Zonder SDE++ wordt financiering van grote zonneparken steeds lastiger

Terug
18.06.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
Zonder SDE++ wordt financiering van grote zonneparken steeds lastiger

Zon-PV-projecten zonder SDE++ zijn niet onmogelijk, maar externe projectfinanciering valt in veel gevallen weg zodra de subsidie ontbreekt. Dat concludeert Rebel in een rapport dat in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is opgesteld. Vooral grote standalone zonneparken zonder SDE++ krijgen het moeilijk. Kleinere zon-op-dakprojecten, projecten voor eigen verbruik en projecten die kunnen leunen op de balans van een groter bedrijf maken meer kans.

Het rapport richt zich op zon-PV-projecten op grootverbruikersaansluitingen. De aanleiding is dat steeds meer projecten geen aanspraak maken, of kunnen maken, op SDE++ of toekomstige opvolgende instrumenten. Dat komt onder meer door netcongestie, waardoor projecten vaker worden ontwikkeld voor eigen gebruik en minder gericht zijn op levering aan het net.

Subsidie gaf banken zekerheid

Rebel maakt onderscheid tussen balans- en projectfinanciering. Projectfinanciering wordt vooral toegepast bij grotere projecten, vanaf ongeveer 7,5 miljoen euro aan investering. Daarbij kijkt de bank naar de kasstromen van het project zelf. De terugbetaling van de lening moet komen uit de opbrengsten van het zonnepark.

De SDE++-beschikking speelde daarin lange tijd een belangrijke rol. Die subsidie bood financiers een door de overheid geborgde inkomstenstroom tijdens de exploitatiefase. Daardoor waren toekomstige inkomsten beter voorspelbaar. Zonder SDE++ moeten projecten veel meer leunen op marktinkomsten, contracten of de financiële kracht van de initiatiefnemer.

Negatieve stroomprijzen raken de businesscase

Het grootste risico voor financiers is volgens het rapport het elektriciteitsprijsrisico. Juist tijdens zonnige uren liggen stroomprijzen vaker laag of negatief. Daardoor daalt de waarde van zonnestroom op de momenten waarop zonneparken veel produceren.

In een markt met meer zon-PV-capaciteit nemen prijsvolatiliteit en het aantal uren met lage of negatieve prijzen toe. Zonder SDE++ komen die risico’s volledig bij de producent terecht. Banken vertalen dat naar strengere financieringsvoorwaarden, lagere leencapaciteit, kortere looptijden en hogere risicopremies. Daarmee komt projectfinanciering voor veel subsidievrije projecten buiten bereik.

Balansfinanciering wint aan belang

Bij balansfinanciering ligt dat anders. Dan wordt de financiering niet verstrekt aan een aparte projectvennootschap, maar aan het bedrijf als geheel. De bank beoordeelt dan vooral de kredietwaardigheid, financiële positie en totale kasstromen van de onderneming.

Dat maakt het wegvallen van SDE++ minder bepalend. Tegenvallers in het zonneproject kunnen dan worden opgevangen door andere activiteiten van het bedrijf. Volgens Rebel zijn subsidievrije zon-PV-projecten die wél met externe financiering worden gerealiseerd daarom vooral kleinere zon-op-dakprojecten. Die worden vaak gefinancierd vanuit de balans van een bedrijf en gedreven door strategische motieven, zoals verduurzaming van bedrijfsprocessen of vastgoed.

Ook worden zonnepanelen soms meegefinancierd als onderdeel van een vastgoedproject. In dat geval is de businesscase niet primair afhankelijk van de stroomopbrengsten, maar van het bredere vastgoedproject.

cPPA als alternatief, maar niet voor iedereen

Voor grootschalige projecten zonder SDE++ ziet het rapport één belangrijk alternatief: een langjarige corporate Power Purchase Agreement, of cPPA, met een vaste prijs en een kredietwaardige afnemer. Zo’n contract kan het prijsrisico gedeeltelijk beperken en zorgt voor meer zekerheid over toekomstige inkomsten.

Volgens geïnterviewde financiers is een vaste-prijs-cPPA momenteel het enige alternatief voor SDE++ waarmee grote zon-PV-projecten in sommige gevallen toch met projectfinanciering gerealiseerd kunnen worden. Daarvoor moet het contract wel goed zijn gestructureerd. Financiers kijken onder meer naar de looptijd, de prijsafspraken, het gecontracteerde volume en de kredietwaardigheid van de afnemer.

Die route is niet vanzelfsprekend. De Nederlandse cPPA-markt is volgens Rebel nog beperkt ontwikkeld. Contracten zijn complex, transactiekosten zijn relatief hoog en vooral grote, kredietwaardige afnemers met een hoog elektriciteitsverbruik kunnen zulke langjarige verplichtingen dragen. Voor kleinere zon-op-dakprojecten is het volume vaak te klein om voor grote afnemers interessant te zijn.

Grootschalige standalone projecten verliezen terrein

Daarmee verandert het type project dat zonder subsidie nog financierbaar is. Grote projecten van meer dan 10 megawattpiek kunnen volgens het rapport soms projectfinanciering aantrekken, maar alleen onder stevige voorwaarden. Een langjarige vaste-prijs-cPPA met een afnemer met een goede kredietrating kan dan als vervanging van SDE++ dienen.

Kleinere projecten zijn doorgaans niet financierbaar via klassieke projectfinanciering. Zij moeten meestal via de balans van het ontwikkelende bedrijf worden gefinancierd. Eerder onderzoek van RVO laat volgens Rebel zien dat subsidievrije projecten die daadwerkelijk zijn gerealiseerd vooral zon-op-dakprojecten betreffen op commerciële daken of maatschappelijk vastgoed, met een omvang van ongeveer 100 kilowattpiek tot 1 megawattpiek.

Oplossingen liggen in risicodeling

Rebel noemt meerdere oplossingsrichtingen om de financierbaarheid te verbeteren. De kern daarvan is het verlagen en verleggen van risico’s in de businesscase. Combinatieprojecten met batterijen of laadinfrastructuur kunnen helpen om zon-PV beter in het energiesysteem te passen. Zulke projecten kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie, maar zijn complexer en hebben zelf ook voorspelbare inkomsten nodig.

Daarnaast kan standaardisatie van netaansluitingsoplossingen helpen. In congestiegebieden worden oplossingen als cable pooling, curtailment en capaciteitsbeperkende contracten steeds vaker onderzocht. Nu zijn die afspraken vaak nog projectspecifiek, waardoor lange onderhandelingen met netbeheerders en onzekerheid over risico’s ontstaan. Landelijke kaders kunnen die onzekerheid verminderen.

Zon op dak blijft kansrijkste route

Voor subsidievrije groei lijkt zon op dak voorlopig de meest kansrijke route. Juist deze projecten worden volgens het rapport nu al zonder SDE++ gerealiseerd, vaak met balansfinanciering. Extra beleid kan die ontwikkeling versnellen, bijvoorbeeld door meer duidelijkheid over dakeisen, verzekeringen en geschikte locaties.

De conclusie is daarmee dubbel. Zon-PV zonder SDE++ kan, maar niet onder dezelfde voorwaarden als in de afgelopen subsidiejaren. Voor de sector wordt financierbaarheid steeds minder bepaald door alleen de prijs van zonnepanelen. Contractstructuur, netinpassing, eigen verbruik en risicodeling worden minstens zo belangrijk.