Bollenbedrijf zet overschot zonnestroom om in waterstof
09.03.2026 Sjoerd Rispens

Het bollenbedrijf Rainbow Colors in Andijk wil met een elektrolyser grote hoeveelheden zonnestroom die worden opgewekt om gaan zetten in waterstof. Een consortium, waar tussen de twintig en dertig partijen in zitten, werkt mee aan dit project. Het bedrijf moet uiteindelijk als groot voorbeeld dienen voor de land- en tuinbouwsector en ook het onderwijs is erbij betrokken. Wouter Veefkind, programmamanager van LTO Noord, vertelt meer over het project.
De elektrolyser, die volgens planning in het derde kwartaal van dit jaar geleverd gaat worden, heeft een vermogen van 1 megawatt en behoort daarmee tot de grootste werkende elektrolysers van dit type ter wereld. Rainbow Colors werkt in dit project hoofdzakelijk met een Deens bedrijf genaamd Dynelectro, zij leveren de elektrolyser. Ekinetix is verantwoordelijk voor de engineering. In het Fieldlab Waterstof Agri wordt de elektrolyser in de praktijk getest.
De elektrolyser van Dynelectro werkt bij hoge temperaturen van ongeveer 750 graden. Door die hoge temperaturen kan tot ruim 90 procent van de opgewekte energie door de zonnepanelen worden omgezet in waterstof. De installatie is bovendien modulair opgebouwd, waardoor uitbreiding in de toekomst eenvoudig mogelijk is.
In het Fieldlab Waterstof doet tevens Loonbedrijf Sturm-Jacobs mee die zich richt op de toepassingen van waterstof. “Zo wordt er met een elektrische trekker en een waterstofaggregaat getest of de loonwerker daarmee goed zijn werk kan doen”, vertelt Veefkind. “En deze testfase is uiteindelijk leidend voor het verdere verloop van het project. Als dit goed gaat, hebben we de katalysator voor het vervolg te pakken. Het doel is tweeledig. Het bedrijf uit Andijk wil de overtollige energie inzetten op een duurzame manier. Op de langere termijn moet het bedrijf als voorbeeld dienen voor de hele sector en hopen we dat grotere bedrijven uit de land- en tuinbouwsector de elektrolyser ook in gaan zetten. De energie kan gebruikt worden voor machines, transport of warmte.”
“Daarom hebben we de hele waterstofketen bij dit project betrokken”, gaat Veefkind verder. “Onderwijspartijen zitten ook in het consortium, want zij willen weten wat de installateur van de toekomst moet kunnen om dit te installeren. En we houden het project zo lokaal mogelijk. Een tankstation in de omgeving doet mee. En met meerdere partijen kan het proces van vergunningen ook duidelijk worden voor andere ondernemers.”
Niet blindstaren op waterstof
“Om dit te laten slagen hebben we ondernemers nodig die hun nek uit durven te steken”, zegt Veefkind. “Wild aantrekkelijk is het van tevoren nooit om in zo’n project te stappen, want je hebt geen garantie op succes. Dus wat we nu aan het doen zijn blijft pionieren. Binnen de land- en tuinbouwsector is men erg actief met verduurzamen maar loopt men tegen een vol stroomnet aan. Als de elektrolyser er is en in werking treedt willen we eerst waterstof doorleveren aan andere projecten, op kleine schaal. Hopelijk gaat de sneeuwbal dan rollen. Toyota maakt waterstofheftrucks en we hebben ook contact met afnemers, zij zijn geïnteresseerd.”
Het project kan op meer belangstelling rekenen volgens Veefkind. “We horen mensen vaak zeggen: waarom heb ik dit nog niet staan? Waar we wel voor waken is dat we met geïnteresseerden niet in de kampendiscussie van waterstof en elektriciteit willen verzanden. Het versterkt elkaar.”
Oorspronkelijk zou binnen het project ook naar de mogelijkheden met windenergie worden gekeken, maar dat is een volgende fase. “Tegelijkertijd willen we ons nog steeds niet blindstaren op waterstof”, zegt Veefkind. “Een tijdje terug was waterstof een enorme hype. Die is inmiddels wel bekoeld. Het voordeel daarvan is dat de serieuze bedrijven overblijven, want er wordt nu realistischer naar de mogelijkheden gekeken.”
Het project loopt op dit moment binnen anderhalf jaar af, dus er ligt wel enige druk op de deelnemers. “We moeten dan wel enkele doelen hebben gehaald en aan kunnen tonen dat dit werkt”, zegt Veefkind. “Maar de kans dat het project nu nog mis gaat lopen is niet heel groot. We zitten heel dicht op de markt. En boeren willen bij een terugverdientijd van bijvoorbeeld acht tot tien jaar best investeren in manieren om te verduurzamen.”





























