‘Netcapaciteit moet veel eerder in woningbouwplanning worden meegenomen’

Terug
21.10.2026 Hoofdartikel
‘Netcapaciteit moet veel eerder in woningbouwplanning worden meegenomen’

Nieuwbouwprojecten die vertraging oplopen doordat ze geen aansluiting op een trafohuisje kunnen krijgen, het is een probleem dat de afgelopen tijd steeds vaker voorkomt. Dit zorgt ervoor dat mensen die graag willen gaan klussen in huis, of er in willen trekken, dat maanden later pas kunnen vanwege de ontbrekende benodigde aansluitingen. Hoe is dit probleem op te lossen?

De precieze bottleneck, het ontbreken van een transformatorhuisje, de capaciteit, kabelverbinding of capaciteit van het net, verschilt volgens Nicolette Zandvliet (senior jurist bij NEPROM) per locatie. NEPROM is de brancheorganisatie voor project- en gebiedsontwikkelaars in Nederland.

“De fysieke inpassing van nieuwe infrastructuur is niet altijd eenvoudig”, zegt Zandvliet. “Zeker in dichtbebouwde gebieden is ruimte schaars en tegen nieuwe energie-infrastructuur kan bezwaar worden gemaakt, met vertraging als gevolg.” Voor woningbouw is daarom vooral van belang dat veel eerder duidelijk is welke infrastructuur nodig is, waar die moet komen en wanneer die kan worden gerealiseerd.

Hoe groot is de schaal van dit probleem intussen? Over hoeveel woningen gaat het?

“Een landelijk totaaloverzicht van het aantal woningbouwplannen dat door netcongestie niet doorgaat, is er niet”, zegt de jurist. “In Kamervragen is wel een aantal van circa tienduizend reeds gebouwde woningen genoemd die niet bewoond zouden kunnen worden omdat een stroomaansluiting ontbreekt. Het kabinet heeft expliciet aangegeven dit aantal niet te herkennen. Bij het ministerie zijn slechts enkele projecten bekend waar deze situatie zich voordoet of dreigt.”

“Wij willen daarom niet speculeren over aantallen. Wel is duidelijk dat netcapaciteit een serieus risico is geworden voor de voortgang van woningbouwprojecten. Bij een nationale ambitie van 100.000 woningen per jaar hoort wat ons betreft ook landelijk inzicht in waar onvoldoende netcapaciteit de woningbouwproductie bedreigt.”

 Zandvliet geeft aan dat het probleem de afgelopen jaren absoluut groter is geworden. “Een elektriciteitsaansluiting was bij woningbouw lange tijd min of meer een gegeven. Dat is niet meer vanzelfsprekend. Sinds 1 juli 2026 kunnen ook aanvragen voor nieuwbouwwoningen in congestiegebieden op een wachtlijst voor transportcapaciteit terechtkomen. Dat is een fundamentele verandering voor woningbouw. Netcapaciteit moet daarom veel eerder in het ontwikkelproces worden betrokken.”

“De problematiek verschilt sterk per regio en is op dit moment onder meer zeer nijpend in Utrecht, Flevoland en Gelderland. Maar de druk op het elektriciteitsnet speelt inmiddels breder.” In een deel van de provincie Utrecht kon een aansluitstop niet voorkomen worden.

“Daarbij moet worden voorkomen dat een lappendeken ontstaat van verschillende provinciale en gemeentelijke eisen aan nieuwbouw”, zegt Zandvliet. “Voor ontwikkelaars die door heel Nederland woningen bouwen zijn landelijke, voorspelbare uitgangspunten belangrijk.”

 Zijn er ook nog veel huizen die later kunnen worden aangesloten? Hoe groot is die groep ten opzichte van huizen die helemaal geen aansluiting krijgen?

“Daarvan bestaat geen betrouwbare landelijke telling”, zegt Zandvliet. “Bovendien is voor woningbouw niet alleen relevant of een woning uiteindelijk kan worden aangesloten, maar vooral wanneer.”

“Een woning die gereed is maar pas veel later kan worden aangesloten, kan niet normaal in gebruik worden genomen. Dat maakt voorspelbaarheid over het moment van aansluiting essentieel.”

Als er vertraging ontstaat, wie draait dan uiteindelijk op voor de kosten? “In eerste instantie de ontwikkelaar, corporatie of een andere initiatiefnemer”, zegt de jurist. “Denk aan extra financieringslasten, langere bouwplaatskosten, vertraging van de verkoop of oplevering en eventuele aanpassingen van het project.”

“Uiteindelijk moeten die kosten ergens worden opgevangen. Dat is extra problematisch omdat de financiële haalbaarheid van woningbouwprojecten al sterk onder druk staat. De Tweede Kamer heeft het kabinet daarom ook gevraagd de meerkosten van netneutrale woningbouw en de verdeling daarvan in beeld te brengen.”

En met wat voor schade krijgen de huiseigenaren te maken?

