TNO Prognose 2026-2031: Hogere jaarlijkse energiekosten voor Nederlandse huishoudens
Terug
De gemiddelde jaarlijkse energiekosten voor Nederlandse huishoudens loopt op tot 2.140 euro in 2031. Dat blijkt uit de Prognose energierekening huishoudens 2026-2031 van TNO die onlangs is gepresenteerd.
De energierekening stijgt naar verwachting van gemiddeld 2.020 euro in 2026 naar 2.140 euro in 2031. Hogere netbeheerkosten, de invoering van het Europese emissiehandelssysteem ETS2 en de verplichting om groen gas bij te mengen, drijven de kosten op. Ook het einde van de salderingsregeling in 2027 heeft gevolgen voor huishoudens met zonnepanelen.
Toch blijven huishoudens die hun woning met een warmtepomp verwarmen gemiddeld goedkoper uit dan huishoudens met een cv-ketel of een aansluiting op een warmtenet. Dat komt vooral doordat zij minder aardgas gebruiken of helemaal zonder gas kunnen. Wie volledig elektrisch verwarmt en de gasaansluiting laat verwijderen, kan bovendien de vaste kosten voor gaslevering en de gasaansluiting vermijden.
Cv-ketel leidt tot hoogste energierekening
Huishoudens die hun woning volledig met een cv-ketel verwarmen, krijgen naar verwachting met de hoogste energiekosten te maken. Hun gemiddelde jaarlijkse energierekening loopt volgens TNO op van circa 2.390 euro in 2026 naar 2.740 euro in 2031.
Deze huishoudens blijven volledig afhankelijk van aardgas voor verwarming. Daardoor werken de verwachte extra kosten voor emissiehandel en de bijmengverplichting voor groen gas door in hun energierekening. Ook betalen zij vaste kosten voor de gasaansluiting en gaslevering.
De prognose laat daarmee zien dat het verschil tussen volledig elektrisch verwarmen en verwarmen met een cv-ketel aanzienlijk blijft. In 2031 bedraagt het verschil tussen beide groepen gemiddeld 1.710 euro per jaar.
Volledig elektrisch verwarmen is het voordeligst
Volgens de prognose van TNO stijgt de gemiddelde jaarlijkse energierekening van huishoudens met een volledig elektrische warmtepomp van circa 680 euro in 2026 naar 1.030 euro in 2031. Daarmee hebben zij van de vier onderzochte groepen de laagste energiekosten.
Deze huishoudens gebruiken geen aardgas voor verwarming en zijn daardoor niet rechtstreeks afhankelijk van de gasprijs voor hun warmtevoorziening. Ook krijgen zij niet te maken met de extra gaskosten die samenhangen met ETS2 en de bijmengverplichting voor groen gas.
Daarnaast kunnen huishoudens die volledig overstappen op elektrische verwarming besparen op de vaste kosten van een gasaansluiting. Daarvoor moet de aansluiting daadwerkelijk worden beëindigd. Zolang een woning aangesloten blijft op het gasnet, kunnen vaste aansluit- en leveringskosten blijven doorlopen, ook wanneer het gasverbruik laag is of nihil.
De werkelijke besparing verschilt per woning. De isolatie, het elektriciteitsverbruik, de aanwezigheid van zonnepanelen en de voorwaarden van het energiecontract bepalen mede hoeveel een huishouden uiteindelijk betaalt.
Hybride warmtepomp blijft afhankelijk van gas
Ook huishoudens met een hybride warmtepomp zijn gemiddeld goedkoper uit dan huishoudens met een cv-ketel, al ligt hun energierekening hoger dan die van volledig elektrische warmtepompen. TNO verwacht dat de gemiddelde jaarlijkse kosten voor deze groep stijgen van ongeveer 1.750 euro in 2026 naar 2.310 euro in 2031.
Een hybride warmtepomp neemt een deel van de verwarming over, maar gebruikt doorgaans nog een cv-ketel op aardgas voor aanvullende verwarming en warm tapwater. Daardoor blijven deze huishoudens afhankelijk van gasprijzen en betalen zij doorgaans ook vaste kosten voor de gasaansluiting.
Wie uiteindelijk volledig van het gas afgaat, kan die vaste kosten vermijden. Daarvoor is wel een volledig elektrische verwarmingsoplossing nodig, eventueel in combinatie met aanpassingen aan de woning en de installatie. De overstap is dus niet voor iedere woning zonder meer mogelijk of financieel aantrekkelijk.
Salderingsregeling beïnvloedt kosten van warmtepompen
Het einde van de salderingsregeling vanaf 2027 heeft ook gevolgen voor huishoudens met een warmtepomp. Deze groep beschikt relatief vaak over zonnepanelen en kan daardoor minder voordeel halen uit het wegstrepen van teruggeleverde elektriciteit tegen het eigen verbruik.
TNO heeft in de berekeningen niet meegenomen dat huishoudens hierop kunnen reageren door meer zonnestroom direct zelf te gebruiken. Slimme aansturing van apparaten en thuisbatterijen kunnen helpen om het eigen verbruik te verhogen. Het daadwerkelijke financiële voordeel hangt onder meer af van de investeringskosten, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die een huishouden zelf kan benutten.
Ook huishoudens met een warmtepomp krijgen te maken met hogere elektriciteitsgerelateerde netbeheerkosten. Dat neemt niet weg dat de volledig elektrische warmtepomp in de prognose de voordeligste verwarmingsoptie blijft.
Warmtenet duurder dan volledig elektrisch
Voor huishoudens met een aansluiting op een warmtenet stijgt de gemiddelde energierekening volgens TNO van ongeveer 2.290 euro in 2026 naar 2.520 euro in 2031. Daarmee liggen de verwachte kosten aanzienlijk hoger dan bij volledig elektrische warmtepompen.
De variabele leveringskosten zijn relatief hoog. Bovendien kunnen kostenstijgingen van gas doorwerken in warmtetarieven zolang deze aan de gasprijs gekoppeld blijven. Ook de vaste leveringskosten zijn relatief hoog, onder meer doordat de huur van de afleverset en vermeden kosten voor ketelonderhoud hierin worden verwerkt.
Gemiddelden zeggen niet alles
TNO verwacht dat het gemiddelde aandeel van het besteedbare huishoudinkomen dat naar energie gaat tussen 2026 en 2031 rond de 3,3 procent blijft. De onderzoekers houden daarbij rekening met een verwachte inkomensstijging en met huishoudens die overstappen van een cv-ketel naar een warmtepomp.
De uitkomsten zijn gemiddelden voor verschillende typen huishoudens. De daadwerkelijke energierekening hangt onder meer af van de woning, de isolatie, het energiegedrag, zonnepanelen en het inkomen. Ook de vaste kosten die een huishouden nog betaalt voor een gasaansluiting spelen een rol.

























