EV-rijders met zonnepanelen de dupe van nieuwe NEa-regels voor ERE-certificaten
Terug
Elektrische rijders die hun auto thuis opladen met stroom van eigen zonnepanelen kunnen minder of zelfs helemaal geen inkomsten meer krijgen uit ERE-certificaten. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft vorige week bekendgemaakt dat alleen elektriciteit die netto van het openbare stroomnet wordt afgenomen meetelt voor de certificaten. Vooral huishoudens met veel zonnepanelen dreigen daardoor inkomsten mis te lopen.
De nieuwe uitleg van de NEa verandert de spelregels voor elektrische rijders die deelnemen aan de regeling voor emissiereductie-eenheden (ERE's). Tot nu toe konden automobilisten een vergoeding krijgen voor alle elektriciteit die via hun laadpaal in de auto terechtkwam. Het maakte daarbij niet uit of de stroom afkomstig was van zonnepanelen op het eigen dak of van het elektriciteitsnet.
Dat verandert volgens de NEa. De hoeveelheid elektriciteit die in aanmerking komt voor ERE-certificaten wordt begrensd door de netto hoeveelheid stroom die een huishouden van het net afneemt. Hoe meer elektriciteit een huishouden zelf opwekt en teruglevert, hoe kleiner de hoeveelheid stroom waarover het ERE-certificaten kan ontvangen.
Netto afname bepaalt vergoeding
ERE-certificaten zijn onderdeel van een systeem waarmee de overheid de verduurzaming van het wegverkeer stimuleert. Leveranciers van fossiele brandstoffen moeten hun brandstoffen vergroenen. Een manier om aan die verplichting te voldoen, is het ondersteunen van elektrisch rijden. Elektrische rijders kunnen daarvoor een vergoeding ontvangen voor de elektriciteit waarmee zij hun auto opladen.
Inboekdienstverleners verzorgen de registratie van de geladen elektriciteit, de verhandeling van de certificaten en de uitbetaling aan automobilisten. Tot nu toe telde daarbij het aantal kilowatturen dat de laadpaal registreerde. De herkomst van de stroom speelde geen rol.
De NEa stelt nu dat zelf opgewekte elektriciteit van particuliere zonnepanelen niet meetelt. De toezichthouder hanteert de netto elektriciteitsafname van een huishouden als bovengrens. Dat is de hoeveelheid stroom die jaarlijks van het elektriciteitsnet wordt afgenomen, verminderd met de hoeveelheid die wordt teruggeleverd.
Een huishouden dat bijvoorbeeld 2.500 kilowattuur (kWh) van het net afneemt en 500 kWh teruglevert, heeft een netto afname van 2.000 kWh. Ook als de laadpaal in dat jaar 3.000 kWh registreert, kan maximaal 2.000 kWh worden meegenomen voor de ERE-regeling.
Daarbij geldt dat niet alle elektriciteit van het net als hernieuwbaar wordt aangemerkt. De NEa rekent met het gemiddelde aandeel groene stroom op het Nederlandse elektriciteitsnet. Dat percentage bedraagt in 2026 50,5 procent.
Vooral huishoudens met veel zonnepanelen geraakt
De financiële gevolgen verschillen per huishouden. Elektrische rijders zonder zonnepanelen of met een relatief kleine installatie zullen waarschijnlijk weinig merken van de nieuwe voorwaarden. Anders ligt dat voor huishoudens die een groot deel van hun elektriciteit zelf opwekken.
Een huishouden dat jaarlijks 6.000 kWh verbruikt, waarvan 3.000 kWh voor het laden van de elektrische auto, kan onder de oude systematiek alle 3.000 laadkilowatturen laten meetellen. Wanneer het huishouden ook 6.000 kWh met zonnepanelen opwekt en daardoor op jaarbasis geen netto elektriciteit van het net afneemt, vervalt die mogelijkheid onder de nieuwe uitleg volledig.
Dat is opvallend, omdat juist deze automobilisten hun elektrische auto opladen met zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit. De nieuwe voorwaarden kunnen daarmee een financiële prikkel wegnemen voor huishoudens die hun eigen zonnestroom zo veel mogelijk zelf gebruiken.
Investering in laadpaal mogelijk minder aantrekkelijk
De wijziging heeft ook gevolgen voor elektrische rijders die recent hebben geïnvesteerd in een laadpaal die geschikt is voor deelname aan de ERE-regeling. Daarvoor is een MID-gecertificeerde meter nodig, waarmee nauwkeurig wordt geregistreerd hoeveel elektriciteit daadwerkelijk naar de auto gaat.
Veel oudere laadpalen beschikken niet over zo'n meter. Uit een rondvraag van de VER blijkt dat een grotere meerderheid van de particuliere rijders, die zelf in hun laadpaal hebben geïnvesteerd, buiten de boot valt. 52% geeft aan een laadpaal zonder MID-meter te hebben en kan zich niet aanmelden voor de ERE-certificaten. En de kosten voor een nieuwe laadpaal wegen vaak niet op tegen de verwachte opbrengsten, of men vindt het uit duurzaamheidsoogpunt onverantwoord om een nieuwe laadpaal te plaatsen.
De NEa heeft op haar website de gewijzigde voorwaarden toegelicht, maar heeft nog geen reactie gegeven op vragen over de gevolgen van de nieuwe interpretatie. Daardoor is nog niet duidelijk hoeveel elektrische rijders hierdoor inkomsten mislopen.
Automobilisten kunnen aan de hand van hun jaaroverzicht of slimme meter controleren wat de wijziging voor hen betekent. Door de jaarlijkse teruglevering af te trekken van de afname bij de energieleverancier, ontstaat de netto elektriciteitsafname. Die vormt de bovengrens voor de hoeveelheid elektriciteit die voor de ERE-regeling kan worden ingeboekt.

























