Het delen van groene energie, (g)een goed idee?
07.05.2026 Gijs de Koning

Op papier de opgewekte zonne-energie die huishoudens zelf niet kunnen gebruiken laten verkopen aan buren, familieleden of andere partijen, is sinds 1 januari 2026 bij wet mogelijk. Echter zijn er nog veel vraagtekens rondom de invulling van dit ‘energiedelen’. Zo is het administratief ingewikkeld en kan het opschalen hiervan zorgen voor problemen op het elektriciteitsnet.
Het is met de ingang van de nieuwe Energiewet per januari 2026 wettelijk mogelijk om energie te delen. Dit houdt in dat als een consument bijvoorbeeld om 12 uur ’s middags 2 kilowattuur aan stroom teruglevert aan het net, de buren deze 2 kilowattuur op hetzelfde moment kunnen afnemen.
Energiedelen vindt alleen plaats op papier. Daardoor is het ook mogelijk om dit te doen met iemand die op een heel ander deel van het elektriciteitsnet aangesloten zit. Het is aan energieleveranciers om dit proces te faciliteren. Zij zijn hiertoe niet verplicht.
Waarom wordt energiedelen opgedragen?
Dat energiedelen mogelijk moet worden gemaakt is bepaald door de Europese Unie. De EU stelt dat energiedeling de weerbaarheid van consumenten tegen de effecten van hoge en volatiele energieprijzen kan vergroten. Daarnaast moet energiedelen het mogelijk maken van consumenten die niet de middelen hebben om zelf te investeren in duurzame energietechnologieën.
Volgens de EU kan energiedelen vooral waarde krijgen als deelnemers worden geprikkeld om stroom te gebruiken of op te slaan op momenten dat dit gunstig is voor het systeem. Met goede prijssignalen en voldoende opslag kán ook de flexibiliteit van kleinere verbruikers, zoals huishoudens, beter worden benut.
De nadelen van energiedelen
Voor consumenten kan energiedelen aantrekkelijk zijn. Het kan helpen om lokaal opgewekte zonnestroom beter te benutten, minder afhankelijk te worden van marktprijzen en, voor huishoudens die zelf geen zonnepanelen kunnen plaatsen, kan het helpen om toch te profiteren van goedkope zonnestroom. Op papier klinkt dit aantrekkelijk, zeker nu terugleveren minder vanzelfsprekend wordt en de salderingsregeling verdwijnt.
Maar voor het elektriciteitsnet kan energiedelen juist ongunstig uitpakken als het alleen financieel wordt ingericht. Dan ontstaat er een administratieve verschuiving van kilowatturen, terwijl de fysieke pieken op het net blijven bestaan. Op zonnige middagen worden consumenten met zonnepanelen juist meer gestimuleerd om hun energie het net op de sturen zonder dat hier lokale afname tegenover staat.
“Als je zon op je dak hebt en die stroom wilt delen met je tante in Brabant, moet dat ergens worden geregistreerd. De ene leverancier krijgt minder zonnestroom toegerekend, de andere meer. Maar als er op dat moment al een overschot is, is die stroom in de markt weinig waard of moet je zelfs betalen om ervan af te komen. Daarnaast moet er een IT systeem worden ingericht die er voor zorgt dat dit energieleverancier onafhankelijk kan gebeuren. Dan richt je dus een systeem in dat kosten met zich meebrengt, terwijl het de vraag is of dat efficiënt is”, legt André Dippell, directeur van energieleverancier om | nieuwe energie uit.
Energieleverancier om | nieuwe energie is bezig met pilots die het uitrollen van energiedelen mogelijk moeten gaan maken, ook voor consumenten. Dippell heeft zijn eigen visie losgelaten op hoe energiedelen het beste kan worden ingevuld, niet met het oog op de individu maar juist op het gehele energiesysteem.
Volgens Dippell moet energiedelen daarom beginnen bij het netvlak: het gebied waar opwek, verbruik en netcapaciteit daadwerkelijk met elkaar samenhangen. “Je moet kijken naar het totaalplaatje. Hoe gaan we met elkaar het totale energiesysteem zo efficiënt mogelijk inrichten?” zegt hij. “De kabels die we nu in de grond hebben, die moeten we met elkaar zo efficiënt mogelijk gaan benutten.”
