Onderzoek: thuisbatterij verdient zich vanaf 2027 alleen in selecte gevallen terug
11.06.2026 Gijs de Koning

Een thuisbatterij kan zich na het einde van de salderingsregeling terugverdienen, maar dat geldt lang niet voor ieder huishouden. Dat concludeert Jeroen Bakker van Jeroen.nl op basis van ruim 1.300 stroomanalyses van Nederlandse huishoudens met zonnepanelen. Vooral het nachtverbruik blijkt bepalend: wie ’s avonds en ’s nachts weinig stroom gebruikt, heeft financieel weinig aan een grote batterij.
De markt voor thuisbatterijen in Nederland groeit snel. Volgens onderzoeksbureau Dutch New energy Research zal er aan het eind van 2026 zo'n 3,1 gigawattuur aan opslagcapaciteit in de residentiele sector zijn, en dit neemt de komende jaren alleen maar toe. Desondanks is er nog veel onzeker rondom de terugverdientijd van de thuisbatterij. Met het afschaffen van de salderingsregeling zal deze aanzienlijk worden verkort, maar in veel gevallen nog niet richting de 7 à 8 jaar bewegen die men van een zonnepaneleninstallatie gewend is.
Prognose Dutch New Energy Research batterijopslagcapaciteit residentieel tot 2030
Niet de batterij, maar het nachtverbruik is de grens
Volgens Bakker wordt in verkoopverhalen vaak te veel nadruk gelegd op de capaciteit van de batterij. Zijn analyse draait juist om de vraag hoeveel zonnestroom huishoudens daadwerkelijk later op de dag kunnen gebruiken. Een batterij kan overdag opgewekte zonnestroom opslaan, maar levert financieel pas iets op als die stroom ’s avonds of ’s nachts ook wordt gebruikt.
Daarmee is het nachtverbruik volgens het onderzoek het plafond voor de besparing. Bij een gemiddeld nachtverbruik van 3 kilowattuur per nacht voegt een batterij groter dan ongeveer 4 kilowattuur volgens Bakker financieel nauwelijks nog iets toe. Extra opslagcapaciteit blijft dan simpelweg ongebruikt, tenzij het huishouden bijvoorbeeld een elektrische auto of warmtepomp heeft die in de avond of nacht stroom vraagt.
Onderzoek op basis van kwartierdata
De conclusies zijn gebaseerd op echte kwartierdata uit P1-meters en omvormers van huishoudens met zonnepanelen. Bakker rekende per huishouden dag voor dag door hoeveel zonnestroomoverschot in een fictieve batterij terecht zou kunnen komen. Alleen analyses met meer dan 300 dagen aan data en een jaaropwek tot 15.000 kilowattuur zijn meegenomen. Die data is gekoppeld aan historische dynamische kwartierprijzen van het afgelopen jaar.
In de berekening zijn verschillende batterijgroottes, opwekprofielen en stroomprijzen doorgerekend. Ook rekent Bakker met een laad- en ontlaadrendement van 75 procent. Dat betekent dat niet alle stroom die de batterij in gaat, later weer beschikbaar is. Daarnaast neemt hij 3 procent opportuniteitskosten mee: geld dat in een batterij wordt gestoken, had ook op een andere manier rendement kunnen opleveren. Batterijdegradatie en toekomstige stroomprijsstijgingen zijn niet meegenomen.
Kleine stekkerbatterij soms interessanter dan groot systeem
De uitkomst is vooral kritisch voor grote, vaste thuisbatterijen. Volgens Bakker kan een kleine en goedkope stekkerbatterij in sommige gevallen richting een terugverdientijd van zes tot zeven jaar gaan, bijvoorbeeld bij een systeem van ongeveer 5 kilowattuur rond 1.100 euro. Zodra installatiekosten, hogere aanschafprijzen of te veel capaciteit worden meegerekend, verslechtert de businesscase snel.
Claims blijven lastig vergelijkbaar
Het onderzoek sluit aan bij bredere waarschuwingen over te stellige terugverdientijden. CE Delft analyseerde voor Vereniging Eigen Huis twaalf maanden aan praktijkdata bij dertien huishoudens en kwam in twee proefopstellingen uit op terugverdientijden van 6,5 tot 22 jaar, sterk afhankelijk van woning, verbruik, contract, energieprijzen en beleid. Ook stelt ACM ConsuWijzer dat misleiding kan ontstaan wanneer verkopers geen juiste of volledige informatie geven over terugverdientijd, risico’s en onzekerheden.
Voor de solar- en opslagsector betekent dit dat de verkoop van thuisbatterijen meer uitleg vraagt dan alleen een prijs per kilowattuur of een standaardterugverdientijd. Vooral dimensionering, nachtverbruik, zonnepanelenopwek, contractvorm, terugleverkosten en toekomstige nettarieven bepalen of een batterij financieel logisch is. De centrale conclusie van het onderzoek is daarom niet dat thuisbatterijen geen rol hebben, maar dat de financiële onderbouwing per huishouden moet worden doorgerekend.
Andere motivaties dan terugverdientijd
Bakker geeft ook in zijn onderzoek aan dat er ook andere redenen zijn om een thuisbatterij aan te schaffen dan alleen de terugverdientijd. Zo vind hij het zelf leuk om de techniek te ervaren en zegt hij dat sommigen het gewoon leuk vinden op hun energiestromen te optimaliseren.
Ook grip op de energierekening is een veelgehoord argument voor het aanschaffen van een thuisbatterij. Wanneer een huishouden al zonnepanelen heeft kan een batterij bijdragen aan een betere benutting van die zonnestroom. En alle stroom die niet uit het net hoeft te worden gehaald is niet onderhevig aan stijgende energieprijzen, salderingsregelingen, terugleverkosten of dubbele energiebelastingen. Zelf opgewekte zonnestroom gebruiken uit een thuisbatterij is als de plantjes water geven uit de regenton: simpel, duurzaam en goedkoop.





























