Zonnepanelen mogelijk niet langer verplichte maatregel binnen energiebesparingsplicht vanaf 2027
Terug
De verplichting voor bedrijven om zonnepanelen te plaatsen als onderdeel van de energiebesparingsplicht komt mogelijk te vervallen. Dat blijkt uit de voorgestelde actualisatie van de Erkende Maatregelenlijst (EML), die het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft gepubliceerd voor internetconsultatie.
Sinds 1 juli 2023 zijn zonnepanelen op grote bedrijfsdaken onder voorwaarden opgenomen als erkende maatregel binnen de energiebesparingsplicht. Bedrijven en instellingen die aan de voorwaarden voldeden, moesten de maatregel uitvoeren wanneer deze zich binnen de wettelijke terugverdientijd terugverdiende.
Vanaf 2027 verandert de systematiek. De maximale terugverdientijd voor erkende maatregelen wordt verhoogd van vijf naar zeven jaar. Tegelijkertijd worden de uitgangspunten voor de berekening van de terugverdientijd van zonnestroomsystemen aangepast. Door de lagere opbrengsten uit teruglevering en de kosten die bedrijven betalen voor het terugleveren van elektriciteit, verslechtert de financiële haalbaarheid van zonnepanelen.
Lagere opbrengst uit teruggeleverde zonnestroom
Voor de nieuwe berekeningen worden vaste uitgangspunten gebruikt voor de vergoeding die bedrijven ontvangen voor teruggeleverde zonnestroom. Deze waarden zijn gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het ministerie.
Volgens de nieuwe standaardwaarden bedraagt de vergoeding gemiddeld circa 5 eurocent per kilowattuur voor kleinere hoeveelheden teruglevering. Bij grotere hoeveelheden loopt dit bedrag af naar ongeveer 4 eurocent per kilowattuur. Wanneer een netbeheerder aangeeft dat teruglevering door netcongestie niet mogelijk is, wordt gerekend met een vergoeding van nul eurocent.
Daarnaast blijven terugleverkosten van energieleveranciers een belangrijke factor in de businesscase. TNO verwacht dat zakelijke gebruikers ook na het verdwijnen van de salderingsregeling met deze kosten rekening moeten houden.
Zonnestroom blijft onderdeel van rekenregels
Hoewel zonnepanelen mogelijk verdwijnen als verplichte erkende maatregel, blijven ze onderdeel van de officiële rekenmethodiek voor de energiebesparingsplicht.
De nieuwe regeling introduceert onder meer standaardwaarden voor de energieproductie en het eigen gebruik van zonnestroom. Voor de jaarlijkse productie wordt uitgegaan van 900 vollasturen per jaar. Voor het eigen verbruik worden verschillende percentages gehanteerd afhankelijk van het bedrijfsprofiel.
Zo wordt gerekend met volledig eigen gebruik bij bedrijven met een continu productieproces, terwijl voor bedrijven die vooral tijdens kantooruren actief zijn een lager percentage geldt. Ondernemers mogen hiervan afwijken wanneer zij dit kunnen onderbouwen met hun eigen situatie.
Erkende maatregelenlijst wordt aangepast
Naast de wijzigingen rond zonnepanelen wordt de EML breder aangepast. Maatregelen die alleen uitgevoerd kunnen worden op natuurlijke momenten, zoals bij renovatie of vervanging van installaties, worden geschrapt. Hierdoor wordt de lijst naar verwachting ongeveer een kwart korter.
De wijzigingsregeling ligt momenteel ter internetconsultatie voor. Na verwerking van reacties en beoordeling door onder meer het Adviescollege Toetsing Regeldruk wordt de definitieve regeling vastgesteld.
Europese eisen voor zonnepanelen op gebouwen
De actualisatie hangt ook samen met Europese regelgeving. De verplichtingen uit de Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) worden afgestemd met de nationale energiebesparingsplicht. Voor bepaalde overheidsgebouwen kunnen de Europese verplichtingen straks leidend zijn.



























