Flexibiliteit en netuitbreiding nodig voor betrouwbaar elektriciteitssysteem

Terug
16.10.2026 Nieuws
Flexibiliteit en netuitbreiding nodig voor betrouwbaar elektriciteitssysteem

Het Nederlandse elektriciteitssysteem heeft de komende jaren meer flexibiliteit nodig om de groei van duurzame stroomproductie en het elektriciteitsverbruik op te vangen. Dat blijkt uit de eerste Nederlandse Flexibility Needs Assessment (FNA). opgesteld door TenneT, Liander, RENDO-Groep, Stedin en Westland Infra in opdracht van de overheid. Naast flexibiliteitsoplossingen blijft uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. In het onderzochte scenario groeit de beschikbare flexibiliteit van 34,8 gigawatt in 2025 naar 50 gigawatt in 2035.

De groeiende elektrificatie van woningen, vervoer en bedrijven zorgt samen met de toename van zonne- en windenergie voor grotere verschillen tussen de productie en het verbruik van elektriciteit. Volgens het scenario Verkenning Vertraagde Transitie, dat de netbeheerders voor de analyse hebben gebruikt, stijgt de Nederlandse elektriciteitsvraag van ongeveer 120 terawattuur in 2025 naar in 2030 en 196 terawattuur in 2035. Tegelijkertijd groeit het opgestelde vermogen aan windenergie naar 28 gigawatt in 2035 en dat van zonne-energie naar 52 gigawatt.

Doelen voor duurzame elektriciteit blijven haalbaar

De analyse laat zien dat er op nationaal systeemniveau in het onderzochte scenario geen structurele flexibiliteitstekorten ontstaan die direct aanvullende maatregelen noodzakelijk maken. De veronderstelde combinatie van flexibiliteitsbronnen is voldoende om de onderzochte doelen voor hernieuwbare elektriciteit te behalen.

Voor 2030 blijft volgens de berekeningen ongeveer 85 terawattuur aan hernieuwbare elektriciteit beschikbaar voor gebruik, nadat productie is afgeregeld. Dat ligt boven de gehanteerde doelstelling van 81 terawattuur. Voor 2035 gaat de analyse uit van een doelstelling waarbij 95 procent van de potentiële productie uit hernieuwbare bronnen wordt benut. Ook die doelstelling wordt volgens het rapport in het onderzochte scenario gehaald.

Het houdt alleen niet in dat alle opgewekte duurzame elektriciteit altijd kan worden benut. Bij een overschot of beperkingen in het elektriciteitsnet kan het nodig blijven om de productie van wind- en zonneparken tijdelijk te verminderen. Ook kunnen lokaal knelpunten ontstaan die niet uit de nationale systeembalans blijken.

Grootste behoefte in het hoogspanningsnet

Hoewel op nationaal niveau voldoende flexibiliteit beschikbaar kan zijn, blijven er knelpunten in het elektriciteitsnet bestaan. De grootste berekende flexibiliteitsbehoeften liggen volgens de FNA in het hoogspanningsnet van TenneT, op de spanningsniveaus van 110 tot 150 kilovolt en 220 tot 380 kilovolt.

De behoeften zijn onder meer geconcentreerd in Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland, Gelderland, Utrecht, Groningen, Drenthe en Overijssel. Ze hangen samen met grote transportstromen, internationale elektriciteitsuitwisseling en de afstand tussen locaties waar stroom wordt opgewekt en waar deze wordt verbruikt.

Lokale flexibiliteitsbehoefte neemt af

In de regionale distributienetten is de berekende flexibiliteitsbehoefte kleiner en vaker plaats- en tijdgebonden. De behoefte neemt volgens de analyse af van ongeveer 221 gigawattuur in 2030 naar 63 in 2035. Die daling komt grotendeels doordat geplande netuitbreidingen worden uitgevoerd.

Marktbelemmeringen remmen ontwikkeling

De FNA onderzoekt ook waarom het potentieel aan flexibiliteit nog niet volledig wordt benut. Volgens de netbeheerders kunnen onder meer regelgeving en IT-systemen de deelname van kleinere, verspreide flexibiliteitsbronnen aan elektriciteitsmarkten en congestiemanagement bemoeilijken.

Daarnaast vormt de beperkte netcapaciteit in sommige regio’s een belemmering voor nieuwe investeringen, bijvoorbeeld in batterijen. Ook onzekerheid over toekomstige inkomsten uit flexibiliteitsdiensten maakt het voor marktpartijen moeilijker om een sluitende businesscase op te stellen.