‘Er moet een COP voor thuisbatterijen komen’

Terug
21.08.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
‘Er moet een COP voor thuisbatterijen komen’

De markt voor thuisbatterijen groeit richting het afschaffen van de salderingsregeling alle kanten uit. Er poppen links en rechts nieuwe aanbieders op en elke nieuwe aanbieder probeert zich te onderscheiden van de rest. Van de hoogste efficiëntie tot de meeste laadcycli. Keesjan Deelstra heeft met zijn laatste boek De thuisbatterij gids getracht orde te scheppen in een steeds onoverzichtelijker wordende markt. In zijn onderzoek is hij tot de conclusie gekomen dat er een COP voor thuisbatterijen moet komen.

Deelstra is geen techneut. Toch geeft hij altijd al de drang gehad om bij aankopen als koelkasten en laptops tot op de bodem uit te zoeken wat de beste optie is. De thuisbatterij was, na het eigenhandig bijdragen aan de installatie van zonnepanelen en een all-electric warmtepomp in zijn oude herenhuis, zijn meest recente fixatie.

Aanvankelijk was het idee om een online gids te maken, vertelt Deelstra. Maar uiteindelijk is dit vanwege de veelheid aan informatie uitgegroeid tot een boek. “Een beetje tegen de trend van deze tijd in”, stelt Deelstra. “Maar het blijft prettig om een fysiek boek vast te houden.”

Vergelijken van thuisbatterijen blijft lastig

In De thuisbatterij gids wordt alles rondom de thuisbatterij uitgelegd. Dit gaat van de verschillende energiemarkten en de verschillende type cellen naar een voorspelling over waar de markt naar toe beweegt. Deelstra doet zelfs gegronde uitspraken over de terugverdientijd van thuisbatterijen en hoe deze positief of negatief wordt beïnvloed.

In het schrijven van dit werk is een ding hem het meeste bijgebleven: het vergelijken van thuisbatterijen is heel lastig. Voornamelijk het vergelijken van de technische prestaties van de batterij zelf is voor consumenten volgens Deelstra erg onoverzichtelijk.

Een belangrijk voorbeeld is de roundtrip-efficiëntie (RTE): het aandeel energie dat na het laden en weer ontladen van een batterij daadwerkelijk overblijft. Fabrikanten communiceren hiervoor percentages, maar die geven volgens Deelstra onvoldoende inzicht in prestaties onder verschillende omstandigheden.

Vooral bij lage vermogens kan het rendement volgens hem sterk veranderen. Een omvormer die ontworpen is om enkele kilowatts te leveren, kan 's nachts bijvoorbeeld slechts enkele honderden watts hoeven af te geven om het sluimerverbruik van een woning te dekken. De elektronica van het systeem moet ondertussen wel actief blijven.

“Er zijn hele goede omvormers die dan nog boven de 90 procent efficiëntie blijven”, stelt Deelstra. “Maar er zijn ook omvormers waarvan het rendement bij een lage belasting sterk terugloopt. Hoe groter het nominale vermogen van de omvormer ten opzichte van het werkelijk gevraagde vermogen, hoe lager de relatieve belasting en doorgaans hoe minder efficiënt de omvormer werkt.”

Daarmee wordt niet alleen de maximale efficiëntie van een systeem relevant, maar juist de efficiëntiecurve: hoe presteert het systeem bij 10, 20, 50 of 100 procent van zijn nominale vermogen? Dergelijke gegevens zijn volgens Deelstra lang niet altijd openbaar beschikbaar.

Ook het stand-by verbruik hoort daarbij. Een batterij die gedurende het hele jaar tientallen watts gebruikt voor zijn elektronica en communicatie, verbruikt zelf een deel van de energie die het systeem juist zou moeten besparen.

