Interoperabiliteit moet energiemanagement uit de merkensilo halen

29.05.2026 Gijs de Koning

Interoperabiliteit moet energiemanagement uit de merkensilo halen
©ElaadNL

ElaadNL organiseert op 17 en 18 juni in Arnhem het tweede Test evenement Residentiële Flexibiliteit. Fabrikanten en ontwikkelaars van Home Energy Management Systems, laadpalen, thuisbatterijen, omvormers en warmtepompen kunnen daar testen of hun hardware en software met die van andere marktpartijen kan samenwerken. Daarmee draait het evenement vooral om de vraag: hoe wordt flexibiliteit in woningen bruikbaar zonder dat consumenten, installateurs en fabrikanten vastlopen in gesloten ecosystemen?

Volgens Ton Smets, software engineer bij ElaadNL, is dat precies de reden dat het testevent wordt georganiseerd. “We willen de markt de kans geven om met elkaar heel makkelijk te kunnen testen”, zegt hij. “Met het testevent faciliteren wij twee dagen waarin je gewoon in een soort ronde-achtige planning bij partijen langs kan gaan. Ik heb een HEMS, ik heb een apparaat, laten we even een uurtje samen gaan zitten om te kijken of onze apparaten met elkaar kunnen praten. We hebben daarnaast een cook book gemaakt waarin we voor verschillende protocollen beschrijven zouden moeten werken die hierbij kan worden gebruikt.”

Op termijn hoopt ElaadNL toe te werken naar een vorm van certificering, zodat marktpartijen richting consumenten kunnen aantonen dat hun apparaat of systeem daadwerkelijk met andere oplossingen kan communiceren.

Van gesloten systemen naar flexibele woningen

De noodzaak daarvoor groeit. Steeds meer woningen krijgen meerdere energie-intensieve apparaten achter de meter: zonnepanelen, een laadpaal, een warmtepomp en mogelijk een thuisbatterij. Die apparaten kunnen samen flexibiliteit leveren, bijvoorbeeld door zelf opgewekte zonnestroom beter te benutten, verbruik te verschuiven naar goedkopere uren of pieken op het laagspanningsnet te beperken.

Maar daarvoor moeten ze wel dezelfde taal spreken. Smets ziet nu nog te vaak dat consumenten in een “silo” terechtkomen. “Er zijn al hele mooie oplossingen. Dan zit je bij één fabrikant en die levert alles van apparaat tot energiecontract, maar dan zit je in een soort van silo vast. Dat werkt mooi, maar mochten zij omkiepen of jij hebt toevallig een warmtepomp van een ander merk, dan krijg je die niet gekoppeld.”

Dat remt volgens hem ook de adoptie van HEMS-systemen. “Als techneut zou ik altijd zeggen: open standaarden, open protocollen, lekker koppelen, maak het nou niet te moeilijk.”

Harold Pul, business developer bij ElaadNL, ziet dat dit project ook heel belangrijk is in de context van de drukte op het elektriciteitsnet. “We zitten gewoon met het congestieprobleem. Het doel is om flexibiliteit hiermee eigenlijk te ontgrendelen.” Daarbij gaat het niet om kleine apparaten in huis, maar om vermogens die echt effect kunnen hebben. Smets vult aan: “Met het uitstellen van je wasmachine en je droger en de vaatwasser doet dat wel iets. Maar richting de flex voor de netbeheerders en de markten, doet dat niet zoveel.”

Daarom richt het testevent zich op laadpalen, batterijen, omvormers en warmtepompen. “We hebben echt gekeken naar de apparaten die heel veel vermogen potentieel nodig hebben, maar die dus ook aan de andere kant veel flexibiliteit kunnen bieden”, aldus Smets.

Zo wordt er getest

Tijdens het testevent draait het om praktische koppelingen. ElaadNL vraagt vooraf uit welke protocollen partijen ondersteunen en matcht deelnemers vervolgens op basis van die informatie. Daarna testen ontwikkelaars of hun systemen verbinding kunnen maken, een handshake kunnen uitvoeren en berichten kunnen uitwisselen.

“Of de eentjes en nulletjes goed over de lijn komen. Of ze elkaar begrijpen. Er zitten gewoon engineers aan tafels met ofwel een af-product of met alleen de printplaat van het product en een losse voeding. Het ziet er allemaal heel techy uit”, grapt Smets.

Pul vult aan dat er wordt getest voor drie scenario’s: sturen op de optimalisatie van eigen opwek, sturen op het optimaliseren voor het dynamisch energietarief en het sturen op het limiteren van de belasting van het elektriciteitsnet. “Maar we kijken ook naar : wat als de HEMS een signaal stuurt van nu even minder, even meer? Kan die dat ook verwerken? Het zogenaamde limiteren op congestieverzoeken”, stelt Pul.

