Minister erkent dat verduurzamingssubsidies vooral bij hogere inkomens terechtkomen

Terug
27.08.2026 Nieuws
Minister erkent dat verduurzamingssubsidies vooral bij hogere inkomens terechtkomen

Bijna 30 procent van de subsidies voor verduurzaming van woningen ging in 2024 naar huishoudens met een verzamelinkomen van meer dan 100.000 euro. Bij de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) lag dat aandeel zelfs rond de 33 procent. Minister Stientje van Veldhoven - van der Meer van Klimaat en Groene Groei erkent daarmee dat hogere inkomens relatief vaak gebruikmaken van de verduurzamingsregelingen. Toch ziet het kabinet vooralsnog geen aanleiding om de ISDE inkomensafhankelijk te maken.

Dat blijkt uit de beantwoording van schriftelijke Kamervragen van Hidde Heutink die hij eerder in juni dit jaar stelde. Het Tweede Kamerlid vroeg onder meer of het verduurzamingsbeleid van de afgelopen jaren in de praktijk vooral huishoudens met hogere inkomens heeft bereikt.

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat 29,4 procent van de toegekende subsidies voor woningen in 2024 terechtkwam bij huishoudens met een verzamelinkomen boven de 100.000 euro. Bij de ISDE was dat aandeel met ongeveer een derde nog groter. De regeling ondersteunt onder meer de aanschaf van warmtepompen en zonneboilers en de uitvoering van isolatiemaatregelen.

Subsidie alleen is niet genoeg

De minister erkent dat de verdeling van verduurzamingssubsidies niet evenredig over inkomensgroepen plaatsvindt. Volgens haar speelt daarbij mee dat huishoudens met een beperkte financiële ruimte niet altijd in staat zijn om een verduurzamingsmaatregel voor te financieren, ook wanneer daarvoor subsidie beschikbaar is.

Daarmee zit volgens het kabinet een belangrijk deel van het probleem niet alleen in de hoogte of vorm van de subsidie, maar ook in de mogelijkheid om daadwerkelijk te investeren.

Dat is relevant voor huishoudens die zowel een laag inkomen als een slecht geïsoleerde woning hebben. In 2024 waren volgens cijfers van CBS en TNO ongeveer 510.000 huishoudens energiearm, oftewel 6,1 procent van alle huishoudens. Circa 241.000 huishoudens hadden zowel een laag inkomen als een woning met een lage energetische kwaliteit.

Andere aanpak

De minister kiest voor een andere aanpak om lagere inkomens beter te bereiken. Naast subsidies moet aanvullende financiële en praktische ondersteuning ervoor zorgen dat juist huishoudens die nu moeilijk kunnen verduurzamen alsnog in beweging komen.

Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor het Nationaal Warmtefonds. Huishoudens kunnen daar onder voorwaarden tegen 0 procent rente lenen voor verduurzamingsmaatregelen. Inmiddels heeft ruim de helft van de particuliere leningnemers bij het Warmtefonds een verzamelinkomen tot 60.000 euro.

Energiecoaches en energiefixers

Naast financiering wordt ingezet op praktische ondersteuning. Gemeenten kunnen energiecoaches en energiefixers inzetten om huishoudens te helpen met energiebesparing en het uitvoeren van maatregelen. Ook het Nationaal Isolatieprogramma moet huishoudens met slecht geïsoleerde woningen bereiken. Het programma richt zich onder meer op woningen waar de energievraag relatief hoog is en waar verduurzaming financieel het moeilijkst van de grond komt.

Verder werkt het kabinet aan het Energiehuis. Dat moet uitgroeien tot een herkenbare plek waar huishoudens terechtkunnen voor informatie, advies, financiering en ondersteuning bij verduurzaming. Bij de bredere herziening van het energie- en klimaatbeleid, die voor het voorjaar van 2027 op de planning staat, wil het kabinet opnieuw kijken naar de gevolgen van het beleid voor kwetsbare huishoudens.