Zo zit het met terugleverkosten na het einde van salderen

02.06.2026 Gijs de Koning

Zo zit het met terugleverkosten na het einde van salderen

Veel zonnepaneelbezitters vragen zich af wat er vanaf 2027 met hun energierekening gebeurt. De salderingsregeling stopt dan, energieleveranciers rekenen terugleverkosten en in sommige contracten blijft er nog maar weinig over voor teruggeleverde zonnestroom. Dat leidt tot verwarring: moeten huishoudens straks betalen voor hun zonnepanelen, of verdienen ze alleen minder terug?

Het korte antwoord: zonnepanelen worden niet waardeloos, maar het financiële voordeel verschuift. Vanaf 2027 wordt vooral stroom die direct in huis wordt gebruikt belangrijk. Teruggeleverde stroom levert nog wel een vergoeding op, maar die is veel lager dan het voordeel dat consumenten nu via salderen krijgen.

Nieuwe vergelijkingstool

Sommige consumenten vragen zich af of zij hun zonnepanelen beter kunnen uitzetten of zelfs van het dak kunnen halen. Volgens Energievergelijk.nl is dat in de meeste gevallen financieel ongunstig, omdat huishoudens dan ook het voordeel van zelf gebruikte zonnestroom verliezen.

Om dit te illustreren heeft energievergelijk.nl een tool gelanceerd waarmee consumenten hun energiekosten met en zonder zonnepanelen kunnen vergelijken. Deze komt als update op een eerdere tool waarmee zonnepanelenbezitters kunnen vergelijken wat het einde van de salderingsregeling doet met de energiekosten.

Betalen of minder verdienen?

Energie-expert Dennis van der Meij wijst in een LinkedIn-post op dezelfde verwarring over de terugleverkosten en de terugleververgoeding. “Het eerlijke verhaal is dat door afschaffing saldering het enorme voordeel wegvalt en je dus MINDER VERDIEND aan je zon overschot of teruglevering. Dat is heel wat anders dan: JE MOET BETALEN!”, schrijft hij.

Tot en met 31 december 2026 mogen huishoudens en kleine bedrijven hun teruggeleverde zonnestroom nog wegstrepen tegen stroom die zij op een ander moment afnemen (salderen). Vanaf 1 januari 2027 stopt die regeling. Zonnepaneelbezitters mogen teruggeleverde stroom dan niet langer verrekenen met hun eigen verbruik.

Wel blijven zij een vergoeding krijgen voor stroom die zij aan het net leveren. Tot 2030 moet die vergoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Dat is de stroomprijs zonder belastingen. Energieleveranciers mogen daarnaast terugleverkosten rekenen, maar volgens de Rijksoverheid mogen dat alleen kosten zijn die leveranciers maken om de teruggeleverde stroom te verwerken. De ACM houdt daarop toezicht.

Wat zijn terugleverkosten?

Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers rekenen aan klanten met zonnepanelen. Leveranciers voeren daarvoor aan dat teruggeleverde zonnestroom kosten veroorzaakt, vooral op zonnige momenten waarop veel huishoudens tegelijk stroom terugleveren en de marktprijs laag of negatief kan zijn.

Die kosten moeten worden onderscheiden van de terugleververgoeding. Een zonnepaneelbezitter kan dus tegelijk een vergoeding krijgen voor teruggeleverde stroom en kosten betalen voor het terugleveren daarvan. Het saldo bepaalt wat een teruggeleverde kilowattuur netto oplevert.

Daar gaat het vaak mis in de discussie. “Terugleverkosten betalen” betekent niet automatisch dat zonnepanelen geld kosten. Het kan ook betekenen dat de vergoeding voor teruggeleverde stroom lager wordt of dat er netto nog maar weinig overblijft.

Wat is de netto terugleververgoeding?

De netto terugleververgoeding is het bedrag dat overblijft nadat de terugleverkosten zijn afgetrokken van de terugleververgoeding. Energievergelijk.nl zet dat als volgt uiteen: vanaf 2027 betalen zonnepaneelbezitters terugleverkosten, ontvangen zij een terugleververgoeding en bepaalt het verschil tussen die twee de netto vergoeding per kilowattuur.

Die verschillen zijn groot. In het overzicht van Energievergelijk.nl met vaste contracten kwam Budget Thuis op peildatum 13 mei 2026 uit op een netto vergoeding van 2,50 cent per kilowattuur. Bij Eneco, Oxxio, Engie en UnitedConsumers lag de netto vergoeding lager. Bij sommige leveranciers kan de netto vergoeding zelfs negatief zijn.

