Minimaal dubbel zoveel zonne-energievermogen in 2040

23.04.2026 Gijs de Koning

Minimaal dubbel zoveel zonne-energievermogen in 2040

Het belang van zonne-energie in de Nederlandse energiemix blijft toenemen richting 2040 ondanks dat de businesscase voor hernieuwbare opwek onder druk staat. Dit blijkt uit onderzoek van CE Delft en Generation.energy. De groei van zonne-energie zet door vanwege een groeiende vraag aan elektriciteit, de noodzaak aan klimaat neutrale technologieën en energieonafhankelijkheid. De verwachting van de onderzoekers is dat er in 2040 tussen de twee een vierenhalf keer zoveel vermogen aan zonne-energie in de energiemix is.

De studie “Hernieuwbare opwek op land: Mogelijke ontwikkelpaden richting 2040” keken de onderzoeken naar de mogelijkheden voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare energie. Hierbij werd bijvoorbeeld gelet op harde beperkingen als  veiligheid, geluid, luchtvaart en bestaand grondgebruik en ook zachte beperkingen als provinciaal beleid en radarbeperkingen.

In de doorgerekende scenario’s voor 2040 ligt het totale zonnevermogen tussen 57 en 127 gigawatt, tegenover grofweg 28,6 gigawatt nu. Daarmee komt zon in 2040 uit op ongeveer twee tot vierenhalf keer het huidige niveau. “De groei van zonne-energie zet zich dus naar verwachting voort”, aldus de onderzoekers.

De onderzoekers concluderen dat er voldoende ruimte is voor het inpassen van meer zonne-energie. Met name op landbouwgrond, op het water en andere landschappen hebben de grootste potentie. Ook bieden de daken en gevels in Nederland nog vol op mogelijkheden.

Het gaat in het onderzoek om ontwikkelpaden. Dit zijn volgens de onderzoekers geen ‘wensbeelden’ of ideale toekomstscenario’s maar dienen om de uitersten van de mogelijke ontwikkelingen te verkennen.

© CE Delft - Ontwikkelpaden zonne-energie

Minimaal ruimtegebruik

Het eerste pad stuurt op minimaal ruimtegebruik en benut daken zo veel mogelijk, ook als daar lokaal weinig vraag tegenover staat. Hierbij worden geen nieuwe windturbines of zonneparken gerealiseerd landbouwgrond, op water of in veenontginnings- en verziltingsgebieden. Hierbij komt CE delft uit op bijna 147 gigawatt aan zonne-energie. Dit is hoger dan de eerder genoemde 127 gigawatt omdat CE Delft voor de verwachtingen werkt met een bandbreedte.

Optimale netinpassing

Nederland kampt met een tekort aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet op alle niveaus. Het is vanwege deze netcongestie lastig om een toename van duurzame -energie in te passen. Toch is er volgens de onderzoekers voldoende mogelijk. Het tweede pad zet in op optimale netinpassing en koppelt opwek zo strak mogelijk aan lokale of regionale elektriciteitsvraag. De nadruk ligt hierbij op decentrale oplossingen. Volgens het onderzoek is er in dit ontwikkelpad een potentie van 75 gigawatt aan zonne-energie.

De laagste maatschappelijke kosten

Het derde pad kijkt vooral naar maatschappelijke kosten en komt daardoor sneller uit bij grootschalige projecten met lage systeemkosten, terwijl zonne-energie op daken daar vooral logisch blijft zolang die direct in eigen verbruik voorziet. Dit ontwikkelpad komt uit op 140 gigawatt aan zonne-energie.

Voor zonne-energie geldt dat de investeringskosten het grootste gedeelte van de maatschappelijke kosten vormen, volgens onderzoekers zon 60 tot 65 procent. Andere maatschappelijke kosten worden gevormd door de businesscase voor de investeerder (25-35 procent) en ketenemissies. Netverzwaring, wanneer dit nodig is zorgt voor 5 tot 15 procent van de maatschappelijke kosten. Deze kosten worden hoger bij lage spanningsniveaus zoals in woonwijken, tenzij de zonne-energie alleen voor eigen gebruik wordt realiseert.

Een combinatie van de best mogelijke opties

De onderzoekers hebben een aantal zogenoemde no-regret-opties uitgewerkt. Dit zijn maatregelen die in alle paden gunstig scoren. Hieronder vallen het stimuleren van zonne-energie op daken voor eigengebruik, windenergie op land bij bedrijven terreinen en het plaatsten van nieuwe windturbines als deze aan het eind van hun levensduur geraken.

Samen hebben deze no-regret-opties in theorie voldoende potentie (circa 60 gigawatt voor zon en het behoud van circa 8 gigawatt voor wind) om de ondergrens van de klimaatdoelen voor 2040 te halen. In de praktijk zullen echter vaak aanvullende keuzes nodig zijn omdat niet de volledige potentie van deze opties benut kan worden.

Beleidsaanbevelingen

CE Delft adviseert, op basis van deze ontwikkelpaden, om hoog in te zetten op verdere groei van hernieuwbare opwek op land. Daarbij moet volgens het rapport niet alleen zonne-energie doorgroeien, maar ook wind op land. Tegelijk pleit CE Delft voor adaptieve doelen die geregeld worden herijkt en voor snelle keuzes over de no-regretopties. Ook efficiënte netinpassing is volgens de onderzoekers onmisbaar zolang netcongestie de groei remt.

Daarnaast stelt CE Delft dat de verdere uitrol van zon en wind veel sterker moet worden gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingsstrategieën, zodat energie, natuur, landbouw, water en industrie niet los van elkaar worden gepland. Verder blijft subsidie volgens het rapport nodig om businesscases rendabeler te maken en risico’s te verlagen, waarbij de overheid moet sturen op de meest wenselijke vormen van opwek. Tot slot vraagt CE Delft om een veel concretere regionale uitwerking, zodat provincies, gemeenten en RES-regio’s beter kunnen bepalen welk potentieel lokaal echt realiseerbaar is.