Onderzoek waarschuwt voor coöperatieve zonneparken, Energie Samen: ‘Noodfonds niet nodig’
Terug
De financiële positie van coöperatieve zonneparken staat onder druk door negatieve stroomprijzen, hogere kosten en een complexere energiemarkt. Een nieuw onderzoek naar lokaal eigendom waarschuwt zelfs voor mogelijke faillissementen en noemt een noodfonds als mogelijke oplossing. Energie Samen en energiemarktbedrijf Edmij vinden dat beeld te somber. Volgens hen is niet het coöperatieve model achterhaald, maar moet de exploitatie van zonneparken veranderen.
Het onderzoek Lokaal eigendom in de praktijk, uitgevoerd door Anne Marieke Schwencke van AS I-Search, kijkt naar de belemmeringen en succesfactoren voor lokaal eigendom van wind- en zonneparken. Aanleiding is onder meer dat de ontwikkeling van nieuwe projecten met lokaal eigendom dreigt te stagneren. Ongeveer 20 procent van de productie van zonneparken is momenteel in lokale handen. Bewoners, veelal georganiseerd in energiecoöperaties, bezitten bijna 4 procent van de productie.
Vooral zonneparken financieel onder druk
De onderzoekers schetsen vooral voor zonneparken een somber financieel beeld. Negatieve stroomprijzen drukken de inkomsten, terwijl profiel- en onbalanskosten en operationele kosten zijn gestegen. Tegelijkertijd biedt de SDE volgens het onderzoek niet altijd voldoende bescherming tegen negatieve prijzen. Daardoor zijn nieuwe rendabele projecten volgens de onderzoekers vrijwel niet meer mogelijk zonder aanvullende maatregelen.
Coöperaties zijn daarbij kwetsbaarder dan grote commerciële partijen, omdat ze doorgaans maar één of enkele projecten bezitten en risico's daardoor minder goed over een portfolio kunnen spreiden. Ook financiering wordt moeilijker. Banken financieren volgens het rapport tegenwoordig vaak nog 60 tot 70 procent van de investering, waardoor meer eigen vermogen nodig is. Voor coöperaties moet dat kapitaal veelal uit de lokale omgeving komen.
Het rapport sluit faillissementen daarom niet uit. Om te voorkomen dat daarmee ook het vertrouwen van burgers in lokaal eigendom verloren gaat, wordt onder meer geopperd om gerichte ondersteuning beschikbaar te stellen. Een noodfonds, solidariteitsfonds of waarborgfonds behoort tot de genoemde denkrichtingen.
‘Verdienmodel is veranderd, niet verdwenen’
Energie Samen en Edmij onderschrijven dat zonneparken met moeilijkere marktomstandigheden te maken hebben, maar vinden de conclusie te pessimistisch. Energie Samen heeft vanwege de financiële druk zelfs een crisisteam ingericht, maar volgens voorzitter Siward Zomer betekent dat niet dat coöperatieve zonneparken structureel onrendabel zijn.
“De markt is veranderd en er zijn geen gouden bergen meer, daar moeten coöperaties ook op inspelen”, stelt Zomer. “Goed georganiseerde coöperatieve zonneparken kunnen ook onder de huidige omstandigheden gewoon rendabel worden geëxploiteerd.”
Volgens Edmij ligt een belangrijk deel van de oplossing in een actievere exploitatie. Alleen alle opgewekte zonnestroom op de day-aheadmarkt verkopen, past volgens het bedrijf steeds minder goed bij een markt met sterk fluctuerende prijzen. Door posities gedurende de dag bij te stellen op de intradaymarkt, productie actief te regelen en onbalans over meerdere producenten en afnemers te spreiden, zouden de risico's kunnen worden beperkt. Ook directe levering aan grote afnemers kan volgens het bedrijf extra zekerheid opleveren.
Onderzoek ziet flexibiliteit zelf ook als kans
Daarmee staat de reactie van Energie Samen en Edmij overigens niet volledig tegenover het onderzoek. Ook Schwencke constateert dat opslag, flexibele sturing en prijsafspraken met afnemers nieuwe mogelijkheden bieden. Het rapport beschrijft een ontwikkeling naar lokale energiesystemen waarin productie, opslag en afname sterker op elkaar worden afgestemd.
Het verschil zit vooral in de inschatting hoeveel zekerheid die nieuwe verdienmodellen al bieden. Volgens het onderzoek is nog onzeker hoe snel de markten voor batterijen en flexibiliteit zich ontwikkelen en of de opbrengsten daarvan voldoende zijn om de teruglopende inkomsten uit zonnestroom te compenseren. Veel coöperaties oriënteren zich daarom wel op opslag, maar slechts enkele hebben daadwerkelijk een operationeel opslagproject.
Ook netcongestie heeft twee kanten. Nieuwe zonneparken kunnen hierdoor moeilijker een aansluiting krijgen, maar schaarste aan transportcapaciteit creëert tegelijkertijd waarde voor partijen die flexibel kunnen op- en afregelen. Edmij ziet daarom mogelijkheden via onder meer congestiemanagement en andere flexibiliteitsmarkten.
Geen reddingsfonds, wel professionalisering
Energie Samen trekt daaruit een andere beleidsconclusie dan het rapport. De koepel voelt niets voor een generiek noodfonds voor coöperatieve zonneparken. Als projecten daadwerkelijk in problemen komen, wil de coöperatieve sector volgens Zomer eerst bekijken of onderlinge ondersteuning mogelijk is.
Wel zijn Energie Samen en het onderzoek het eens over de noodzaak van verdere professionalisering. Coöperaties beheren installaties die twintig tot vijfentwintig jaar moeten functioneren en opereren ondertussen in een steeds complexere energie- en flexibiliteitsmarkt. Het onderzoeksrapport adviseert daarom eveneens de ondersteuningsstructuur van de sector te versterken en mogelijkheden voor risicospreiding via portfoliomanagement te ontwikkelen.
Zomer ziet daar ook een rol voor de overheid. Niet om verliezen structureel af te dekken, maar om ervoor te zorgen dat energiecoöperaties toegang krijgen tot de kennis, schaal en marktinstrumenten die nodig zijn om als professionele energiebedrijven te opereren.

