Cybersecurity is daarbij geen bijzaak, benadrukt ElaadNL. Naarmate meer apparaten achter de meter digitaal worden aangestuurd, kan een kwetsbaarheid in veelgebruikte apparatuur ook gevolgen krijgen voor het elektriciteitsnet. “Het probleem van slechte cybersecurity is dat één onveilig apparaat op zichzelf misschien niet zo spannend lijkt, maar op grote schaal wel een risico wordt”, aldus Pul. “Als er van één type laadpaal vijfduizend installaties in Nederland staan en iemand kan die tegelijk aan- of uitzetten, dan praat je over heel veel vermogen dat in één keer kan schakelen. Daar is het energienet niet op berekend.”

Welke protocollen spelen een rol?

In het project wordt gewerkt met meerdere protocollen. ElaadNL noemt S2, Matter, EEBUS en OCPP als apparaatprotocollen en OpenADR als protocol voor communicatie met de buitenwereld.

S2 is volgens Pul sterk gericht op energiemanagement. “Dat is een protocol ontwikkeld door TNO”, zegt hij. “Die zijn juist heel specifiek gefocust op energiemanagement, waarbij ze eigenlijk zeggen: wij kijken niet specifiek of dit nou dit of dat apparaat is, maar wij willen echt die energie managen.”

EEBUS komt volgens hem vanuit een andere hoek. “EEBUS is een protocol dat ook in Duitsland wordt aangeprezen. Daarin zie je dat ze een heel sterk gestabiliseerd certificeringsprogramma hebben neergezet. Heel apparaatspecifiek, heel solide.”

Matter is breder bekend uit de wereld van smart home. “Matter is eigenlijk bedoeld voor home automation, dus vooral je lampje aan en allerlei soorten sensors”, zegt Pul. “Maar zij zien ook: wat als je dat allemaal bij elkaar brengt? Dus laten wij ook daarin een stuk energiemanagement toevoegen.”

OCPP is vooral relevant voor laadinfrastructuur. Voor laadpalen is het al een bekend protocol om communicatie tussen laadpunt en achterliggende systemen te organiseren. In de residentiële flexibiliteitsketen kan het helpen om laadgedrag onderdeel te maken van bredere energiesturing in huis.

OpenADR zit juist buiten de woning. Smets: “We hebben het nu gehad over de communicatie binnen het huis, dus tussen apparaten. OpenADR is het protocol wat nu in de netbeheerwereld al voor een aantal pilots, maar ook live projecten wordt ingezet.” Volgens hem wordt OpenADR vooral gebruikt om limieten of bandbreedtes door te geven. “OpenADR is voor de afroep van de flex, voor de flexibiliteit. De protocollen in huis zorgen dat het HEMS dat kan aansturen richting de apparaten die de flex moeten gaan leveren.”

Daarnaast speelt Modbus nog een rol voor bestaande installaties. Veel apparaten in de installatiemarkt zijn nog niet uitgerust met moderne energiemanagementprotocollen, maar kunnen wel via Modbus communiceren. Dat is volgens Smets niet altijd eenvoudig. “De integratie van een Modbus-apparaat is iedere keer anders. Daar kunnen heel veel edge cases omheen zitten. Dat is niet simpel adresje, veldje uitlezen, aansturen.”

ElaadNL werkt daarom aan een Modbus-converter. “Wat wij zien is dat we beter kunnen zorgen dat we die Modbus-apparaten met een soort vertalertje geschikt kunnen maken voor die moderne protocollen”, zegt Smets. “Het is al fijn als we kunnen vertalen en dat makkelijk kunnen maken voor de installateur, consument, wie het dan ook maar installeert.”

Oproep aan marktpartijen

Het tweede Test evenement Residentiële Flexibiliteit vindt plaats op 17 en 18 juni 2026 in het testlab van ElaadNL in Arnhem. Het evenement staat open voor producenten en fabrikanten van HEMS, EV-laders, stationaire batterijen, zonne-omvormers en warmtepompen. Deelname is gratis.

Voor partijen die willen weten of hun implementatie ook buiten het eigen ecosysteem werkt, is het testevent daarmee een praktisch meetmoment. Of, zoals Pul het samenvat: “We willen gewoon laten zien: het kan, het wil, het lukt, we gaan vooruit. Doe alsjeblieft mee.”

Over Elaad

ElaadNL onderzoekt en test hoe elektrische voertuigen en andere energie-intensieve apparaten slim en duurzaam kunnen worden ingepast in het stroomnet. Dat doen we vanuit het perspectief van de Nederlandse netbeheerders. Met kennis over laden, flexibiliteit en energiemanagement helpen we om elektrisch vervoer en elektriciteitsverbruik in en om het huis betrouwbaar, betaalbaar en schaalbaar onderdeel te maken van het energiesysteem.