'SDE++ moet ruimte maken voor uitgestelde invoeding'
11.03.2026 Lenna van den Haak

Er moet ruimte gemaakt worden binnen de SDE++ voor uitgestelde invoeding. Dat vindt Derek Steeman, branchespecialist financiering en businesscase bij Holland Solar en Ned Zero. Hij is van mening dat de uitvoering van de regeling waarbij hernieuwbare energie die vanuit batterijopslag wordt ingevoed aan het net, wel degelijk goed kan worden georganiseerd.
Steeman refereert aan een kamerbrief van het voorgaande kabinet aan de Tweede Kamer. Die gaf aan dat uitgestelde levering met een batterij binnen de SDE++, waarmee je de gemiste vollasturen door negatieve elektriciteitsprijzen voor een deel kunt compenseren, tegen uitvoeringsproblemen aanloopt. “Een van de problemen is dat instanties momenteel voor de SDE werken met geaggregeerde maanddata. Maar voor uitgestelde invoeding is nauwkeurige meting per kwartier nodig om te bepalen wanneer elektriciteit is opgewekt, opgeslagen en weer geleverd. De systemen van netbeheerders zijn daar nu niet op ingericht”, aldus Steeman.
Steeds meer uren met negatieve prijzen
Volgens Steeman begint het probleem bij een duidelijke trend op de elektriciteitsmarkt: het aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen groeit snel. “Als je naar de grafieken kijkt, zie je een sterk stijgende trend”, zegt hij. “Dat raakt zonneparken extra hard, omdat negatieve prijzen vooral overdag optreden, precies wanneer zonnepanelen produceren.” Mede door een gebrek aan opslag en flexibiliteit aan de vraagkant zitten we nu met dit probleem, terwijl er nog een forse doorgroei van hernieuwbare energie nodig is.
Wanneer de elektriciteitsprijs negatief wordt, schakelen veel zonneparken hun productie tijdelijk uit. Exploitanten ontvangen tijdens die uren geen marktinkomsten en ook geen subsidie via de SDE++. “De SDE is een subsidie op basis van productie”, legt Steeman uit. “Maar bij negatieve prijzen worden die uren eruit gefilterd en mis je dus veel productie.”
De impact verschilt per subsidiejaar. Oudere projecten, met beschikkingen vóór 2016 worden niet gecorrigeerd voor negatieve elektriciteitsprijzen. Beschikkingen van 2016 tot en met 2023 werken met blokken van zes uur waarin er wordt gecorrigeerd voor negatieve elektriciteitsprijzen. Volgens Steeman leidt dat tot ongeveer 10 tot 15 procent productieverlies. Bij nieuwere projecten, waar per kwartier wordt gekeken, ligt het verlies nog hoger. “Daar gaat het richting twintig procent van de potentiële productie. Dat doet echt pijn.” En dat terwijl de SDE++ juist voor financiële zekerheid moet zorgen. Er is nu dus sprake van onderstimulering.
Projecten financieel onder druk
Door die verliezen komen steeds meer projecten financieel onder druk te staan. “We zien dat sommige parken zelfs onder water staan”, zegt Steeman. “En voor nieuwe projecten wordt het ook lastiger om projectfinanciering te krijgen.”
Banken worden volgens hem voorzichtiger met projectfinanciering, doordat de risico’s zijn gestegen. Hierdoor moeten ontwikkelaars meer eigen vermogen inbrengen. Tegelijkertijd kampen bedrijven met een gebrek aan kapitaal, doordat de bestaande projecten financieel onder druk staan. “Het effect is dat ook de uitrol van nieuwe parken wordt afgeremd.”
Europese staatssteunregels
Het voorstel om uitgestelde invoeding mogelijk te maken binnen de SDE werd eerder in 2025 besproken met het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Daarbij speelde ook de vraag of de constructie past binnen Europese staatssteunregels.
De Europese Commissie gaf uiteindelijk groen licht voor de regeling, maar stelde wel een belangrijke voorwaarde: de batterij mag geen afnamecapaciteit hebben voor handelsdoeleinden.
“De gedachte is dat batterijen bij negatieve elektriciteitsprijzen juist elektriciteit van het net moeten kunnen opnemen om extra vraag te creëren. Maar veel batterijen hebben nog geen afnamecapaciteit door de netcongestie problematiek. Het kan jaren duren totdat ze een contract kunnen afsluiten met de netbeheerder. In de tussentijd zouden ze dus gebruik kunnen maken van uitgestelde invoeding”, zegt Steeman.
Energie opslaan en later leveren
Het principe is volgens Steeman relatief eenvoudig. Tijdens uren met negatieve elektriciteitsprijzen blijft een zonnepark produceren, maar gaat de stroom niet direct het net op. De energie wordt opgeslagen in een batterij bij het park.
Wanneer de elektriciteitsprijzen weer positief zijn, kan de batterij de stroom alsnog aan het net leveren. Deze productie telt dan mee voor je aantal vollasturen en op basis daarvan wordt SDE uitgekeerd.
Volgens berekeningen van de sector kan het productieverlies daarmee aanzienlijk worden verminderd. “Een productieverlies van twintig procent op jaarbasis door de negatieve elektriciteitsprijzen kun je bijvoorbeeld terugbrengen naar ongeveer vijf tot tien procent.”
Ook voordelen voor het energiesysteem
Naast financiële voordelen voor projecten kan uitgestelde invoeding volgens Steeman ook bijdragen aan een efficiënter energiesysteem.
“Als een park nu moet afschakelen tijdens negatieve prijzen, gaat die groene stroom gewoon verloren", zegt hij. “Met uitgestelde invoeding sla je die energie op en kan die later worden gebruikt, bijvoorbeeld in de avond wanneer de vraag hoger is en er gascentrales aanstaan.”
“We zijn aan het bouwen aan het energiesysteem van de toekomst, waarbij opwek, verbruik en opslag slim gecombineerd moeten worden. Uitgestelde invoeding stimuleert deze slimme integratie: Batterijen kunnen helpen pieken op te vangen, de benuttingsgraad van hernieuwbare energie vergroten en fossiele centrales minder vaak te laten draaien.”
Grotere rol voor meetbedrijven
Volgens Steeman kunnen onafhankelijke meetbedrijven helpen om uitvoeringsproblemen op te lossen. “Die partijen meten nu al alle energiestromen bij een zonne- of windpark”, zegt hij. “Ze hebben een bemeteringsplan en werken volgens strikte regelgeving. De data zijn dus betrouwbaar en kan gebruikt worden om de subsidie te berekenen.”
Als projectontwikkelaars toestemming geven om die data te delen met uitvoeringsorganisatie de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en dataverwerker VertiCer, zou volgens hem een betrouwbaar systeem mogelijk moeten zijn. “Meetbedrijven hebben geen belang bij de SDE zelf en zijn streng gereguleerd. Daardoor is het risico op manipulatie zeer beperkt.”
Overleg met alle partijen
Eind maart staat een overleg gepland met alle betrokken partijen in de keten, waaronder het ministerie, netbeheerders, uitvoeringsorganisaties en sectororganisaties. Tijdens dat gesprek moet duidelijk worden of en hoe uitgestelde invoeding uitvoeringstechnisch kan worden ingevoerd.
“Technisch is er van alles mogelijk”, besluit Steeman. “De vraag is nu vooral hoe we het administratief, betrouwbaar organisatorisch goed inregelen.”






























