CO₂-uitstoot stijgt, maar NEa ziet lichtpunten

22.04.2026 Lenna van den Haak

CO₂-uitstoot stijgt, maar NEa ziet lichtpunten

De Nederlandse CO₂-uitstoot onder het Europese emissiehandelssysteem is in 2025 gestegen, maar achter die toename gaat een complexer beeld schuil. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De totale uitstoot kwam uit op 72,0 megaton, een stijging van 2,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De belangrijkste aanjager: de energiesector. Nederland produceerde aanzienlijk meer elektriciteit, grotendeels bestemd voor export. In omringende landen viel de productie namelijk tegen. Onderhoud aan Belgische kerncentrales, minder wind op de Noordzee voor de Duitse kust en lage waterstanden in Oostenrijk en Zwitserland drukten daar de opwek. Die buitenlandse vraag vertaalde zich direct naar extra fossiele productie in Nederland. Vooral kolen- en gascentrales draaiden meer uren, goed voor een stijging van 3,5 megaton CO₂ in de energiesector. Opvallend is dat dit gebeurt terwijl het kolengebruik structureel wordt afgebouwd.

Afname emissies in andere sectoren
Tegelijkertijd laten andere sectoren juist een daling zien. In de industrie nam de uitstoot af, vooral door lagere productie bij grote chemieclusters zoals Chemelot en Dow Benelux. Ook de luchtvaart boekte winst: de emissies daalden met 4 procent, mede dankzij een sterke toename van het gebruik van duurzame biologische luchtvaartbrandstoffen (SAF). In de zeevaartsector wijzen voorlopige cijfers eveneens op een lichte daling, ondanks verstoringen in wereldwijde handelsroutes.

Perspectief
Die tegenstrijdige ontwikkeling onderstreept volgens de NEa dat de energietransitie geen lineair proces is. Volgens directeur-bestuurder Mark Bressers moet de stijging dan ook in perspectief worden geplaatst: “De stijging van de CO₂-uitstoot in 2025 maakt duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is om de klimaatdoelen van dit kabinet te realiseren. Toch zijn er ook positieve signalen.”

Hij wijst daarbij onder meer op de dalende uitstoot in Europa als geheel (-1,3 procent) en de rol van Nederland binnen het geïntegreerde energiesysteem. “De stijging in Nederland wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de toename in elektriciteitsopwekking ten behoeve van de Europese energievoorziening.” Volgens Bressers laat dit juist zien hoe het emissiehandelssysteem werkt: uitstoot verschuift naar plekken waar productie nodig is, terwijl het totaalplafond wordt bewaakt. Tegelijkertijd benadrukt hij dat verdere reducties noodzakelijk blijven om de klimaatdoelen voor 2030 te halen.