Een ‘COP’ voor de thuisbatterij

Deelstra maakt voor thuisbatterijen een vergelijking met warmtepompen. Daar zijn prestaties aan de hand van bijvoorbeeld COP (coëfficiënt of performance) en SCOP (seasonal coëfficiënt of performance) veel beter onder gestandaardiseerde omstandigheden met elkaar te vergelijken. Voor thuisbatterijen mist zo'n breed bruikbare maatstaf om direct appels met appels te kunnen vergelijken volgens hem nog. Deelstra: “Je zou dit dan bijvoorbeeld de wRTE (weighted Round-Trip Efficiency) kunnen noemen.”

Alleen kijken naar de opgegeven RTE is daarbij niet genoeg. Ook de levensduur moet worden meegenomen. Deelstra wijst daarom op de energy throughput: de totale hoeveelheid energie die gedurende de levensduur gegarandeerd door een batterij kan worden geladen en ontladen.

Die waarde kan meer vertellen dan alleen het opgegeven aantal laadcycli. Een garantie van bijvoorbeeld tien of vijftien jaar klinkt aantrekkelijk, maar de voorwaarden verschillen. Niet alleen het maximale aantal cycli speelt een rol, maar ook de resterende State of Health (SoH) waarbij een fabrikant een batterij nog als goed functionerend beschouwt.

“De consument kijkt naar tien jaar garantie of 6.000, 8.000 of 12.000 laadcycli”, zegt Deelstra. “Maar je moet heel erg opletten wat er dan precies geldt.”

Een systeem dat na een bepaalde periode nog 70 procent van zijn oorspronkelijke capaciteit moet behouden, is immers lastig rechtstreeks te vergelijken met een systeem waarbij de garantiedrempel op 60 procent ligt.

Ook terugverdientijd hangt samen met batterij-COP

Juist deze technische details maken het doen van uitspraken over de terugverdientijd ingewikkeld volgens Deelstra. “Je moet eigenlijk het rendement van een thuisbatterij over de hele levensduur weten”, voegt hij toe.

Deelstra ziet de terugverdientijd van de thuisbatterij niet als een vast getal. De businesscase wordt niet alleen bepaald door aanschafprijs en energieprijzen, maar ook door elektrificatiegraad, regelgeving, handelsmogelijkheden, efficiëntie, stand-byverbruik, EMS-aansturing en degradatie gedurende de hele levensduur.

Volgens Deelstra wordt een thuisbatterij vooral zinvol wanneer een huishouden al vergaand is geëlektrificeerd, bijvoorbeeld met een warmtepomp en elektrische auto. Dan vormt elektriciteit een veel groter deel van het totale energieverbruik en kan een batterij meer waarde creëren door eigen zonnestroom te verschuiven naar momenten waarop die nodig is.

Ook kan de businesscase verbeteren wanneer de batterij behalve voor zelfconsumptie wordt ingezet voor handel op dynamische prijzen. Daarvoor moeten de prijsverschillen volgens Deelstra wel groot genoeg zijn en moeten efficiëntie en sluipverbruik gunstig zijn; anders verdwijnen de financiële opbrengsten grotendeels in energieverliezen.

Daarnaast ziet hij het EMS als cruciaal: een goede aansturing kan ervoor zorgen dat de batterij efficiënter wordt gebruikt en minder snel degradeert, wat de economische waarde over de hele levensduur vergroot. Deelstra: “Eigenlijk is je energiemanagementsysteem de key. Dat is de dirigent.”

Kwaliteit over kwantiteit

De volgende stap voor de markt is volgens hem daarom niet alleen méér thuisbatterijen verkopen, maar ook zorgen dat de kwaliteit ervan inzichtelijker wordt. Via Thuisbatterij.coach werkt hij al aan vergelijkingen op basis van prijs en technische eigenschappen. Uiteindelijk wil hij daar een bredere kwaliteitsbeoordeling aan toevoegen waarin efficiëntie, betrouwbaarheid en levensduur gezamenlijk worden gewogen.

Want zolang twee thuisbatterijen allebei met een hoge roundtrip-efficiëntie kunnen worden verkocht, zonder dat duidelijk is hoe ze presteren bij het werkelijke gebruik in een woning, blijft voor de consument een belangrijk deel van de rekensom verborgen.