Kun je als huurder af van een zonnepanelencontract nu de salderingsregeling vanaf 2027 stopt

Terug
10.09.2026 Hoofdartikel
Kun je als huurder af van een zonnepanelencontract nu de salderingsregeling vanaf 2027 stopt
Bastiaan van Perlo van de Woonbond

De beëindiging van de salderingsregeling kan huurders met zonnepanelen voor een lastig probleem stellen. Waar de opbrengst van zonnepanelen jarenlang kon worden verrekend met het eigen stroomverbruik, verandert dat vanaf 2027. Tegelijkertijd betalen huurders in veel gevallen een vast bedrag per maand voor de zonnepanelen. Wie daardoor meer betaalt dan de panelen opleveren, kan niet zomaar van het contract af.

Volgens Bastiaan van Perlo van de Woonbond is het grootste deel van de huurders juridisch niet beschermd tegen die situatie. De Woonbond heeft verschillende zonnepanelencontracten bekeken. In een aantal overeenkomsten staat expliciet dat de kosten kunnen worden aangepast wanneer de opbrengst van zonnepanelen verandert. Maar die clausule ontbreekt volgens Van Perlo in het merendeel van de contracten.

Hoe groot dat aandeel precies is, valt volgens hem niet te zeggen. De Woonbond beschikt niet over een compleet overzicht van alle zonnepanelencontracten in Nederland. Op basis van de overeenkomsten die zijn bekeken, schat Van Perlo dat meer dan 60 tot 70 procent geen clausule bevat die huurders beschermt tegen veranderende omstandigheden.

Contract is contract

Als zo’n clausule ontbreekt, betekent dat volgens Van Perlo niet automatisch dat een huurder het contract kan aanvechten. “Als het contract voor onbepaalde tijd is en er is geen ontbindende grond aanwezig in de clausules, kun je dus niet onder de overeenkomst uit.”

Dat maakt het voor huurders moeilijk om zich aan een ongunstig contract te onttrekken. Een beroep op veranderde omstandigheden is juridisch denkbaar, maar Van Perlo verwacht daar niet veel van. Het Nederlandse overeenkomstenrecht biedt volgens hem weinig ruimte om een eenmaal gesloten contract eenzijdig op te zeggen omdat de omstandigheden zijn veranderd.

Wel kunnen huurder en verhuurder gezamenlijk besluiten om het contract aan te passen. Zij kunnen bijvoorbeeld een lagere vergoeding afspreken of de looptijd wijzigen. “Als partijen willen, kunnen zij naar elkaar toestappen en zeggen: we zullen het contract aanpassen. Als je het samen eens bent, kun je een overeenkomst altijd herzien.”

Grote verschillen tussen contracten

De financiële gevolgen verschillen sterk per overeenkomst. Van Perlo noemt als voorbeeld contracten waarbij huurders ongeveer 17,5 cent per kilowattuur betalen voor de opgewekte zonnestroom.

Zolang salderen mogelijk is, kan zo’n constructie aantrekkelijk zijn. De stroom die een huurder zelf opwekt, kan immers worden verrekend met het eigen verbruik. Vanaf 2027 verandert dat. Stroom die niet direct wordt gebruikt, wordt teruggeleverd aan het net en levert daarvoor een veel lagere vergoeding op.

“Dan ga je gewoon betalen voor stroom die op dat moment voor jezelf niets waard is”, aldus Van Perlo.

Volgens de Woonbond zouden de kosten daarom naar beneden moeten zodra de financiële waarde van de opgewekte zonnestroom sterk afneemt. Van Perlo noemt ongeveer 2 euro per zonnepaneel per maand als een redelijke indicatie. Dat bedrag is volgens hem geen harde grens, maar wel gebaseerd op wat een gemiddeld paneel bij eigen gebruik nog oplevert.

Tegelijkertijd betalen huurders bij veel corporaties momenteel ongeveer 3,50 euro per paneel per maand. Dat verschil kan vanaf 2027 dus rechtstreeks als kosten bij de huurder terechtkomen.

Woonbond waarschuwde eerder voor einde saldering

Volgens Van Perlo had een deel van de problemen voorkomen kunnen worden. De Woonbond adviseerde huurdersorganisaties al enkele jaren geleden om een clausule te laten opnemen in zonnepanelencontracten. Daarin zou moeten staan dat de vergoeding wordt aangepast wanneer de opbrengst van de panelen niet langer opweegt tegen de kosten.

De afbouw van de salderingsregeling was immers al langere tijd onderwerp van discussie. Sommige verhuurders hebben zo’n clausule inderdaad opgenomen, maar lang niet allemaal.

Volgens Van Perlo ligt de verantwoordelijkheid daarbij vooral bij verhuurders. “Zij zijn de professionele partij, ze zijn ook de meest machtige partij in deze relatie. Ik vind dat zij de meest verantwoordelijke partij zijn om een eerlijke en correct nageleefde overeenkomst te hebben over zonnepanelen.”

Ook de afschrijving van zonnepanelen speelt daarbij een rol. Volgens Van Perlo zijn er juridische aanknopingspunten om de maximale kosten van zonnepanelen te koppelen aan de periode waarin de panelen worden afgeschreven. De Huurcommissie gaat volgens hem uit van een afschrijvingstermijn die afhankelijk van de ingangsdatum tien tot vijftien jaar is.

