Meer eigen zonnestroom gebruiken na 2027? Slimme apparaten alleen zijn niet genoeg

Terug
26.10.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Meer eigen zonnestroom gebruiken na 2027? Slimme apparaten alleen zijn niet genoeg

Met het verdwijnen van de salderingsregeling in 2027 wordt het belangrijker om zelf opgewekte zonnestroom optimaal te benutten. Thuisbatterijen, warmtepompen en laadpalen bieden daarvoor mogelijkheden, maar hoe zorg je dat al die apparaten samenwerken? Volgens Coen Koop, CCO van Homey, is er vaak al meer mogelijk dan consumenten en installateurs denken. De sleutel ligt niet in de aanschaf van nieuwe apparatuur, maar in het combineren van bestaande technologieën, inzicht in het energieverbruik en het stellen van de juiste prioriteiten.

Met de afschaffing van de salderingsregeling groeit de belangstelling voor thuisbatterijen en energiemanagementsystemen (EMS). Steeds meer apparaten kunnen zelfstandig reageren op lage elektriciteitsprijzen of een overschot aan zonnestroom. Maar volgens Koop betekent een huis vol slimme apparaten nog niet dat de energiehuishouding slim functioneert.

"Als je een thuisbatterij, zonnepanelen, een warmtepomp en een autolader hebt, dan schreeuwen ze in de slimmigheid allemaal om prioriteit één. Maar wie heeft dan prioriteit één?"

Slim energiemanagement begint met meten

Koop ziet dat consumenten regelmatig een thuisbatterij wordt geadviseerd op basis van aannames over hun zonnepanelen en elektriciteitsverbruik. "Het begint met goed meten, in mijn optiek, en daarna kiezen: wat is er al van apparatuur bij mensen thuis en wat hebben ze echt nodig?"

Installateurs kunnen bijvoorbeeld enkele weken het daadwerkelijke verbruiksprofiel meten met een P1-meter. Daarmee ontstaat inzicht in de momenten waarop elektriciteit wordt afgenomen of teruggeleverd en in eventueel sluipverbruik.

Een thuisbatterij is daarbij niet automatisch de beste eerste investering. Mogelijk kan een huishouden meer zonnestroom direct benutten door een bestaande warmtepomp of elektrische auto anders aan te sturen.

Slimme apparaten moeten samenwerken

Wanneer een thuisbatterij, laadpaal en warmtepomp tegelijkertijd reageren op goedkope elektriciteit, kunnen ze samen meer vermogen vragen dan de netaansluiting aankan. Een EMS moet daarom niet alleen apparaten aansturen, maar vooral bepalen welk apparaat wanneer voorrang krijgt.

Zo kan overtollige zonnestroom eerst in een thuisbatterij worden opgeslagen, waarna bijvoorbeeld de airconditioning wordt ingeschakeld. Maar wanneer een elektrische auto de volgende ochtend volledig opgeladen moet zijn, kan de prioriteit anders liggen.

"De beste oplossing is altijd een unieke oplossing voor die consument zelf, voor de echte situatie zoals die daar staat."

Daarnaast raad Koop aan om als consument goed in de gaten te houden wat er gebeurt met de data die het energiemanagementsysteem heeft, wie hier inzicht in krijgt en wie hierop mag acteren. “Niet elk systeem gaat even goed met je data om”, stelt hij.

Bestaande apparaten zijn vaak al slim te maken

Voor slim energiemanagement hoeft lang niet altijd nieuwe apparatuur te worden aangeschaft. Een P1-meter maakt zichtbaar hoeveel elektriciteit een huishouden afneemt en teruglevert. Door daarnaast de omvormer van de zonnepanelen te koppelen, wordt ook inzichtelijk hoeveel zonnestroom wordt opgewekt en direct verbruikt.

Veel moderne laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen beschikken bovendien over eigen energiemanagementfuncties, bijvoorbeeld om te reageren op zonnestroomoverschotten of dynamische tarieven. Het nadeel is dat deze systemen vaak vooral zijn ingericht op de eigen apparatuur.

