Zonnepanelen zijn aanstekelijk: mensen nemen vaker zonnepanelen als hun omgeving ze ook heeft
19.02.2026 Marijne Smit

Mensen met een hoger opleidingsniveau, hogere inkomens, nieuwere woningen en in de leeftijd van 46 tot 65 jaar schaffen het vaakst zonnepanelen aan. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. Kies je sneller voor zonnepanelen als collega’s, familie of buren ze ook hebben? Het CBS onderzocht hoe beïnvloedbaar persoonlijke netwerken zijn bij de keuze voor zonnepanelen. Daarbij is ook gekeken naar opleidingsniveau, huishoudens in nieuwere woningen en regionale verschillen. Het onderzoek liep van 2012 tot 2019.
Hoe hoger het percentage huishoudens met zonnepanelen in het netwerk van een huishouden zonder zonnepanelen, hoe groter de kans dat dat huishouden zelf ook panelen aanschaft. “Dit duidt op een mogelijke rol van sociale beïnvloeding bij het nemen van zonnepanelen, maar het kan ook te maken hebben met ongemeten kenmerken die netwerkleden al met elkaar deelden, zoals normen en waarden rondom duurzaamheid”, vermeldt het CBS in het onderzoek.
Uit de analyse blijkt dat huishoudens het meest worden beïnvloed door collega’s in hun overweging om zonnepanelen aan te schaffen. Een kanttekening hierbij is dat respondenten in het onderzoek aangaven juist via collega’s de meeste mensen met zonnepanelen in hun netwerk te kennen. Daarna volgen buren en familieleden.
Sociaal netwerk
Het onderzoek van het CBS laat zien dat de keuze voor zonnepanelen niet alleen wordt bepaald door financiële of technische factoren, maar ook door sociale invloeden. Actieve sociale beïnvloeding kan ervoor zorgen dat huiseigenaren sneller tot een beslissing komen of meer zekerheid ervaren bij de aanschaf van zonnepanelen.
Eerder is al aangetoond dat mensen elkaar beïnvloeden en dat bepaald gedrag besmettelijk kan zijn op verschillende gebieden. Het sociale netwerk kan ondersteuning bieden door informatie te delen over ervaringen met het installeren van zonnepanelen en het aanvragen van subsidies. Dit kan de drempel verlagen om daadwerkelijk panelen aan te schaffen.
Gemiddelde leeftijd zonnepanelenbezitter daalt met prijs
Huishoudens met een gemiddelde leeftijd van 46 tot 65 jaar kozen vaker voor zonnepanelen. Dat gold in de meeste jaren van het onderzoek, met uitzondering van 2019. In dat jaar was het aandeel huishoudens in de leeftijdscategorie 31 tot 45 jaar het hoogst. Een mogelijke verklaring is dat zonnepanelen toegankelijker zijn geworden voor een bredere groep huishoudens.
Tot 2016 was het aandeel huishoudens met zonnepanelen het laagst onder de jongste groep, in de leeftijd van 18 tot 30 jaar. Voor huishoudens met een lager besteedbaar inkomen werd de aanschaf bovendien eenvoudiger door subsidies zoals de ISDE en de salderingsregeling. Sinds 2024 is er geen ISDE-subsidie meer beschikbaar voor zonnepanelen en de salderingsregeling vervalt per 1 januari 2027. Door de daling van de prijzen zijn zonnepanelen wel betaalbaarder geworden voor grotere groepen consumenten.
Financieel welvarendere huishoudens schaften in alle onderzochte jaren vaker zonnepanelen aan. Wel wordt het verschil tussen huishoudens met verschillende welvaarts- en opleidingsniveaus steeds kleiner.
Meeste panelen per huishouden in niet stedelijke gebieden
De locatie van huishoudens en het bouwjaar van woningen spelen een belangrijke rol bij de aanschaf van zonnepanelen. Huishoudens in woningen met een bouwjaar van 1981 of nieuwer namen vaker zonnepanelen dan huishoudens in oudere woningen. Dat verschil nam gedurende de onderzoeksperiode toe.
Hoe minder stedelijk de woonomgeving, hoe hoger het aantal zonnepanelen per huishouden. Woningen buiten de stad beschikken vaak over grotere, niet-gedeelde daken, waardoor de keuze voor zonnepanelen eenvoudiger is.
In stedelijke gebieden lagen er in 2019 ongeveer 2,3 procent minder zonnepanelen per woning dan in buitengebieden. In 2012 was dat verschil nog 0,7 procent. Het verschil blijft relatief klein, omdat de fysieke mogelijkheden om zonnepanelen op woningen te plaatsen in stedelijke gebieden beperkt zijn veranderd. De regio’s met de meeste zonnepanelen per huishouden lagen in alle onderzochte jaren in Noord-Nederland (Groningen, Fryslân en Drenthe).




























