Belgische laadsector dreigt 27 miljoen euro mis te lopen door uitstel Europese richtlijn
Terug
België dreigt ruim 27 miljoen euro aan investeringskapitaal voor laadinfrastructuur mis te lopen doordat de regering de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie in het vervoer (RED III) nog niet heeft omgezet in nationale wetgeving. Volgens brancheorganisatie EV Belgium is de waarde van verhandelbare certificaten voor hernieuwbare elektriciteit hierdoor sterk gedaald. De organisatie waarschuwt dat investeerders daardoor steeds vaker uitwijken naar buurlanden.
De Europese richtlijn voor hernieuwbare energie verplicht brandstofleveranciers om een steeds groter aandeel hernieuwbare energie in het wegvervoer te realiseren. Een van de manieren waarop zij aan deze verplichting kunnen voldoen, is door certificaten aan te kopen van partijen die hernieuwbare elektriciteit leveren aan elektrische voertuigen.
Deze zogenoemde e-credits, ook wel HEE-F-credits genoemd, vormen een aanvullende inkomstenbron voor exploitanten van laadpalen. Daarmee kunnen zij investeringen in nieuwe laadinfrastructuur financieren en de laadkosten voor gebruikers verlagen. In Nederland zijn deze credits vergelijkbaar met de Emissie Reductie-eenheid Elektriciteit (ERE).
België kent al een dergelijk systeem, maar heeft de aangescherpte Europese regels nog niet ingevoerd. De oorspronkelijke deadline voor de omzetting van RED III verstreek op 21 mei 2025.
Waarde certificaten sterk gedaald
Volgens EV Belgium heeft het uitblijven van nieuwe wetgeving grote gevolgen voor de waarde van de certificaten. Die daalde het afgelopen jaar van ongeveer 18 euro naar 5 euro per credit. Omgerekend betekent dit een daling van 7 naar 2 eurocent per kilowattuur hernieuwbare elektriciteit.
Ter vergelijking: in Nederland, waar de nieuwe Europese regels inmiddels zijn ingevoerd, bedraagt de waarde volgens de brancheorganisatie gemiddeld 10 eurocent per kilowattuur.
EV Belgium schat dat de Belgische laadsector hierdoor in 2026 ongeveer 4 miljoen euro aan investeringskapitaal misloopt. Wanneer de huidige situatie voortduurt, kan dit bedrag eind 2027 oplopen tot meer dan 27 miljoen euro.
De organisatie benadrukt dat dit geld anders opnieuw geïnvesteerd zou kunnen worden in laadstations, werkgelegenheid en lagere laadprijzen.
Investeerders wijken uit naar buurlanden
Het ontbreken van een stabiel wettelijk kader maakt België volgens EV Belgium minder aantrekkelijk voor investeerders. Nederland en Duitsland hebben hun regelgeving voor RED III Transport al aangepast, terwijl Frankrijk in 2027 volgt.
Hierdoor kunnen exploitanten van laadinfrastructuur in deze landen rekenen op een gunstiger verdienmodel voor het leveren van hernieuwbare elektriciteit.
Volgens EV Belgium kijken bedrijven die miljoenen euro's willen investeren in nieuwe laadpleinen daardoor steeds vaker naar de buurlanden. Dat kan de verdere elektrificatie van het Belgische wegvervoer vertragen.
Vooral bij elektrische vrachtwagens en bestelwagens speelt dit een rol. Hoewel België vooroploopt bij de elektrificatie van personenwagens, blijft de verduurzaming van het zwaardere wegvervoer volgens de brancheorganisatie achter. De inkomsten uit certificaten kunnen juist bij grote laadlocaties een belangrijke bijdrage leveren aan de businesscase.
Oproep aan Belgische regering
EV Belgium roept de federale regering op om de nieuwe regelgeving uiterlijk op 1 januari 2027 in werking te laten treden, indien nodig met terugwerkende kracht.
Volgens de brancheorganisatie ligt een politiek akkoord binnen handbereik, maar ontbreekt nog een formele beslissing. Directeur Philippe Vangeel benadrukt dat het uitstel inmiddels concrete economische gevolgen heeft.
"Dat uitstel heeft een economische prijs", aldus Vangeel.
De organisatie pleit daarnaast voor voldoende ambitieuze doelstellingen, zodat de waarde van de certificaten op peil blijft. Ook moeten zowel publieke als private laadpunten kunnen deelnemen en moet het systeem rekening houden met de daadwerkelijk geleverde hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit.
Daarmee moet volgens EV Belgium worden voorkomen dat investeringen in de verduurzaming van het Belgische wegvervoer naar andere Europese landen verschuiven.

























