Voorjaarsbrief: Zes nieuwe rondes SDE++ en verdeling Klimaat- en energiefonds
01.04.2026 Gijs de Koning

Er wordt geld beschikbaar gemaakt voor zes nieuwe rondes van de SDE++ vanaf 2027. Dat werd bekend gemaakt in de begeleidende voorjaarsbrief klimaat en energie bij het Ontwerp-Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 door Stientje van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei. Daarnaast doet de minister voorstellen voor het Klimaat- en energiefonds om een aantal maatregelen te nemen, waaronder een versnelling van hoogspanningsprojecten om netcongestie te bestrijden.
Het is aan de Eerste en Tweede kamer om hun stem uit te brengen over de voorgestelde plannen uit het Ontwerp-Meerjarenprogramma. De definitieve verdeling wordt gedeeld op Prinsjesdag.
Nieuwe SDE++ rondes
In de voorjaarsbrief bevestigd minister Veldhoven-van der Meer de plannen van het coalitieakkoord om nog zes rondes van de SDE++ open te stellen. “Het kabinet reserveert budget voor zes nieuwe rondes van 8 miljard euro voor de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) vanaf 2027, zodat de uitrol van de energietransitie en de verduurzaming van de industrie door kan gaan”, aldus de minister.
Geen SDE++ voor zonneparken
Hoewel het kabinet de SDE++ formeel verlengt tot 2032, wordt de regeling inhoudelijk opgesplitst. Voor hernieuwbare elektriciteit, met name zonneparken en wind op land wordt de SDE++ vervangen door contracts for difference (CfD’s), onder invloed van Europese regelgeving. Vanaf 2027 mogen opwekkers van hernieuwbare elektriciteit zoals zonneparken en windmolens namelijk volgens de EU geen steun meer ontvangen via de SDE++ om te voorkomen dat prijssignalen worden verstoord door de subsidie.
Wel blijft de SDE++ bestaan voor andere CO₂-reducerende technieken, zoals warmte, waterstof en industriële verduurzaming.
Dat deze verschuiving al concreet vorm krijgt, bleek eerder uit de Kamerbrief van 20 maart, waarin de minister aangeeft dat zonneprojecten kleiner dan 200 kilowattpiek vanaf 2027 ook buiten de nieuwe CfD-systematiek vallen, omdat deze volgens het kabinet zonder subsidie rendabel zijn.
Verdeling van geld voor klimaat en energie
Uit het Ontwerp-Meerjarenprogramma 2027 blijkt dat 809 miljoen euro aan middelen direct wordt toegekend, naast 5,5 miljard euro aan toekenningen onder voorwaarden. Daaruit volgt dat er nog 21 miljard euro in het fonds overblijft. Uit het overzicht volgt daarnaast dat van de totale resterende middelen van 13,5 miljard nog niet is bestemd voor een specifieke maatregel. Wel is bekend dat, conform het coalitieakkoord, het grootste deel hiervan bestemd is voor kernenergie (13,1 miljard euro).
Toekenningen energie-infrastructuur
De toekenningen onder het kopje energie-infrastructuur omvatten onder meer het Hystock-project, dat voorziet in de realisatie van de eerste ondergrondse waterstofopslag in Nederland met vier cavernes in Zuidwending. Voor het project wordt maximaal 287,5 miljoen euro aan aanvullende financiering onder voorwaarden toegekend, bovenop de eerder toegekende 162,5 miljoen euro, om risico’s rond vergunningen, kussengasprijzen en de vulling van de opslag af te dekken.
Verder wordt er 20 miljoen euro onder voorwaarden toegekend aan Electric Road Systems (ERS), een technologie die het mogelijk maakt om elektrische vrachtwagens al rijdend op te laden via een geleidende bovenleiding. De middelen zijn bedoeld voor de aanleg van twee trajecten in Nederland, op de corridors Rotterdam–Antwerpen en Rotterdam–Duitsland (A15/Betuweroute).
Het programma Stopcontact op land, dat voorziet in de aanleg van aansluitingen en snellaadinfrastructuur op verzorgingsplaatsen langs het hoofdwegennet, ziet een toekenning van 65,5 miljoen euro. Het Rijk neemt daarbij de aanleg en het beheer op zich om netverzwaring te beperken en te voldoen aan de groeiende laadvraag en Europese regelgeving (AFIR).
Aanpak netcongestie
Onder het kopje netcongestie worden meerdere maatregelen voorgesteld die gericht zijn op het versnellen van de uitbreiding van het elektriciteitsnet en het verkorten van doorlooptijden. Zo wordt 41,5 miljoen euro toegekend voor gebiedsinvesteringen in het hoogspanningsnet (aanvullend op 8,5 miljoen euro voor Moerdijk), waarmee voor 25 urgente projecten extra regie en gebiedscompensatie wordt ingezet om tot 18 maanden tijdswinst te realiseren. Daarnaast wordt 15 miljoen euro vrijgemaakt voor de oprichting van een taskforce voor middenspanningsprojecten, die de doorlooptijd van deze projecten met 12 tot 18 maanden moet verkorten.
Deze maatregelen sluiten aan bij de bredere inzet van het kabinet op het aanpakken van netcongestie. Zo stelt Van Veldhoven-van der Meer in haar brief: “Waar infrastructuur achter blijft, pakt de overheid de regie. Zo is het topprioriteit voor dit kabinet om netcongestie te verminderen en daarmee perspectief te bieden aan burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven om een aansluiting te kunnen krijgen.”
Lange termijn batterijopslag en flexibiliteit
Voor de opschaling van innovatieve lange termijn elektriciteitsopslag blijft een reservering van 158,4 miljoen euro in stand. Deze maatregel richt zich op de ontwikkeling en opschaling van alternatieve opslagtechnologieën die beter geschikt zijn voor midden- en lange termijn opslag dan lithium-ion batterijen, die vooral beperkt zijn in opslagcapaciteit. Omdat onderzoek naar de ondersteuning van demonstratieprojecten (LDES) nog loopt en naar verwachting pas in 2027 wordt afgerond, wordt de reservering aangehouden en mogelijk verder uitgewerkt richting het plan voor 2028.
Daarnaast wordt 198,9 miljoen euro gereserveerd voor industriële demand side response (iDSR), gericht op het vergroten van flexibiliteit aan de vraagzijde van het elektriciteitssysteem. De maatregel voorziet in subsidies voor onder meer flexibiliteitsscans, procesaanpassingen en investeringen in flexibiliteit bij industriële partijen. De regeling is nog in ontwikkeling en moet verder worden uitgewerkt, onder andere in aansluiting op bestaande instrumenten zoals de Flex-E-regeling, waarbij aanvullende voorwaarden en de precieze invulling van de subsidie nog worden bepaald.
Het doel van de investeringen is volgens de minister niet alleen voor de opwek van duurzame energie, maar ook het investeren in de eigen economie en onafhankelijkheid. “Een voortvarende transitie met een integrale aanpak naar een duurzame samenleving is de beste manier om als Nederland en Europa onze economische kracht te behouden”, stelt ze in de voorjaarsbrief.



























