Dit is waarom industriële partijen om extra steunmaatregelen vragen voor hoge elektriciteitskosten
17.04.2026 Lenna van den Haak

De Nederlandse basisindustrie roept het kabinet en de Tweede Kamer op om dit jaar al met extra steunmaatregelen voor elektriciteitskosten te komen. Volgens een brede coalitie van industriële partijen, waaronder de VNCI, staat de verduurzaming van de industrie onder druk zolang Nederlandse bedrijven structureel hogere energiekosten betalen dan concurrenten in buurlanden.
Dat schrijven de organisaties in hun gezamenlijke brief voor het debat over de verduurzaming van de industrie, dat op 16 april plaatsvond.
Coalitiepartijen D66, CDA en VVD gaven in het debat aan dat zij bedrijven tegemoet willen komen in de kosten voor elektriciteit. Het geld daarvoor is klaargezet in het coalitieakkoord voor 2028 maar moet eerder worden vrijgegeven.
In totaal is 345 miljoen euro beschikbaar gesteld voor bedrijven die willen verduurzamen, maar te maken krijgen met dure stroom. "Gezien de huidige geopolitieke situatie en de gevolgen daarvan voor de industrie" oppert CDA-Kamerlid Henk Jumelet om dat geld eerder beschikbaar te stellen. VVD en D66 sloten zich bij zijn woorden aan. Ook andere partijen liepen hier warm voor.
Wat klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66) betreft zou het geld in 2027 beschikbaar kunnen komen. "Maar we moeten wel ervoor zorgen dat het geld ook zo goed en zo snel mogelijk bij de juiste partijen terechtkomt," is het voorbehoud dat ze daarbij maakt.
De inzet is helder: keer de uitgebreide Indirecte Kosten Compensatie (IKC) in 2026 uit, haal de geplande tegemoetkoming voor elektriciteitsprijzen naar voren en schaf de nationale CO₂-heffing zo snel mogelijk af. Ook pleit de industrie ervoor om bij elk nieuw beleidsvoorstel standaard een zogenoemde landentoets toe te passen, zodat Nederlandse bedrijven niet verder op achterstand worden gezet.
Elektriciteitskosten lopen uit de pas
De urgentie is groot, stelt de coalitie. Uit cijfers van E-Bridge blijkt dat grote industriële verbruikers in Nederland gemiddeld 88 euro per megawattuur betalen, tegenover 62 euro in Duitsland en 75 euro in België. Voor een bedrijf met een jaarverbruik van 1 terrawattuur betekent dat een kostenverschil van tientallen miljoenen euro’s.
Die hogere lasten raken vooral energie-intensieve sectoren zoals chemie en metaal. Tegelijkertijd krijgen bedrijven te maken met extra nationale regels bovenop Europese wetgeving, waaronder de Nederlandse CO₂-heffing. Volgens de industrie ondermijnt dat het investeringsklimaat juist op het moment dat grootschalige investeringen nodig zijn in elektrificatie, waterstof en circulaire productie.
Chemie onder zware druk
De gevolgen zijn volgens de industrie inmiddels zichtbaar. Tussen 2017 en 2023 daalde het productieniveau in vrijwel alle basisindustriële sectoren fors. Vooral de chemische industrie ziet de situatie snel verslechteren: in Europa is inmiddels 37 megaton aan jaarlijkse productiecapaciteit gesloten, waarvan 7,2 megaton in Nederland. Dit komt neer op een daling van 20 procent.
Vertraging IKC-uitbetaling baart zorgen
Extra zorg is er over het uitstel van IKC-uitbetalingen. In de Voorjaarsnota is opgenomen dat de betaling over 2025 doorschuift naar 2027 vanwege uitvoeringsproblemen bij de RVO. Volgens de industrie tast dat direct de liquiditeitspositie van bedrijven aan.
De coalitie roept het kabinet op deze vertraging niet als gegeven te accepteren en tijdelijk extra uitvoeringscapaciteit vrij te maken. “Juist nu bedrijven onder zware druk staan, is voorspelbaar en betrouwbaar overheidsbeleid cruciaal,” stellen de ondertekenaars.
Kansen genoeg, maar tempo nodig
Volgens de industrie heeft Nederland op langere termijn juist sterke papieren om duurzaam concurrerend te produceren, dankzij wind op zee, waterstofontwikkeling en hoogwaardige industriële clusters zoals Rotterdam en Chemelot. Maar om die positie vast te houden, is snelheid nodig.




























