoge vermogens en volledige back-upcapaciteit, terwijl andere systemen meer gericht zijn op opslag dan op piekvermogen.  Voor installateurs ligt hier een duidelijke adviesrol. “Je moet verder kijken dan alleen kilowatturen.” Een goed systeem sluit aan op het daadwerkelijke gebruik van de klant. “Anders krijg je klachten, en die komen altijd bij jou terecht.”

Open systemen winnen terrein
Op softwaregebied ziet Schellekens een duidelijke verschuiving. Waar fabrikanten vroeger inzetten op gesloten ecosystemen, groeit nu de vraag naar openheid en de inzet op aansturing en EMS compatibiliteit. “Kies je de open strategie als merk dan zijn er meer EMS partijen die koppelen, en er dus meer use-cases ontstaan waardoor je product in meer toepassingen gebruikt kan worden. De markt beweegt langzamerhand naar cloud-to-cloud aansturing, dan is er geen extra kastje voor aansturing meer nodig ook, dat scheelt weer enorm in de installatie. Sommige merken houden dat nog wat tegen en zijn alleen via modbus protocollen aan te spreken. Dan heb je lokaal een hardware kastje nodig, en dat kost toch vaak de klant weer 500 euro en jou als installateur meer installatie moeite en kans op fouten.”

Toch zijn er nog veel gesloten systemen op de markt. Sommige merken, zoals SigEnergy en SolarEdge. Zij werken vooral binnen hun eigen ecosysteem, wat integratie beperkt maar wel zorgt voor sterke interne optimalisatie. “Dat kan goed werken, maar je levert wel flexibiliteit in.” Aan de andere kant winnen open systemen terrein. “Combinaties zoals Solis met Pylontech bieden installateurs juist vrijheid in ontwerp en componentkeuze. En dat is waar je als installateur waarde toevoegt.”

Efficiëntie als stille kracht
Efficiëntie krijgt volgens Schellekens vaak te weinig aandacht, terwijl het een directe impact heeft op rendement.

“Als de roundtrip efficiency onder de 90 procent ligt, is het goed om kritisch te kijken naar het systeem. Hybride aangesloten systemen zijn het meest efficiënt omdat er minder omvormingverlies is. Of vervang bij een bestaande PV-installatie de PV-omvormer voor een hybride. Alleen is dat moeilijker bij SolarEdge of Enphase vanwege de SolarEdge optimizers of de Enphase micro-omvormers.”

Veelgebruikte oplossingen in de praktijk
Wanneer alle factoren samenkomen, chemie, flexibiliteit, veiligheid en efficiëntie, ontstaan er volgens Schellekens enkele favorieten, ondanks dat de systemen dichter naar elkaar toegroeien. “Een veelgebruikte en flexibele combinatie is bijvoorbeeld Solis met Pylontech, vooral vanwege de brede compatibiliteit en schaalbaarheid. Flexibel, betaalbaar en goed presterend. Pylontech wordt wereldwijd veel toegepast en staat bekend om zijn betrouwbaarheid en compatibiliteit.”

Voor gebruiksgemak en software wijst hij naar EcoFlow. “EcoFlow onderscheidt zich met name in gebruiksgemak en installatiegemak, al ligt de prijs vaak wat hoger.”

En als het gaat om bewezen prestaties: “Sonnen is een van de merken die zich in de praktijk al langer bewezen heeft op het gebied van levensduur en stabiliteit.”

Vooruitkijken: nu kiezen, later profiteren
De batterijmarkt staat nog volop in ontwikkeling. Technologieën verbeteren, prijzen veranderen en toepassingen worden breder. Volgens Schellekens is dit hét moment voor installateurs om ervaring op te bouwen.

“Probeer verschillende systemen”, adviseert hij. “Niet alleen technisch, maar ook qua service en ondersteuning. Want uiteindelijk bepaalt niet alleen de batterij het succes, maar ook de partij erachter. Je verkoopt geen product, je verkoopt een oplossing en daarin maken de juiste keuzes het verschil.”