Subsidie voor coöperatieve zonnestroom wordt vooral gebruikt voor kleinschalige installaties op daken
21.01.2026 Evelien Schreurs

De subsidie waarmee energiecoöperaties een zonne- of windparkkunnen realiseren, is waarschijnlijk vanaf maart weer aan te vragen. Het budget dat daar in 2026 voor beschikbaar is, is iets lager dan in 2025, maar nog steeds ruim boven het bedrag dat afgelopen ronde werd aangevraagd. Afgelopen jaar ging het overgrote deel van deze subsidie naar relatief kleine zon-op-dak projecten.
De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) is een subsidiepot die voor energiecoöperaties en VvE’s gebruik kan worden voor zon-, -wind, of waterkrachtprojecten. In de praktijk gaat dat voornamelijk om de opwek van zonne-energie door energiecoöperaties. In een kamerbrief reflecteert Sophie Hermans, demissionair minister van Klimaat en Groene Groei, op de SCE van 2025 en vertelt ze meer over de aanstaande SCE-ronde.
In 2025 was er voor 100 miljoen euro beschikbaar voor SCE-aanvragen, maar werd er maar voor 28,8 miljoen euro aan aanvragen ingediend. Er werd voor 24,3 miljoen euro aan subsidie verleend. Een groot deel van het budget is dus onbenut gebleven, al is het aangevraagde bedrag hoger dan in 2024.
Volgens Hermans komt dat door een toegenomen aantal negatieve prijsuren die de businesscase van zonne-energieprojecten verslechteren. Ook lopen hernieuwbare energieprojecten aan tegen netcongestie, wat het realiseren van energieprojecten kan bemoeilijken.
In 2025 zijn er 137 subsidies verstrekt binnen de SCE, bijna uitsluitend aan energiecoöperaties. Ruim de helft van de aanvragen en het budget gingen naar relatief kleine installatie van 15 tot 100 kilowatt. In deze categorie werden 123 subsidies verleend voor gezamenlijk ruim 13 miljoen euro. Samen tellen die projecten op voor 10,80 megawatt.
Dit was de eerste keer dat er extra subsidie aangevraagd kon worden voor natuurinclusieve maatregelen voor zonneparken. Hier werden slechts 2 aanvragen voor ingediend, waarvan er aan 1 subsidie werd toegewezen.
“Het kabinet is voornemens de SCE van 2 maart tot 1 oktober 2026 open te stellen”, schrijft Hermans. “Het openstellingsbudget is 78 miljoen euro, wat naar verwachting ruim genoeg is voor alle projecten die in 2026 een aanvraag willen doen.”
In de SCE-ronde van 2026 worden enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo worden op advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de basisbedragen van verschillende subsidies verhoogd. Het basisbedrag is het bedrag dat per geproduceerde kilowattuur nodig is om de energie-installatie te kunnen laten draaien. Omdat de investerings- en operationele kosten gestegen zijn, is ook het basisbedrag voor de verschillende categorieën verhoogd.
Mogelijkheden voor grootverbruiksaansluitingen en zwakke daken
Daarnaast zegt Hermans dat het kabinet voornemens is om nog een paar wijzigingen door te voeren in de subsidie. Ten eerste wordt de grens voor kleinschalige opwek van zonnestroom met grootverbruiksaansluiting opgeruimd. Die grens ligt nu op 500 kilowattpiek, maar omdat deze als beperkend werd ervaren en sommige projecten ‘opgeknipt’ werden in meerdere jaren, wordt de grens verhoogd naar 1 megawattpiek.
“Het kabinet vindt verruiming wenselijk, omdat het bij projecten tot 1 MWp nog gaat om relatief kleinschalige projecten en omdat de verruiming naar verwachting bijdraagt aan een effectievere stimulering van deze projecten”, stelt Hermans.
Ook kunnen voortaan binnen de SCE de kosten voor het versterken van dakconstructies worden meegenomen wanneer het nodig is om de dakconstructie te versterken om het plaatsen van zonnepanelen mogelijk te maken. Dit was al mogelijk via de SDE++ en is op advies van het PBL nu ook aan de SCE toegevoegd.
Eigen verbruik mogelijk
Waar de SCE voorheen eiste dat 100 procent van de opgewekte stroom aan het net werd teruggeleverd, wordt vanaf 2027 toegestaan dat er eigen verbruik van de stroom plaatsvindt. Deze eis was gesteld in verband met de salderingsregeling, om overcompensatie te voorkomen, maar omdat die per 2027 vervalt, komt ook deze eis te vervallen. Voor bestaande en nieuwe SCE-projecten wordt eigen verbruik daarom toegestaan vanaf 2027. Kleinverbruikers krijgen echter geen subsidie over de stroom die zij zelf gebruiken, omdat zij met de zelf opgewekte stroom al kosten vermijden.
Ten slotte worden onbalanskosten niet meer meegenomen in het correctiebedrag. De onbalanskosten zijn kosten die gemaakt worden wanneer de geproduceerde zonnestroom afwijkt van de hoeveelheid die verwacht werd. Vanuit Europese regels moeten producenten, dus ook energiecoöperaties, deze financiële verantwoordelijkheid dragen. Als tegemoetkoming heeft PBL een inschatting van de onbalanskosten gemaakt en verrekend in het basisbedrag.
Geen opslag
Op verzoek van Tweede Kamerlid Suzanne Kröger (Groenlinks-PvdA) is onderzocht of ook energieopslag en het delen van zonnestroom kunnen worden meegenomen in de SCE. In haar brief over de SCE komt Hermans daarop terug:
“Het ondersteunen van energieopslag binnen de SCE is niet goed mogelijk, omdat de inkomsten van uitgestelde levering niet goed zijn in te schatten voor het bepalen van een correctiebedrag. Dit is essentieel voor de systematiek van de SCE.” De SCE zou zich, door de steunperiode van 15 jaar niet goed lenen voor pilots. Daar zouden andere subsidies, zoals de DEI+, meer geschikt voor zijn, stelt Hermans. Die subsidies werden de afgelopen jaren al gebruikt voor projecten met (collectieve) energieopslag.





