“Voor kopers kan een vertraagde aansluiting betekenen dat zij later hun woning in kunnen, terwijl bijvoorbeeld financieringslasten of tijdelijke woonlasten doorlopen”, zegt Zandvliet. “De inzet moet vooral zijn dat dit soort situaties worden voorkomen. Problemen met netcapaciteit moeten niet pas bij de oplevering van een woning zichtbaar worden.”

Kunnen ontwikkelaars bij het ontwerp van wijken niet al rekening houden met de infrastructuur?

“Jazeker”, geeft Zandvliet aan. “Denk aan ruimte voor transformatorhuisjes, het beperken van piekbelasting, slimme sturing, opslag en collectieve energiesystemen.”

"Maar het is belangrijk om reëel te zijn over wat daarmee wordt bereikt”, plaatst Zandvliet een kanttekening. “Dergelijke maatregelen kunnen de belasting van het net verminderen, maar brengen vaak ook extra investeringen en kosten met zich mee. En een netbewust ontworpen wijk geeft de ontwikkelaar nog geen garantie dat op het benodigde moment daadwerkelijk voldoende transportcapaciteit en een aansluiting beschikbaar zijn. We moeten dus zeker kijken wat binnen een project mogelijk is, maar daarmee is het onderliggende capaciteitsprobleem niet opgelost.”

Op de vraag wie verantwoordelijk is voor deze situatie zegt NEPROM dat ze niet één partij aan willen wijzen. “De elektrificatie is snel gegaan, terwijl uitbreiding van het elektriciteitsnet veel tijd kost”, zegt Zandvliet. “Voor de oplossing ligt er wel nadrukkelijk een regierol bij het Rijk. Woningbouw en energie-infrastructuur zijn beide nationale opgaven. Het Rijk moet ervoor zorgen dat woningbouwprogrammering, investeringen in het elektriciteitsnet, ruimtelijke procedures en regelgeving veel beter op elkaar aansluiten.

Hoe kan dit probleem het beste worden opgelost? Is er ook een oplossing die sneller toegepast kan worden maar wellicht niet de meest effectieve is?

“Structureel moet de capaciteit van het elektriciteitsnet fors omhoog”, aldus de jurist. “Dat betekent investeren in kabels, stations en andere infrastructuur en vooral zorgen dat die sneller kan worden gerealiseerd. De procedures daarvoor duren nu vaak lang, terwijl zowel de energie- als de woningbouwopgave urgent is.”

“Tegelijkertijd moeten we de bestaande capaciteit slimmer gebruiken. Flexibel gebruik, opslag en andere technische oplossingen kunnen op kortere termijn ruimte creëren. Maar we moeten voorkomen dat de discussie alleen nog gaat over het verdelen van schaarste. De structurele opdracht blijft om de koek groter te maken: sneller meer netcapaciteit realiseren.”

Om te voorkomen dat problemen met de aansluitingen pas naar voren komen wanneer de woningen er al staan, moet netcapaciteit vanaf het begin in de aandacht staan volgens Zandvliet. “Dat vanaf 1 oktober 2026 netcapaciteit eerder kan worden aangevraagd voor toekomstige woningbouwprojecten is daarom een belangrijke stap vooruit”, zegt Zandvliet.

“Maar eerder aanvragen is nog geen aansluitgarantie. Bovendien kan daarbij een aanzienlijke aanbetaling worden gevraagd, die in de praktijk kan oplopen tot 20 procent. Dat betekent dat een ontwikkelaar al vroeg in het proces extra middelen moet vastleggen, zonder dat daarmee zekerheid bestaat dat de benodigde capaciteit op het moment van oplevering daadwerkelijk beschikbaar is.

“Voor een ontwikkelaar die miljoenen investeert en woningen gaat bouwen, is juist die voorspelbaarheid essentieel. De volgende stap moet daarom zijn dat veel eerder in het proces betrouwbare duidelijkheid ontstaat over beschikbare capaciteit en planning, en dat de financiële voorwaarden daarbij werkbaar en proportioneel zijn.”

Komt een bouwstop steeds dichterbij?

“Nee dat is nog lang niet zo ver, maar het risico is serieus genoeg om nu te handelen. Nederland heeft een enorme woningbouwopgave. Als een essentiële randvoorwaarde als netcapaciteit onvoldoende beschikbaar is of pas laat duidelijk wordt, kunnen projecten vertragen of stilvallen. We moeten voorkomen dat netcongestie uitgroeit tot een nieuwe systeemblokkade voor de woningbouw.”

“Een misvatting rond de relatie tussen netcongestie en woningbouw is dat het een probleem is dat binnen het woningbouwproject zelf kan worden opgelost”, besluit Zandvliet. “Ontwikkelaars moeten vanzelfsprekend kijken hoe zij de energievraag van nieuwe wijken kunnen beperken en beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk kunnen gebruiken. Maar zulke maatregelen kosten geld en geven geen zekerheid dat een woning daadwerkelijk op tijd kan worden aangesloten.”

“De kern van de opgave ligt daarom buiten het individuele woningbouwproject: voldoende netcapaciteit realiseren, procedures voor energie-infrastructuur versnellen en ervoor zorgen dat woningbouw- en energieplanning vanaf het begin op elkaar aansluiten.”