RainEnergy: ‘Door regenwater en energie te combineren, kunnen we netcongestie aanpakken’
Terug
Marcel Kasteleijn, van oorsprong bouwkundige en Ton van Hecke, zijn leven lang bezig geweest met water, zijn de initiatiefnemers van RainEnergy. Ze hebben een nieuw model ontwikkeld dat volledig draait op regenwater. Dat zetten ze onder meer in om netcongestie tegen te gaan en de energietransitie vooruit te helpen.
Hoe werkt het RainEnergy-concept? De twee leggen het uit: het begint allemaal bij regenwater dat via het dak of op straat wordt opgevangen. Dat wordt via een filter naar een dakwaterbuffer geleid, om vervolgens naar een grijswaterbuffer te gaan. Het regenwater kan ook gebruikt worden voor de wasmachine, of om het toilet mee door te spoelen.”
Het water dat retour komt, wordt via een standaard, beproefd systeem met onder andere een septic tank en een helofytenfilter, een grote plantenbak, gefilterd. Daarmee kun je een volledig circulair systeem maken. Het systeem is bovendien modulair opgebouwd.
Vanaf 2027 kan er met het model regenwater worden omgezet in drinkwater. Daarvoor moet de wetgeving nog worden aangepast. Vitens en overheidsorganen moeten aangeven dat je drinkwater op deze manier mag produceren.
Grote waterbuffers zijn de volgende stap in het systeem. Het zijn bufferzakken die vol of leeg kunnen zijn. Daarin wordt het water opgewarmd of juist afgekoeld. In het model wordt ook een leidingsysteem gebruikt, voor warme, koude en middentemperaturen. De buffers worden vooral ’s nachts opgeladen, als er weinig verbruik is.
Netcongestie tegengaan
Kasteleijn en Van Hecke geven aan dat het model kan helpen om netcongestie tegen te gaan. “Door de problemen met netcongestie is het energiecomponent belangrijker geworden”, zegt Van Hecke. “Vijf jaar geleden had de focus er minder op gelegen. Maar dat is dan weer het fijne van ons systeem, het is multifunctioneel. Je kan het inzetten voor hetgeen dat het meest nodig is om aan te pakken.”
“Wat dit betreft moeten we twee dingen uit elkaar houden”, vult Kasteleijn aan. “Bij netcongestie gaat het om elektrische energie. Wij helpen het verminderen daarvan doordat wij, in tegenstelling tot huidige warmtepompen, het systeem niet op het minst ideale moment laten draaien. Warmtepompen kunnen verwarmen en koelen, maar qua effectiviteit en netbelasting is het niet altijd ideaal wanneer ze dat doen.”
“Wij gebruiken energie efficiënter en op momenten waarop er juist veel energie beschikbaar is. Daarmee helpen we de netcongestie te beperken. Voor watercongestie geldt iets vergelijkbaars. Als er een hoosbui komt, absorberen wij die. Er komt dan niet meteen een enorme hoeveelheid water op straat of in het riool terecht.”
Maar hoe kan dit systeem werken wanneer het weinig regent? De zomers worden steeds droger. “Daar hebben we al ervaring mee met projecten in de Drentse Veenkolonieën en België”, zegt Van Hecke, die zijn hele werkzame leven met water bezig is geweest. “Daar draaien woningen met een waterbuffer van ongeveer 20 kubieke meter. Daarmee kunnen ze een periode van zes tot acht weken overbruggen. In Nederland is het gemiddelde waterverbruik ongeveer 100 liter per persoon per dag. Met de buffers zoals wij ze toepassen, kun je rustig drie tot vier maanden overbruggen en misschien zelfs een half jaar.”
Het systeem maakt gebruik van slimme sturing, maar die zal in het begin nog niet volledig dekkend zijn. Kasteleijn: “Daar wordt het weerbericht voor gebruikt maar de software gaat ook voorspellen wat de gebruiker doet op basis van eerder gedrag. Natuurlijk kan er een uitzondering zijn, bijvoorbeeld de eerste keer dat de bouwvak begint. Maar de software zal zoiets later herkennen.”
De schematische weergave van het RainEnergy model Bron: RainEnergy
Uitrol van het project
“Technisch gezien hebben we aangetoond dat ons systeem werkt”, zegt Van Hecke. “Het belangrijkste voor de komende periode is dat we het in de praktijk gaan laten zien. We hebben dus al projecten lopen, we zijn ook in overleg met de gemeente Apeldoorn die 6.000 woningen wil gaan bouwen. We kijken naar het gemeentehuis van Oude IJsselstreek en een ecologische boerderij in Noord-Duitsland.”
“Een mooi voorbeeld is de kleinste soepfabriek in Leek. De productie is biologisch en zonder conserveermiddelen. Die draait inmiddels een jaar en dat laat zien dat ons concept werkt.” Daarmee maakt de eigenaar zijn machines en dergelijke schoon. Hij is van plan om in de toekomst ook regenwater verder te gaan gebruiken in het productieproces.
“De reacties op ons project zijn vooral positief”, gaat Van Hecke verder. “Als ik ook zag hoe Duitsland, met name de Universiteit van Münster, reageerde, die waren hartstikke blij met ons. In 2027 moet er een groot Interreg-project komen waarin Nederlandse en Duitse partijen samen moeten gaan werken.”
“Ons doel is om dit project uiteindelijk over heel Europa uit te rollen”, zegt Kasteleijn. “In de rest van dit jaar willen we het eerste prototype bouwen. Daarmee kunnen alle berekeningen en ontwerpen met meetresultaten worden gevalideerd. Daarvoor werken we samen met de Achterhoek Ambassadeurs. Tussen nu en twee jaar willen we van TRL 4 naar 8 of 9 zijn.” Van Hecke en Kasteleijn zijn ervan overtuigd dat het project binnen 5 jaar over heel Europa uitgerold kan zijn.
De financiering voor het project is op dit moment de grootste hobbel. “De kosten gaan altijd voor de baten uit”, zegt Kasteleijn. “Er is laatst door de provincie een positieve haalbaarheidsstudie uitgevoerd, dat zou kunnen helpen om meer partijen aan te trekken.”
“Dus alle partijen die interesse hebben in ons project en ons op wat voor manier dan ook willen helpen kunnen zich bij ons melden”, besluit Van Hecke. “Wij staan er absoluut voor open om te praten en dit samen tot een success te maken.”


























