Europa moet energieonafhankelijker worden: ‘Stop met wachten op de volgende crisis’
Terug
Europa moet investeren in elektrificatie en een sterkere eigen industrie om minder afhankelijk te worden van buitenlandse energie en technologie. Dat betoogde Lucia van Geuns, strategisch adviseur energie bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS), tijdens haar keynote op de Energie Vakbeurs, die plaatsvond van 6 tot en met 8 oktober in de Brabanthallen in Den Bosch. Volgens haar moet Europa niet wachten op een volgende energiecrisis, maar nu handelen.
De energietransitie is niet alleen een klimaatvraagstuk, maar ook een geopolitieke opgave. Dat was de centrale boodschap van Lucia van Geuns op dinsdag 6 oktober in de Brabanthallen in Den Bosch. In haar keynote Energieonafhankelijkheid: stop met wachten op de volgende crisis plaatste ze de omschakeling naar elektrische technieken in de context van internationale concurrentie en de afhankelijkheid van grondstoffen en energie.
Die benadering is relevant voor bedrijven die hun bouwmaterieel, vrachtwagens of productieprocessen willen elektrificeren. De overstap van diesel naar elektriciteit draait immers niet alleen om techniek en kosten, maar ook om de beschikbaarheid van energie en de herkomst van technologie en grondstoffen.
China bouwt aan een voorsprong
De wereldwijde energievraag groeit door onder meer de elektrificatie van mobiliteit, huishoudens en industrie. Ook datacenters en toepassingen op basis van kunstmatige intelligentie vragen steeds meer elektriciteit. Tegelijkertijd neemt het energiegebruik in opkomende economieën toe.
Volgens Van Geuns heeft China zich in deze ontwikkeling een sterke positie verworven. Het land investeert in hernieuwbare energie, elektrificeert zijn economie en exporteert op grote schaal elektrische technologie. Bovendien heeft China een belangrijke positie in de verwerking en raffinage van kritieke grondstoffen die nodig zijn voor bijvoorbeeld batterijen en andere energietechnologie.
Europa dreigt daardoor voor nieuwe afhankelijkheden te komen te staan. De overstap van fossiele brandstoffen naar elektriciteit kan de import van olie en gas verminderen, maar maakt de Europese economie niet automatisch onafhankelijker. Wanneer de benodigde technologie en grondstoffen grotendeels uit het buitenland komen, blijft Europa kwetsbaar voor internationale ontwikkelingen.
Dat heeft ook gevolgen voor bedrijven die willen verduurzamen. Zij zijn niet alleen afhankelijk van voldoende netcapaciteit en betaalbare elektriciteit, maar ook van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van elektrische voertuigen, batterijen en andere onderdelen.
Beleid en investeringen bepalen het tempo
Van Geuns wees op de rol van overheden bij het versnellen van de energietransitie. Technologische innovatie alleen is niet voldoende: ook investeringen, financieringsmogelijkheden en consistent beleid bepalen hoe snel Europa zijn positie kan versterken.
Daarbij kampt Europa met verschillende obstakels. Bedrijven hebben te maken met hoge kosten, beperkte toegang tot kapitaal en personeelstekorten. Ook de opbouw van een eigen productieketen voor kritieke grondstoffen verloopt moeizaam. Hoewel Europa zelf over grondstoffen beschikt, is de winning en verwerking ervan niet altijd economisch haalbaar.
China heeft op verschillende onderdelen van de productieketen een voorsprong opgebouwd. De Europese ambities voor klimaatneutraliteit moeten daarom volgens de lijn van Van Geuns gepaard gaan met een strategie voor industriële ontwikkeling en energiezekerheid.
Dat vraagt ook om vooruitdenken. Wanneer beleid vooral wordt aangepast nadat een crisis zich heeft voorgedaan, loopt Europa het risico achter de ontwikkelingen aan te blijven lopen. Investeringen in energievoorziening, technologie en industrie zijn juist nodig voordat nieuwe verstoringen de kwetsbaarheid opnieuw blootleggen.
Zonne-energie biedt kansen, maar schept ook afhankelijkheden
Zonne-energie speelt een belangrijke rol in de groei van hernieuwbare elektriciteit. De uitbreiding van zonne-PV kan de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen verkleinen, maar legt tegelijkertijd een ander vraagstuk bloot: China heeft ook in de productie van zonnepanelen en onderdelen van de bijbehorende keten een sterke positie.
Voor Europa is het daarom niet alleen van belang om meer duurzame elektriciteit op te wekken, maar ook om na te denken over de herkomst van de benodigde technologie. Hetzelfde geldt voor batterijen en andere componenten die nodig zijn om elektriciteit op te slaan en flexibel te gebruiken.
Voor Nederlandse bedrijven betekent de energietransitie dat opwekking, opslag en energiemanagement steeds meer in samenhang moeten worden bekeken. Zonnepanelen, batterijen en elektrische toepassingen kunnen helpen om het energiegebruik anders in te richten, al hangen de mogelijkheden af van onder meer het verbruiksprofiel, de netaansluiting en de investeringskosten.
Van geopolitiek naar de beursvloer
De Nationale Energie Week bracht met ruim 500 exposanten en partners en ongeveer 225 kennissessies verschillende onderdelen van de energietransitie samen: Vakbeurs Energie richtte zich op de gebouwde omgeving en energiesystemen, Industrial Heat & Power op industriële verduurzaming, PREFAB op geïndustrialiseerde bouw en Zero Emission | Ecomobiel op emissievrije mobiliteit en logistiek. Tijdens Zero Emission | Ecomobiel werd bovendien de Logistiek Laadplein Award 2026 uitgereikt aan Albert Heijn.
Op de beursvloer werd duidelijk dat elektrificatie om meer vraagt dan de aanschaf van een elektrische machine of vrachtwagen. Bedrijven hebben ook laadinfra, voldoende netcapaciteit en slimme oplossingen voor energiebeheer nodig. Daarmee sluiten de praktische uitdagingen aan bij de strategische vragen uit de keynote van Van Geuns.
Voor Europa ligt er volgens Geuns een dubbele opgave: de energietransitie versnellen én voorkomen dat de afhankelijkheid van fossiele energie simpelweg wordt vervangen door een nieuwe afhankelijkheid van buitenlandse technologie en grondstoffen.

























