SDE++ reservepot is waarschijnlijk leeg in 2029

13.02.2026 Evelien Schreurs

SDE++ reservepot is waarschijnlijk leeg in 2029

Door toegenomen SDE++-uitgaven moet het ‘reservepotje’ van het ministerie worden aangesproken. Kijkend naar de verwachte SDE++-uitgaven zal het reserve in 2029 op zijn. Hoe tegenvallers zonder de reservepot moeten worden opgevangen, is nog niet duidelijk.

In een Kamerbrief beantwoordt Sophie Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei, vragen over de begroting voor het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Daarin komt ook de SDE++ aan bod. De reservepot, die onder andere bedoeld is om tegenvallers in de SDE++-uitgaven op te vangen, wordt volgens die begroting de komende jaren leeggemaakt.

In de Kamerbrief zijn de verwachte SDE++-uitgaven van de rondes van 2025 en 2026 te zien. Daarin is te zien dat de totale verwachte kasuitgaven voor de SDE-ronde van 2025 zullen oplopen tot ruim 5 miljard euro in de jaren tot 2048. Voor de SDE-ronde van 2026 tellen de totale uitgaven tot en met 2048 op tot bijna 3,8 miljard euro. De verwachte uitgaven zouden ook betekenen dat de reservepot in 2029 al op is, vertelt Hermans. 

“De begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie is bedoeld om tegenvallers in de SDE-uitgaven op te vangen. Op dit moment is de verwachting dat de reserve in 2029 volledig is uitgeput. Wanneer er geen reserve is, dan moeten tegenvallers op een andere manier worden opgevangen.”

Het geld in het reservepotje is afkomstig van SDE++-projecten die vertraging oplopen of niet doorgaan.

Onrendabele top groter geworden

In een eerdere toelichting op de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei zei Hermans al dat er meer SDE++ uitbetaald moest worden dan oorspronkelijk was verwacht. Dat heeft te maken met energieprijzen die lager uitvielen, waardoor de onrendabele top van duurzame energieproductie groter is geworden. Dat zou een extra van 2,25 miljard aan SDE++ subsidie betekenen. Dat wordt gefinancierd uit het ‘begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie.’

Eind 2024 zat er nog zo’n 5,4 miljard euro in de reservepot. In 2025 is er ruim 2,7 miljard euro uit de pot gehaald, legde Hermans uit in een toelichting op de begroting. “Deze onttrekking is noodzakelijk om de hogere kasuitgaven als gevolg van gedaalde energieprijzen te faciliteren.” Naar verwachting zal er in 2026 ruim 1 miljard euro uit het reserve worden gehaald ‘ter dekking van hogere uitgaven binnen het SDE-domein’.

Onlangs maakte het nieuwe Kabinet in het Colaitieakkoord bekend de SDE++ voort te zetten. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is erg tevreden met dit plan. “Dit werkpaard van de energietransitie is onmisbaar. Per ronde kan er maar liefst één procent van de in Nederland gebruikte energie structureel vergroend worden. Dit maakt ons land duurzamer en minder afhankelijk van fossiele import uit het buitenland.”

Verder benadrukt Hermans, in haar antwoorden op vragen over de klimaat- en energiebegroting, het belang van de SDE++. “De SDE++ is de grootste regeling voor duurzame energieproductie en CO2- reductie en is daarmee cruciaal voor het behalen van de klimaat- en energiedoelstellingen. De SDE++ stimuleert verschillende technieken die bijdragen aan de verduurzaming van de industrie en de elektriciteitssector. Zonder de SDE++ kan de verduurzaming in deze sectoren vertragen of stil komen te vallen.”

Onderdeel van de SDE++ is het begrotingsreserve, dat naar waarschijnlijkheid binnen enkele jaren op zal raken. Hoe er in die situatie wordt omgegaan met tegenvallers binnen de SDE++ is nog onduidelijk.

Ondertussen wordt ook gekeken naar aanpassingen van de SDE++, in het zogeheten toekomst van de SDE++-traject. Zo wordt er bijvoorbeeld overwogen om binnen de subsidie te corrigeren voor veranderingen in nettarieven. Volgens Hermans zullen aanpassingen aan de SDE++ waarschijnlijk geen invloed hebben op de SDE+-ronde van 2026. Ook verwacht Hermans dat de resultaten van het traject geen significante impact zullen hebben op de kasuitgaven van de SDE++.