Westerse omvormerfabrikanten claimen voldoende capaciteit voor Europese markt
Terug
Westerse omvormerfabrikanten kunnen volgens de European Solar Manufacturing Council voldoende leveren om de Europese markt te bedienen, nu de Europese Commissie EU-financiering beperkt voor energieprojecten met omvormers van leveranciers uit hoogrisicolanden. De brancheorganisatie baseert zich daarbij op cijfers van S&P Global Energy en een eigen enquête onder zes fabrikanten.
De discussie over omvormers is de afgelopen maanden verschoven van prijs en beschikbaarheid naar energiezekerheid en cybersecurity. Omvormers zetten de stroom van zonnepanelen en batterijen om naar elektriciteit die geschikt is voor het net. Omdat veel moderne omvormers op afstand kunnen worden beheerd en geüpdatet, worden ze door beleidsmakers steeds vaker gezien als kritieke digitale infrastructuur.
De Europese Commissie noemt zonne- en windinstallaties in haar recente energieroadmap expliciet als aandachtsgebied voor cybersecurityrisico’s, waaronder ongeautoriseerde toegang tot operationele data en het op afstand beïnvloeden van elektriciteitsproductie.
Europese productiecapaciteit volgens ESMC voldoende
Volgens ESMC bedraagt de Europese productiecapaciteit voor omvormers ongeveer 104 gigawatt AC. Daarbovenop is volgens de organisatie meer dan 120 gigawatt AC aan capaciteit beschikbaar bij fabrikanten in Noord- en Zuid-Amerika en de Aziatisch-Pacifische regio, exclusief China. Van de Europese capaciteit zou volgens S&P Global Energy meer dan 53 gigawatt AC beschikbaar zijn voor de Europese vraag.
Die vergelijking vraagt wel om nuance. SolarPower Europe becijferde dat de EU in 2025 ongeveer 65,1 gigawatt aan nieuwe zonne-PV-capaciteit installeerde. Dat cijfer wordt doorgaans als PV-capaciteit gepubliceerd, terwijl ESMC spreekt over omvormercapaciteit in gigawatt AC. De getallen zijn daardoor niet één-op-één vergelijkbaar, maar geven wel aan dat omvormercapaciteit een strategisch thema wordt binnen de Europese zonnemarkt.
Westerse leveranciers al actief in Oost-Europa
ESMC stelt daarnaast dat westerse fabrikanten al langer actief zijn in Midden- en Oost-Europa. Uit een enquête onder zes fabrikanten zou blijken dat zij samen ongeveer 14 gigawatt aan geïnstalleerde omvormercapaciteit hebben in acht markten. Ook zouden zij sinds ongeveer 2010 actief zijn in de regio, met circa 330 sales- en servicemedewerkers lokaal of op afstand.
Polen is volgens ESMC de grootste markt in de enquête, met 4.430 megawatt geïnstalleerde capaciteit. Daarna volgen onder meer Hongarije, Tsjechië, Roemenië, Bulgarije en Slowakije.
“Het aanbod is niet het knelpunt. De capaciteit om hoogrisicoleveranciers te vervangen bestaat vandaag al”, stelt Christoph Podewils, secretaris-generaal van ESMC.
Meerkosten blijven punt van discussie
Ook over de kosten probeert ESMC zorgen weg te nemen. Volgens de organisatie, onder verwijzing naar een analyse van Wood Mackenzie, zou de keuze voor een westerse omvormer bij utiliteits- en commerciële projecten ongeveer 2 procent toevoegen aan de totale projectkosten. Bij residentiële stringomvormers zou het gaan om 3 tot 4 procent. Voor systemen met micro-omvormers, power optimizers of hybride omvormers kan het verschil volgens ESMC oplopen tot 8 procent.
Tegelijk waarschuwen marktpartijen dat omschakelen niet overal eenvoudig zal zijn. Reuters meldde eerder dat de EU-maatregel meer dan een vijfde van de nieuwe Europese zonnecapaciteit kan raken. Ontwikkelaars vrezen vooral in subsidieafhankelijke markten voor hogere kosten en vertraging, terwijl Europese producenten stellen dat opschaling mogelijk is.



