Hoe kan energiedelen slim worden ingericht?
Volgens Dippell moet de nadruk liggen op slim energiedelen via energiegemeenschappen. Dat zijn samenwerkingsverbanden van bewoners, bedrijven of publieke partijen die samen energie opwekken, gebruiken, opslaan en onderling verrekenen.
Om | nieuwe energie werkt al met zulke gemeenschappen, onder meer bij gemeenten en bedrijventerreinen. Daar worden verschillende aansluitingen via een platform aan elkaar gekoppeld. Deelnemers kunnen onderling afspraken maken over de prijs van lokaal opgewekte stroom, terwijl het platform de afrekening en de koppeling met de markt faciliteert.
Voor huishoudens hoeft dat niet te beginnen met een groot zonnepark of een batterijproject. “Jij kan het ook concreet met je buren starten”, zegt Dippell. Als er in een wijk voldoende zonopwek is, kunnen bewoners afspraken maken over het onderling benutten van die stroom. Maar de stap daarna is volgens hem belangrijker: opslag en sturing. “Hoe gaan we met elkaar ook zorgen dat we op overschotmomenten met elkaar gaan investeren in opslag, zodat we ook kunnen gaan timeshiften binnen ons eigen verbruik?”
Dat timeshiften, het verschuiven van gebruik in de tijd, moet voorkomen dat zonnestroom alleen overdag waarde heeft. Batterijen kunnen helpen om avond- en ochtendpieken af te vlakken. Maar met alleen zon en batterijen is een gemeenschap er volgens Dippell niet. In de winter, wanneer de energievraag hoog is en de zonopwek laag, is aanvullende opwek nodig.
“Met zon alleen gaan we het niet redden. Je moet een balans hebben in verschillende bronnen. Wind en zon en opslag het liefst gecombineerd.” Ook warmteopslag kan volgens hem onderdeel zijn van die mix, omdat warmte in huishoudens juist in de winter een grote energievraag veroorzaakt.
Variatie is essentieel
Een energiegemeenschap wordt volgens Dippell sterker naarmate de profielen van deelnemers elkaar aanvullen. Alleen huishoudens bij elkaar hebben vaak vergelijkbare pieken: koken, laden en verwarmen vinden op ongeveer dezelfde momenten plaats. De combinatie met bedrijven kan interessanter zijn, omdat zij juist overdag stroom gebruiken terwijl huishoudens zonnestroom over hebben. “Voor al die gemeenschappen geldt: het draait alles om balans”, zegt Dippell.
Om | nieuwe energie doet inmiddels ervaring op met energiedelen tussen consumenten middels pilots in een experimenteerregeling, waardoor zij tijdelijk meer vrijheid hebben dan binnen de reguliere leveranciersregels. “Normaal gesproken geldt: voor een consument moet je vooraf laten weten wat die betaalt”, stelt Dippell. In de pilots is gekozen voor afrekening achteraf op basis van werkelijke kosten. De volgende stap die om | nieuwe energie heeft gezet is het maken van een schaalbaar model, waarbij bewoners vooraf weten welke tarieven gelden en zelf afspraken maken over de prijs waartegen zij onderling stroom delen.
Dippell verwacht dat huishoudens steeds meer interesse krijgen, zeker via lokale energiecoöperaties. Individueel kunnen consumenten wel zonnepanelen of een thuisbatterij plaatsen, maar daarmee optimaliseren zij vooral hun eigen situatie. Volgens Dippell ligt de grotere waarde in collectieve sturing. “Wij denken niet in een-op-een”, zegt hij. “Dat zet geen zoden aan de dijk.”
De belofte van energiedelen zit dus niet in het simpelweg doorgeven van een overschot aan zonnestroom. Die belofte zit in het organiseren van lokale energiestromen, prijsprikkels, opslag en flexibiliteit binnen een gemeenschap. Dan kan energiedelen de consument helpen, zonder het net extra te belasten.



























