Onzekerheid over SDE++ zorgt voor uitstel investeringen in hernieuwbare energie

14.01.2026 Evelien Schreurs

Onzekerheid over SDE++ zorgt voor uitstel investeringen in hernieuwbare energie

Een rondvraag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie laat zien dat onzekerheid over het stopzetten van de SDE++ leidt tot uitstel of zelfs het stopzetten van hernieuwbare energieprojecten. Onlangs deed de NVDE daarom de oproep om snel met duidelijkheid te komen over subsidiëring, om vertraging van de energietransitie te voorkomen. 

“Het budget in 2026 is waarschijnlijk € 8 miljard. Het kabinet stelt dit nog vast door te kijken naar de te verwachten projecten en het beschikbare geld”, schrijft de RVO over de SDE++. Vanaf 2027 is er echter nog geen budget voor nieuwe SDE++-projecten.

Uit een inventarisatie van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), eind vorig jaar, blijkt dat bijna alle bedrijven (zeer) bezorgd zijn over de voortgang van hun duurzame energieprojecten door het ontbreken van budget voor de SDE++ vanaf 2027. Slechts 3 procent zegt zich geen zorgen te maken. Een vijfde van de bedrijven verwacht in 2027 helemaal niet meer te investeren in duurzame energieprojecten, een derde verwacht dan minder dan de helft te investeren dan ze in 2024 deden. De bedrijven verwachten dat vooral minder geïnvesteerd zal worden in  ingewikkeldere en de opschaling van nieuwe technieken.

Bijna driekwart van de gevraagde bedrijven verwacht dat de ontwikkeling van nieuwe duurzame energieprojecten halveert of zelfs stil komt te liggen. Slechts 7 procent van de bedrijven geeft aan dat het stoppen van de SDE++ geen gevolgen zal hebben voor hun bedrijf.

De NVDE wil dat er snel duidelijkheid komt over het budget voor de SDE++. “De SDE++ is het fundament onder het belangrijkste dat bedrijven nodig hebben om duurzame projecten te realiseren: beleidszekerheid. We dringen erop aan dat een nieuw kabinet Nederland vooruithelpt met consistent beleid en vanaf 2027 voor langere termijn geld reserveert voor de SDE++. Dat is nodig voor onze onafhankelijkheid, ons investeringsklimaat en voor grip op de energierekening van huishoudens en bedrijven,” zegt NVDE-voorzitter Olof Van der Gaag.

Voor bestaande projecten is de subsidie wel geborgd, stelt de NVDE, maar het probleem zit hem in nieuwe projecten waar SDE++ voor nodig is. Nieuwe hernieuwbare energieprojecten hebben een lange aanlooptijd en hebben (financierings)zekerheid nodig voor in ieder geval de komende paar jaar.

Die zekerheid, voor de subsidie vanaf 2027, is er nu niet. Volgens de NVDE leidt dat nu al tot uitstel van investeringen, het afblazen van projecten en financieringsproblemen. “Hoewel veel projecten het merendeel van hun inkomsten halen uit de verkoop van hernieuwbare energie stellen banken een SDE++-beschikking vaak als voorwaarde voor financiering. Zonder deze zekerheid verslechtert het investeringsklimaat in rap tempo.”

Bedrijven geven aan de NVDE aan dat ze uiterlijk in de eerste helft van 2026 duidelijkheid nodig hebben over de SDE++ van 2027. De NVDE roept op om in ieder geval tot die tijd door te gaan met het voorbereiden van hernieuwbare energieprojecten om onnodige vertraging te voorkomen.

Nieuwe Europese wetgeving

Dat de SDE++ in ieder geval in de huidige vorm zal verdwijnen, heeft ook te maken met Europese regels. Volgens die nieuwe regels mogen overheden per 2027 geen financiële steun geven aan projecten zoals dat nu bij de SDE++ gebeurt.

“De Europese Commissie vindt dat bedrijven daarmee te veel voordeel krijgen bij een hoge marktprijs, terwijl ze daarnaast ook nog subsidie ontvangen bij lage prijzen. Dit zorgt volgens de EC voor overstimulering en daarmee oneerlijke concurrentie, in vergelijking met bedrijven uit andere landen”, legt de RVO uit.

Op bestaande zon- en windparken heeft dat geen effect. Voor nieuwe projecten wordt gewerkt aan Contracts for Difference.

Eind vorig jaar opende de SDE++-ronde voor 2025. Er is een budget van 8 miljard dat verdeeld kan worden onder hernieuwbare energieprojecten, maar er werd voor bijna 22 miljard euro aan aanvragen gedaan. Dit jaar gingen er relatief veel aanvragen naar waterstof, groen gas en het afvangen en opslaan van CO2. Incomplete aanvragen zullen nog afvallen, en ook zijn er deels dubbele aanvragen ingediend, schrijft demissionair minister van Klimaat en Groene Groei.

“Het komt soms voor dat projecten in twee categorieën worden ingediend. Hiermee willen de aanvragers voorkomen dat zij in de verkeerde categorie indienen, waardoor de aanvraag zou worden afgewezen. Een project kan echter maar één subsidiebeschikking ontvangen. Hierdoor zal, voor zover RVO nu kan overzien, zo’n € 3,1 miljard aan aanvragen afvallen.”

Uiteindelijk zal de subsidie worden vergeven aan de projecten die voor het laagste subsidiebedrag de meeste CO2-winst kunnen behalen. Het streven van het kabinet is dan ook dat het een ‘ concurrerende tender’ is.

Dat er meer wordt aangevraagd dan budget beschikbaar is, is dan ook een positief teken volgens Hermans. “Omdat het ondersteunen van deze projecten met de SDE++ betekent dat ondernemers hun bedrijf toekomstbestendig kunnen maken en zo mee kunnen gaan met de uitdagingen van deze tijd. Uitputting van het budget brengt helaas ook mee dat niet al deze projecten dit jaar ondersteund en uitgevoerd kunnen worden. Deze ondernemers kunnen in 2026 opnieuw een aanvraag indienen.”