TNO en Netbeheer Nederland: uitvoering Nationaal Plan Energiesysteem onvoldoende zeker

Terug
26.10.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
TNO en Netbeheer Nederland: uitvoering Nationaal Plan Energiesysteem onvoldoende zeker

Het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) geeft een realistischer beeld van de Nederlandse energietransitie, maar biedt nog onvoldoende zekerheid dat de plannen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Dat stellen TNO en Netbeheer Nederland in afzonderlijke bijdragen aan de Tweede Kamer. Beide organisaties vragen om concretere afspraken over investeringen, financiering en verantwoordelijkheden. TNO waarschuwt daarnaast dat de economische haalbaarheid van het toekomstige energiesysteem nog onvoldoende is onderzocht.

Maandag 26 oktober bespreekt de Tweede Kamer het Nationaal Plan Energiesysteem, dat het kabinet in september presenteerde. Het plan schetst de ontwikkeling van het energiesysteem richting 2040, met onder meer een richtwaarde van 75 tot 95 gigawattpiek zonne-energie en 28 gigawatt batterijopslag.

Volgens zowel Netbeheer Nederland als TNO is de gekozen richting een verbetering ten opzichte van het NPE uit 2023. De plannen houden meer rekening met netcongestie, flexibiliteit en de beperkingen bij de uitvoering van de energietransitie. De organisaties wijzen er echter op dat het vaststellen van een ontwikkelpad niet automatisch betekent dat de benodigde investeringen ook plaatsvinden.

Hogere nettarieven kunnen elektrificatie verder afremmen

TNO richt zich in zijn wetenschappelijke reflectie vooral op de economische aannames onder het NPE. Volgens de onderzoekers wordt onvoldoende rekening gehouden met de manier waarop energieprijzen, investeringen en toekomstige energievraag elkaar beïnvloeden.

Dat kan tot een zichzelf versterkend probleem leiden. Wanneer netbeheerders investeren in infrastructuur voor een verwachte groei van de elektriciteitsvraag, maar die groei achterblijft, moeten de vaste netkosten mogelijk over minder elektriciteitsverbruik worden verdeeld. Afhankelijk van de financiering en tariefstructuur kunnen daardoor de nettarieven stijgen. Hogere nettarieven maken elektrificatie vervolgens minder aantrekkelijk, waardoor de elektriciteitsvraag nog verder kan achterblijven.

Omgekeerd kan het uitblijven van netuitbreiding verduurzaming en economische groei juist blokkeren.

Volgens TNO moet daarom worden onderzocht of de verwachte ontwikkeling van het energiesysteem economisch haalbaar blijft bij de energieprijzen, nettarieven en beleidsmaatregelen die daaruit voortvloeien. Dat is met name relevant voor de energie-intensieve industrie, waar internationale verschillen in energiekosten bepalend kunnen zijn voor investeringsbeslissingen en toekomstige productie.

Ook de geraamde elektriciteitsvraag laat zien hoeveel ontwikkeling het NPE veronderstelt. Het plan gaat voor 2040 uit van ongeveer 260 terawattuur binnenlandse elektriciteitsvraag, terwijl de Klimaat- en Energieverkenning 2026 uitkomt op 148 tot 218 terawattuur. De ramingen verschillen in uitgangspunten en zijn daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar, maar illustreren volgens TNO wel hoeveel aanvullende ontwikkeling en beleidsinzet nodig is.

Investeringen in infrastructuur en flexibiliteit vragen zekerheid

Ook Netbeheer Nederland benadrukt dat investeringen in energie-infrastructuur niet los kunnen worden gezien van de ontwikkeling van vraag en aanbod. De organisatie wil daarom dat in 2027 per industriecluster afspraken worden gemaakt over de toekomstige energievraag, het energieaanbod en de benodigde infrastructuur.

Daarbij moet duidelijk worden welke infrastructuur al kan worden aangelegd voordat de toekomstige energievraag volledig zeker is, en wie de financiële risico's daarvan draagt.

TNO wijst daarnaast op de onzekerheden rondom investeringen in flexibiliteit. De opbrengsten daarvan zijn afhankelijk van verschillende markten en contractvormen, waaronder de elektriciteitsmarkt, balanceringsdiensten en congestiemanagement. Een eventueel capaciteitsmechanisme kan bijdragen aan de beschikbaarheid van regelbaar vermogen, maar garandeert volgens de onderzoekers niet dat de benodigde flexibiliteit tijdig en op de juiste locaties wordt gerealiseerd.

Meer aandacht voor groen gas, warmtenetten en weerbaarheid

Netbeheer Nederland doet daarnaast een aantal specifieke oproepen. Zo wil de brancheorganisatie maximale inzet op de productie en import van groen gas en pleit zij ervoor om slimme hybride warmtepompen niet bij voorbaat uit te sluiten als langetermijnoplossing.

Ook vraagt de organisatie om voldoende financiële middelen voor warmtenetten. Bij de Voorjaarsnota 2027 zou geld moeten worden gereserveerd voor projecten die vóór 2030 moeten beginnen. Zowel warmtenetten als hybride warmtepompen kunnen volgens de netbeheerders voorkomen dat de volledige warmtevraag op het elektriciteitsnet terechtkomt.

Verder vinden beide organisaties dat beter moet worden vastgesteld hoe weerbaar het toekomstige energiesysteem is. Netbeheer Nederland vraagt om concrete keuzes over benodigde opslag, reserves, regelbaar vermogen en infrastructuur.

TNO wil dat daarbij ook combinaties van tegenvallers worden doorgerekend. Een periode met weinig wind, een hoge elektriciteitsvraag en beperkte beschikbaarheid van aardgas kan bijvoorbeeld meerdere onderdelen van de energievoorziening tegelijkertijd onder druk zetten.

Voorkom dat achterblijvende uitvoering tot lagere ambities leidt

Uiteindelijk draait de kritiek van beide organisaties om de vraag hoe het NPE van een richtinggevend document kan uitgroeien tot een effectief beleidsinstrument.

Netbeheer Nederland wil dat de beleidsagenda wordt gekoppeld aan concrete financiering, verantwoordelijke partijen en harde besluitmomenten. TNO pleit voor een toetsbare uitvoeringsagenda, waarin ook wordt vastgelegd wanneer achterstanden aanleiding moeten geven tot ingrijpen.

Volgens de onderzoekers moet daarbij onderscheid worden gemaakt tussen veranderende inzichten die een nieuwe koers rechtvaardigen en vertraging doordat noodzakelijke investeringen of beleidsbesluiten uitblijven.

"Vertraging mag niet automatisch tot verlaging van ambities leiden", stelt TNO. Wanneer belangrijke mijlpalen niet worden gehaald, moet het kabinet daarom expliciet onderbouwen of de oorspronkelijke plannen alsnog kunnen worden gerealiseerd of dat een alternatief maatschappelijk doelmatiger is.

Daarmee leggen beide organisaties richting het Kamerdebat de nadruk op dezelfde uitdaging: niet zozeer het vaststellen van de gewenste ontwikkeling van het energiesysteem, maar het zekerstellen van de voorwaarden om deze daadwerkelijk te realiseren.