Een overkoepelend energiemanagementsysteem, zoals Homey, kan apparaten van verschillende merken samenbrengen via bestaande koppelingen, zoals API's en Modbus. Ook oudere warmtepompen bieden soms mogelijkheden voor aansturing via Modbus, SG Ready-contacten of een thermostaatinterface. De mogelijkheden verschillen per model en soms is een aanvullende gateway nodig. Daardoor hoeft bestaande apparatuur niet automatisch vervangen te worden om slimmer aangestuurd te kunnen worden.

De installateur als energieadviseur

Die ontwikkeling verandert volgens Koop ook de rol van installateurs. Een installateur die uitsluitend een thuisbatterij of warmtepomp aansluit, laat kansen liggen.

Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Koop noemt het voorbeeld van een installateur die bij het plaatsen van een airconditioner een energiemeter aansluit en een automatisering instelt. Zelf oude airconditioners kunnen bijvoorbeeld worden aangestuurd met een kleine infraroodmodule die de koppeling kan maken met het energiemanagementsysteem. Daarmee kan het apparaat draaien wanneer voldoende zonnestroom beschikbaar is of de elektriciteitsprijs laag is.

Gevorderde installateurs kunnen complete energiemanagementsystemen inrichten en op afstand beheren. Zo ontstaan mogelijkheden voor terugkerende dienstverlening.

De consument moet zelf de controle houden

Koop is kritisch op energiemanagementsystemen waarbij algoritmes zelfstandig beslissingen nemen zonder dat gebruikers begrijpen waarom. Een thuisbatterij kan bijvoorbeeld elektriciteit terugleveren terwijl de eigenaar liever zonnestroom opslaat voor de avond.

Dat kan vanuit een financieel optimalisatiemodel logisch zijn, maar hoeft niet overeen te komen met de wensen van de consument.

Daarom vindt Koop het belangrijk dat energiemanagement lokaal kan functioneren en consumenten controle houden over hun apparatuur en gegevens, ook wanneer zij de optimalisatie aan een externe dienst overlaten.

"Geen enkel merk en geen enkel product kan alles afdekken wat je nodig hebt", aldus Koop. De werkelijke intelligentie ontstaat volgens hem wanneer verschillende technologieën samenwerken.

Nieuwe warmtepompnorm: wat is eigenlijk slim?

Ook de overheid stimuleert slimme aansturing. Het kabinet wil dat vanaf 2029 bij vervanging van cv-ketels in veel woningen een slimme warmtepomp de standaard wordt. De nieuwe NTA 8171 beschrijft eisen aan slimme warmtepompinstallaties.

Koop verwelkomt die ontwikkeling, maar plaatst een kanttekening bij de definitie van slim. "Ik denk wel dat dat goed is, maar de vraag is: wat is slim?"

Uiteindelijk draait slim energiemanagement volgens Koop niet om zoveel mogelijk apparaten, maar om wat een huishouden daadwerkelijk nodig heeft.

Communicatieprotocollen zoals S2, EEBUS en Matter kunnen samenwerking vergemakkelijken. Homey is zelf als lid van de Connectivity Standards Alliance betrokken bij de ontwikkeling van het Matter-protocol. Dit is momenteel een van de grootste standaarden rondom slimme apparatuur voor in huis. Matter ontwikkelt zich vanuit de smarthomewereld steeds verder richting energiemanagement. S2 en EEBUS zijn daarentegen specifiek ontworpen voor het benutten van energieflexibiliteit.

Koop noemt daarnaast de WarmteWizard van Remeha als voorbeeld van hoe fabrikanten gebruik kunnen maken van bestaande energiemanagementplatforms. De oplossing maakt gebruik van Homey om informatie over onder meer zonnepanelen, thuisbatterijen en het energieverbruik samen te brengen. Op basis van het daadwerkelijke verbruiksprofiel en de elektriciteitsprijzen wordt vervolgens de warmtepomp aangestuurd. Volgens Koop maakt deze samenwerking geavanceerd energiemanagement toegankelijker, zonder dat fabrikanten zelf alle koppelingen met andere apparaten hoeven te ontwikkelen.

Koop erkent het belang van deze ontwikkelingen, maar wijst erop dat internationale fabrikanten rekening moeten houden met verschillende standaarden en dat specifieke apparaatfuncties soms aanvullende integraties vereisen.

"Je moet geen grote financiële keuzes maken, maar ook geen energiegerelateerde keuzes, op basis van aannames. Dat moet gewoon op basis van feiten zijn."