Zonder zekerheid geen investering: Nederlandse elektriciteitsprijzen niet concurrerend

04.02.2026 Evelien Schreurs

Zonder zekerheid geen investering: Nederlandse elektriciteitsprijzen niet concurrerend

De energietransitie verloopt in Nederland trager dan in andere Europese landen. Volgens Tjeerd Jongsma, directeur van het Institute for Sustainable Process Technology, zijn lage elektriciteitsprijzen voor de industrie, maar bovenal duidelijkheid over die prijzen belangrijk om weer vaart terug te brengen in de energietransitie. Met Solar365 deelt hij zijn visie. 

“Het investeringsklimaat in Nederland neemt af. Op het moment zijn de energieprijzen in Nederland erg hoog als je dat vergelijkt met de rest van Europa”, zegt Jongsma. Ook hoge aansluitkosten, netcongestieproblematiek en prijsvolatiliteit maken het Nederlandse investeringsklimaat minder aantrekkelijk.

Dat de stroomprijzen relatief hoog zijn, is eigenlijk niet het grootste probleem, volgens Jongsma. “Vaak wordt gedacht: het gaat erom dat het goedkoper wordt, maar het is met name de fluctuatie en onzekerheid die bedrijven terughoudend maakt.”

“Er is niets erger dan onzekerheid” stelt Jongsma. Want zekerheid is nodig om een businessplan te kunnen maken. Onzekere stroomprijzen betekent ook meer onzekerheid over een investering, bijvoorbeeld in de elektrificatie van een industrieel bedrijf. “We willen juist heel graag dat die industrie gaat elektrificeren. Als de energieprijzen tegelijkertijd fluctueren, is het soms simpelweg te risicovol om te investeren in elektrificatie. Dan moet je de industrie robuustheid bieden, anders gaat het mis.”

Uiteindelijk is het ook voor de industrie voordelig om fossiele brandstoffen in te ruilen voor een elektrisch systeem, zegt Jongsma. “Maar het is wel een heel grote investering en de drempel die daarvoor genomen moet worden is groot. Dan moet je daar ook een incentive tegenover zetten om te zorgen dat die bedrijven dat gaan doen. De investering moeten ze zelf doen, daar is geen subsidie voor nodig. Wel moet er redelijke zekerheid zijn dat die investering zich terugverdient.”

Dat is op dit moment nog niet zo. Met als gevolg dat bedrijven niet, of te weinig, investeren in elektrificatie. Een gemiste kans, met het risico om die bedrijven kwijt te raken.

Verlaagd elektriciteitstarief

Volgens Jongsma hoeven we ook niet vies te zijn van een beetje marktwerking. “Op sommige plaatsen is er veel elektriciteit beschikbaar. Laat de elektriciteitsprijzen daar ook maar wat lager zijn.” We hebben nu in het hele land dezelfde elektriciteitsprijs, terwijl de kosten om stroom ergens naartoe te brengen niet overal hetzelfde zijn.”

Jongsma vindt dat stroom goedkoper zou mogen zijn op plekken waar de kosten ook lager zijn. Bijvoorbeeld in de buurt van een zonne- of windpark waar goedkope groene stroom wordt opgewekt. “Zo kan je bedrijven naar plekken trekken waar de stroom goedkoper is.” Bovendien bespaart dat netwerkkosten en gaat het netcongestie tegen.

“Het zou investeringen ook op de goede plaats laten plaatsvinden. Want dat betekent uiteindelijk minder infrastructuur voor Nederland, een betere concurrentiepositie voor bedrijven en meer duurzame energie. Dan gaat het systeem elkaar versterken. Dat vereist vertrouwen, bereidheid om elkaar iets te gunnen en een stevige rol van de overheid.”

Creëer vraag naar groene stroom

De energietransitie stokt in Nederland, omdat de stroomvraag achterblijft bij de productie. “Uiteindelijk is het een kwestie van vraag en aanbod”, zegt Jongsma. “Juist het elektrificeren van de industrie werkt als een soort motor in het systeem: die legt de basis voor de businesscase voor grote zonnevelden of wind op zee. Door stroomvraag te creëren vanuit de industrie, wordt het automatisch interessanter om te gaan investeren in de opwek van duurzame energie.

En om dat proces in gang te zetten is een duwtje in de juiste richting nodig. “Als de een het niet doet, doet de ander het ook niet. Er moet vertrouwen tussen de twee partijen komen. En daar moet denk ik de overheid een rol spelen. De energieprijs moet stabiel worden en de dialoog tussen afnemer en producent moet veel intenser begeleid en geleid worden door de overheid.”

“Als je niet in staat bent om hier wat industriepolitiek op te voeren, zodat bedrijven die stroom gebruiken zich dicht bij de bron gaan vestigen, mis je een kans om Nederland opnieuw in te richten en uiteindelijk een betere concurrentiepositie te geven”, aldus Jongsma. “We hebben bedrijven nodig die die transitie daadwerkelijk willen gaan doen. Als chemische bedrijven niet meer hier gevestigd zijn, worden we afhankelijk van buitenlandse bedrijven.”

Nieuw kabinet

Volgens Jongsma zou het nieuwe kabinet een voorbeeld kunnen nemen aan Duitsland. Hier geldt een verlaagd elektriciteitstarief voor de industrie. Dat maakt investeren in elektrificatie zekerder, en daarmee aantrekkelijker. Jongsma heeft goede hoop op het nieuwe kabinet. Zowel Jetten als Bontenbal hebben kennis over de energietransitie, en de VVD wil graag in de industrie investeren.

Met de juiste plannen zou het elektrificeren van de industrie een stuk aantrekkelijker gemaakt kunnen worden. “Elke industrie heeft de mogelijkheid om zijn eigen proces te elektrificeren. Maar op dit moment is de businesscase niet voldoende stevig om dat te gaan doen.”

In het nieuwe coalitieakkoord is het plan om het verlagen van elektriciteitskosten voor de industrie opgenomen. Ook staat in de plannen dat er maatwerkafspraken met de industrie worden gemaakt, financiële prikkels voor fossiele brandstoffen worden afgebouwd, en er een nationaal ruimtelijk-economische strategie komt voor de intensieve industrie.