Vertrekkend topvrouw TenneT wil een weerbaarder energiesysteem en minder afhankelijk zijn van buitenland

Terug
28.09.2026 Hoofdartikel
Vertrekkend topvrouw TenneT wil een weerbaarder energiesysteem en minder afhankelijk zijn van buitenland

De energietransitie draait niet alleen om duurzaamheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid. Ook weerbaarheid moet een volwaardige pijler van het energiesysteem worden. Dat stelde TenneT-topvrouw Manon van Beek donderdag tijdens het ACM Energizer-symposium in Den Haag. Volgens haar moet Europa minder afhankelijk worden van andere landen, bedrijven en externe partijen en meer grip krijgen op de eigen energievoorziening.

”Er is niet één antwoord op duurzaamheid, weerbaarheid en betaalbaarheid. Dat moeten we met elkaar oplossen”, stelde Van Beek tijdens de bijeenkomst. Het symposium bracht onder meer netbeheerders, beleidsmakers, toezichthouders, politici en andere partijen uit de energiesector samen rond de vraag hoe de energietransitie versneld kan worden zonder dat betaalbaarheid en leveringszekerheid uit het oog worden verloren.

Minder afhankelijk van anderen

Met weerbaarheid bedoelt Van Beek niet alleen dat het elektriciteitsnet bestand moet zijn tegen storingen of sabotage. Het gaat volgens haar ook om strategische autonomie: Nederland en Europa moeten minder afhankelijk zijn van andere landen, producenten, exploitanten en externe partijen.

De recente geopolitieke ontwikkelingen laten volgens de TenneT-topvrouw zien waarom dat noodzakelijk is. De oorlog in Oekraïne heeft de Europese energievoorziening al ingrijpend veranderd door de afbouw van de import van Russisch gas. De oorlog in het Midden-Oosten heeft vervolgens gevolgen voor de aanvoer van brandstoffen via de Straat van Hormuz. Dat werkt door in energie- en brandstofprijzen en daarmee ook in de koopkracht van huishoudens en investeringsbeslissingen van bedrijven.

Niet alleen achteraf toezicht houden

Volgens van Beek moet ook de toezichthouders zich gaan bemoeien met de energiezekerheid. Zij ziet voor de ACM niet alleen een controlerende en regulerende rol, maar ook een meer strategische rol vooraf.

De ACM zou al tijdens de ontwikkeling van regelgeving moeten meekijken en met netbeheerders en andere partijen moeten bespreken of regels daadwerkelijk uitvoerbaar en controleerbaar zijn. Daarmee zou de toezichthouder volgens Van Beek een strategische partner kunnen zijn die partijen scherp houdt, maar tegelijkertijd voorkomt dat regelgeving pas achteraf op problemen stuit.

Kosten niet alleen bij consument

Meer weerbaarheid vraagt tegelijkertijd om investeringen. En die rekening kan volgens Van Beek niet automatisch uitsluitend bij huishoudens en andere energieconsumenten terechtkomen.

De kosten moeten volgens haar breder worden bekeken en evenredig worden verdeeld over netbeheerders, bedrijven en andere partijen die onderdeel zijn van het energiesysteem. Daarbij moet volgens Van Beek niet uitsluitend naar de directe financiële kosten worden gekeken. Ook maatschappelijke gevolgen en strategische risico’s moeten worden meegenomen.

Europese financiering kan daarbij helpen. Van Beek ziet mogelijkheden om Europese middelen, waaronder instrumenten zoals de Connecting Europe Facility, beter te benutten voor investeringen die de weerbaarheid van het energiesysteem vergroten.

Systeemdenkers én uitvoerders nodig

Om de energietransitie daadwerkelijk te kunnen uitvoeren, zijn volgens Van Beek bovendien andere vaardigheden nodig. Zij noemt daarbij vier eigenschappen die noodzakelijk zijn: systeemdenken, uitvoeringskracht, moed en leiderschap.

Systeemdenkers zijn nodig om te begrijpen hoe de verschillende onderdelen van het energiesysteem elkaar beïnvloeden. De elektriciteitsinfrastructuur, energieproductie, opslag, industrie, huishoudens en Europese energiemarkt kunnen volgens die benadering niet los van elkaar worden bekeken.

Daarna is uitvoeringskracht nodig. Plannen moeten uiteindelijk worden gebouwd en uitgevoerd.

Maar volgens Van Beek is kennis alleen niet genoeg. Er moeten ook keuzes worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. Daarbij moet niet uitsluitend worden gekeken naar de financiële kosten van een maatregel. Ook de maatschappelijke waarde en de gevolgen voor de weerbaarheid moeten onderdeel zijn van die afweging. Daarvoor is volgens haar ‘moed’ nodig.

Daarnaast vraagt de transitie om leiderschap: richting geven, keuzes durven maken en tegelijkertijd realistisch blijven over de kosten. “Het is niet gratis, alles kost geld”, was de boodschap van Van Beek. De oplossing ligt volgens haar niet in het vermijden van de kosten, maar in het gezamenlijk bepalen waar investeringen het meest noodzakelijk zijn.

Voor Van Beek zelf krijgt die boodschap bovendien een persoonlijk einde. Zij vertrekt over enkele weken als topvrouw van TenneT, na acht jaar aan het roer van de hoogspanningsnetbeheerder. Wie haar opvolger wordt, is nog niet bekend.