Veel zonnepanelen op huurwoningen zijn echter pas de afgelopen vijf à zes jaar op grote schaal geplaatst. Daardoor moet de discussie over het einde van de afschrijving volgens Van Perlo in veel gevallen nog beginnen.

‘Overheid heeft grootste verantwoordelijkheid’

Van Perlo legt de primaire verantwoordelijkheid voor het huidige probleem echter niet bij de verhuurders, maar bij de overheid. De beëindiging van de salderingsregeling is volgens hem veel abrupter verlopen dan eerder werd verwacht.

De Woonbond steunt daarom de verhuurders die compensatie van de overheid vragen voor de gevolgen van de veranderde regelgeving. Als verhuurders de kosten voor zonnepanelen moeten verlagen, lopen zij immers inkomsten mis op investeringen die zij eerder hebben gedaan.

“De overheid heeft hier veruit het meest onbetrouwbaar gehandeld”, stelt Van Perlo. Volgens hem moeten verhuurders daarom eerst de ruimte krijgen om compensatie voor die schade te krijgen.

Tegelijkertijd is dat geen vrijbrief voor verhuurders om huurders met de rekening te laten zitten. Als er uiteindelijk geen overheidscompensatie komt, verwacht Van Perlo dat verhuurders hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de kosten voor huurders moeten verlagen.

Minder geld voor verduurzaming en nieuwbouw

Daar zit volgens de Woonbond wel een dilemma. Wanneer corporaties inkomsten uit zonnepanelen verliezen, kan dat ten koste gaan van hun investeringsruimte. Die ruimte is onder meer nodig voor verduurzaming en nieuwbouw.

Corporaties benutten volgens Van Perlo bovendien doorgaans de ruimte die zij krijgen voor huurverhogingen. Daardoor is het niet eenvoudig om een verlies aan inkomsten uit zonnepanelen volledig via andere huurinkomsten te compenseren.

Toch vindt de Woonbond dat huurders niet uiteindelijk de dupe mogen worden van de veranderde regelgeving. Zeker omdat het volgens Van Perlo gaat om een groep die financieel vaak weinig ruimte heeft.

Vertrouwen in verduurzaming onder druk

Een belangrijker probleem is volgens Van Perlo misschien nog wel het effect op het draagvlak voor verduurzaming. Huurders die dachten dat zonnepanelen hen financieel voordeel zouden opleveren, kunnen vanaf 2027 geconfronteerd worden met extra kosten.

“Het is heel slecht voor het draagvlak onder huurders voor de energietransitie”, zegt Van Perlo.

Als verduurzamingsmaatregelen die eerder als financieel aantrekkelijk werden gepresenteerd uiteindelijk geld gaan kosten, kan dat volgens hem het vertrouwen in nieuwe maatregelen aantasten.

Dat maakt de situatie volgens de Woonbond extra ongewenst. Zonnepanelen blijven volgens Van Perlo immers een belangrijke duurzame energiebron. Maar huurders kunnen door de huidige onzekerheid juist terughoudend worden om zonnepanelen te accepteren.

Wat kunnen huurders nu doen?

Voor huurders die zich zorgen maken, ziet Van Perlo op korte termijn weinig eenvoudige oplossingen. Het opzeggen van een zonnepanelencontract acht hij doorgaans niet kansrijk. Wel kunnen huurders hun verhuurder vragen om de overeenkomst aan te passen.

Daarnaast adviseert de Woonbond huurders om zoveel mogelijk gebruik te maken van de zonnestroom op het moment dat die wordt opgewekt. Direct eigen verbruik wordt vanaf 2027 belangrijker, omdat teruglevering financieel veel minder aantrekkelijk wordt.

De Woonbond onderzoekt ook ingewikkeldere oplossingen, zoals het automatisch beperken van de productie van zonnepanelen in combinatie met dynamische energiecontracten. Van Perlo is daar echter terughoudend over. Dergelijke systemen zijn volgens hem te complex voor veel huurders en vereisen bovendien een dynamisch energiecontract.

Daarom ligt de belangrijkste oplossing volgens de Woonbond niet bij individuele huurders, maar primair bij de overheid en in tweede instantie bij verhuurders.

'Nieuwe contracten moeten duidelijker'

Voor nieuwe zonnepanelencontracten vindt Van Perlo het belangrijk dat de looptijd en afschrijving duidelijk worden vastgelegd. Een contract zou volgens hem niet onbeperkt moeten doorlopen wanneer de zonnepanelen hun economische levensduur hebben bereikt.

Tegelijkertijd ziet hij dat verhuurders momenteel nog steeds zonnepanelen plaatsen. De vraag is volgens hem wel hoeveel vertrouwen huurders daar nog in hebben.

“Het beeld is natuurlijk negatief geworden om zo’n panelen aan te nemen”, stelt Van Perlo. Huurders weten inmiddels dat de financiële voorwaarden kunnen veranderen en kunnen daardoor terughoudend worden.

Voor de Woonbond is de strijd daarmee nog niet gestreden. De organisatie blijft inzetten op compensatie vanuit de overheid. Tegelijkertijd wil zij verhuurders aanspreken op hun verantwoordelijkheid om te voorkomen dat huurders vanaf 2027 financieel nadeel ondervinden van hun zonnepanelen.

“Dat er pijn ontstaat aan de kant van de huurder is absoluut ongewenst. Dat moeten we allemaal willen voorkomen.”