SDE++ 2026 opent maand later, strengere toets voor zon-pv
Terug
De SDE++-ronde van 2026 gaat niet begin oktober, maar op 27 oktober open. Ondernemers kunnen tot en met 26 november subsidie aanvragen voor grootschalige duurzame energieproductie en CO2-reductie. In de nieuwe voorwaarden wordt de transportindicatie voor zon-pv aangescherpt, omdat veel projecten met een eerdere beschikking uiteindelijk niet worden gerealiseerd door netcongestie.
Dat schrijft minister Stientje van Veldhoven-van der Meer van Klimaat en Groene Groei in een brief aan de Tweede Kamer over de voorlopige resultaten van de SDE++ 2025 en de openstelling van 2026. De regeling opent dit jaar later door extra uitvoeringstechnische aanpassingen, onder meer rond de tarieven voor CO2-transport en opslag.
Minder nadruk op hernieuwbare elektriciteit
Voor de SDE++ 2025 was 8 miljard euro beschikbaar. Inmiddels hebben 283 projecten een positieve beschikking ontvangen, goed voor bijna het volledige budget. Er is nog voor ongeveer 700 miljoen euro aan aanvragen in beoordeling bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het kabinet verwacht daarom dat het budget waarschijnlijk wordt uitgeput.
Tegelijkertijd valt op dat hernieuwbare elektriciteit een beperkte rol speelt in deze ronde. Volgens de minister past dat in een dalende trend. Binnen het domein elektriciteit kregen 104 projecten een beschikking, samen goed voor een budgetclaim van 509 miljoen euro en 842 megawatt aan vermogen. Dat is een relatief klein deel van het totale beschikte budget.
Zon-pv krijgt 86 beschikkingen
Binnen hernieuwbare elektriciteit blijft zon-pv wel de grootste categorie in aantallen projecten. Zon-pv op dak kreeg 50 beschikkingen, met een gezamenlijke budgetclaim van 68 miljoen euro en 140 megawatt vermogen. Voor zon-pv op veld gaat het om 33 beschikkingen, 262 miljoen euro subsidieclaim en 575 megawatt vermogen. Zon-pv op water kreeg 3 beschikkingen, goed voor 28 miljoen euro en 58 megawatt.
Daarmee komt zon-pv in de voorlopige resultaten uit op 86 beschikkingen en 773 megawatt vermogen. De cijfers laten tegelijk zien dat het zwaartepunt van de SDE++ verder verschuift naar technieken buiten de klassieke elektriciteitsproductie, zoals warmte, moleculen en CCS/CCU.
Transportindicatie wordt aangescherpt
Voor ontwikkelaars van zonneprojecten wordt de voorbereiding op een aanvraag belangrijker. Uit onderzoek van Technopolis in opdracht van RVO blijkt volgens de brief dat veel zon-pv-projecten met een SDE++-beschikking niet tot realisatie komen. Netcongestie is daarbij een van de hoofdoorzaken.
Het kabinet wil daarom de vrijval van projecten verminderen. Samen met netbeheerders en branchevereniging Holland Solar is gewerkt aan een aangescherpte transportindicatie. Die moet beter aansluiten bij de daadwerkelijke mogelijkheid om een netaansluiting te krijgen. Netbeheerders en Partners in Energie publiceren daarvoor nog een beoordelingskader.
Voor de sector betekent dit waarschijnlijk dat projecten eerder moeten aantonen dat transportcapaciteit realistisch is. Dat kan voorkomen dat subsidiebudget wordt gereserveerd voor projecten die niet gebouwd worden, maar kan ook leiden tot een hogere drempel voor ontwikkelaars in congestiegebieden.
Ook batterijopslag op de agenda
De Kamerbrief gaat ook in op uitgestelde levering van hernieuwbare elektriciteit met batterijopslag. Dat is binnen de SDE++ al gedeeltelijk mogelijk, afhankelijk van de configuratie van de installatie en de verstrekking van garanties van oorsprong. De minister onderzoekt of ook andere vormen van uitgestelde levering voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
Die uitbreiding is niet vanzelfsprekend. Volgens de brief staat de Europese Commissie alleen steun toe wanneer netafname niet mogelijk is. Op momenten met negatieve elektriciteitsprijzen is het vanuit systeemperspectief juist wenselijk dat batterijen stroom van het net gebruiken in plaats van eigen zonnestroom.
Aanvragen vanaf 27 oktober
De SDE++ 2026 opent in vijf fases, met fasegrenzen van 75 tot 400 euro per ton CO2. RVO publiceert de praktische informatie en de definitieve regeling later. Voor zonneprojecten wordt vooral de combinatie van transportcapaciteit, vergunningen, businesscase en eventuele batterijconfiguratie bepalend voor de slagingskans.



