Door die netto negatieve terugleverkosten ontstaat er verwarring. In 2026 hebben deze namelijk minder effect op de energierekening. Bij een netto negatieve terugleververgoeding moet er namelijk alleen betaald worden over het stukje zonnestroom dat over een heel jaar meer is teruggeleverd dan afgenomen. Dit is dus na het salderen.

Omdat de salderingsregeling in 2027 komt te vervallen zal een netto negatieve terugleververgoeding veel meer impact hebben op de energierekening omdat elke kilowattuur die aan het net wordt geleverd negatief kan worden beprijsd.

Echter, volgens de laatste rondgang van energievergelijk.nl is de netto terugleververgoeding vanaf 2027 bij slechts één energieleverancier negatief. Dat maakt contractkeuze belangrijker dan onder de salderingsregeling.

Waarom blijft eigen verbruik belangrijk?

Vanaf 2027 wordt vooral direct eigen verbruik belangrijk. Stroom die een huishouden meteen gebruikt, hoeft niet te worden ingekocht bij de energieleverancier. Over die stroom worden ook geen terugleverkosten gerekend.

In de rekentool van Energievergelijk.nl wordt dat zichtbaar. Een huishouden met 12 zonnepanelen wekt in het voorbeeld 4.200 kilowattuur per jaar op. Daarvan wordt 1.400 kilowattuur direct zelf gebruikt en 2.800 kilowattuur teruggeleverd. In dat voorbeeld levert het directe eigen verbruik 368 euro op en de teruglevering 70 euro, samen 438 euro per jaar.

Die uitkomst is geen algemene belofte. De werkelijke opbrengst hangt af van de opwek, het stroomverbruik, het aandeel direct eigen verbruik, het contract en de netto terugleververgoeding. Maar de tool laat wel zien waarom zonnepanelen na 2027 niet alleen moeten worden beoordeeld op teruglevering.

Moet je zonnepanelen uitzetten?

Bij een vast of variabel contract is zonnepanelen uitzetten meestal ongunstig, omdat ook het voordeel van direct eigen verbruik verloren gaat. Bij een dynamisch contract ligt dat genuanceerder. Op uren met negatieve stroomprijzen kan terugleveren ongunstig zijn, waardoor tijdelijk afschakelen of zero-export interessant kan zijn. Energievergelijk.nl wijst erop dat dit vooral afhangt van het contract en de prijs op dat moment.

Voor de meeste huishoudens is het dus logischer om het eigen verbruik te verhogen dan om panelen uit te zetten. Denk aan het overdag gebruiken van de laadpaal of warmtepomp. Ook slimme aansturing van omvormers en energiemanagementsystemen kan belangrijker worden.

Is een thuisbatterij de oplossing?

Een thuisbatterij kan helpen om meer zonnestroom zelf te gebruiken, maar is geen automatische oplossing voor het einde van salderen. De financiële uitkomst hangt af van de aanschafprijs, capaciteit, aansturing, laadverliezen, levensduur en het energiecontract.

Voor sommige huishoudens kan een batterij interessant zijn in combinatie met een elektrische auto, warmtepomp of dynamisch contract. Voor andere huishoudens kan het verschuiven van verbruik naar zonnige uren goedkoper en eenvoudiger zijn. De afschaffing van salderen maakt batterijen relevanter, maar niet per definitie rendabel.

Wat betekent dit voor de solarsector?

Voor installateurs en leveranciers verandert het verkoopgesprek. De oude rekensom, waarin teruggeleverde zonnestroom via salderen bijna dezelfde waarde had als afgenomen stroom, verdwijnt. Na 2027 draait het sterker om verbruiksprofielen, eigen verbruik, contractkeuze en slimme sturing.

Dat maakt duidelijke uitleg belangrijker. Zonnepanelen blijven waarde hebben, maar de opbrengst wordt minder vanzelfsprekend en sterker afhankelijk van gedrag en contractvoorwaarden. De sector zal daarom voorzichtiger moeten zijn met simpele terugverdientijdberekeningen en meer moeten laten zien hoe een systeem in de praktijk wordt gebruikt.

Minder voordeel is niet hetzelfde als betalen

Het einde van salderen betekent dat het grote financiële voordeel van terugleveren verdwijnt. Dat is voor veel zonnepaneelbezitters een tegenvaller. Maar het betekent niet automatisch dat zonnepanelen vanaf 2027 geld kosten.

De kern is dat teruglevering minder oplevert, terwijl direct eigen verbruik belangrijker wordt. Wie wil weten wat zonnepanelen na 2027 nog waard zijn, moet daarom niet alleen kijken naar terugleverkosten, maar naar de hele rekensom: opwek, zelfverbruik, terugleververgoeding, terugleverkosten en energiecontract.