Cultuursector wil uitstoot en afval drastisch terugdringen

18.05.2026 Sjoerd Rispens

Cultuursector wil uitstoot en afval drastisch terugdringen

Om de energietransitie te laten slagen moet iedereen haar steentje bijdragen. Een sector die tot nog toe niet klimaatneutraal of circulair is, is de cultuursector. De Raad van Cultuur riep in 2023 echter al op om hier verandering in aan te brengen, wat duidelijk aangeeft dat de bereidwilligheid er wel degelijk is. Samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is er nu een routekaart gemaakt die beschrijft hoe de culturele en creatieve sector gebouwen, mobiliteit, bedrijfsvoering en materiaalgebruik wil verduurzamen. 

Het concrete doel dat de Routekaart opvoert is dat de CO2-uitstoot van de sector in 2050 zoveel mogelijk verminderd moet zijn. Dit is in lijn met het landelijke Klimaatakkoord uit 2019 dat stelt dat Nederland in 2050 volledig klimaatneutraal moet zijn. De RVO steunt de culturele sector en houdt ook de voortgang bij. Kunsten ’92 is de belangenorganisatie voor de culturele en creatieve sector. Zij zijn gestart met het ‘Programma Duurzame Cultuursector’ om de sectoren te helpen bij de uitvoering van de routekaart. Samenwerkende partijen hebben op hun beurt weer hun eigen routekaart gemaakt met te nemen maatregelen.

De routekaart moet dus als handvat dienen om te verduurzamen, met speciale aandacht voor instellingen die wel willen, maar door beperkte middelen of het ontbreken van gegevens niet mee kunnen komen. De routekaart biedt hen kennis, samenwerking en een duidelijk overzicht.

De routekaart zelf is opgedeeld in drie fasen. In de eerste fase, die ongeveer tot 2030 moet duren, moet er gebouwd worden aan de basis en wordt er gewerkt aan de tussendoelstellingen. In 2030 sluiten de doelen aan bij de landelijke klimaatambitie van 55 procent minder CO₂-uitstoot en 50 procent minder grondstoffengebruik. In de tweede fase, die tot 2040 duurt, wordt gemikt op 75 procent minder CO₂-uitstoot. In de laatste fase, die ook weer tien jaar duurt waarmee we in 2050 aankomen, moet de culturele en creatieve sector klimaatneutraal zijn en vrijwel zonder afval functioneren.

Monitor voor CO2-impact

Voor de komende jaren zijn tussendoelstellingen geformuleerd, die bestaan uit maatregelen die genomen moeten worden. De maatregelen voor 2030 zijn nu uitgewerkt. Op het gebied van het verduurzamen van gebouwen is de tussendoelstelling dat elke culturele instelling inzicht heeft in het energieverbruik en het verduurzamingspotentieel van het gebouw. Daarnaast heeft iedere organisatie tenminste een energiebesparende maatregel uitgevoerd of hier een concreet plan voor gemaakt.

Voor de solarsector is vooral de gebouwopgave relevant. Veel culturele instellingen gebruiken gebouwen met een grote dakoppervlakte, zoals musea, theaters, poppodia, bibliotheken en gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. De routekaart noemt zonnepanelen niet als aparte maatregel, maar de verplichting om energiegebruik en verduurzamingspotentieel in kaart te brengen kan wel leiden tot meer aandacht voor eigen opwek, energiemanagement en opslag. Ook de geplande elektrificatie van logistiek vervoer kan de vraag naar laadinfrastructuur bij culturele locaties en evenementen vergroten. Daarmee raakt de routekaart aan dezelfde vragen waar de solarsector al langer mee te maken heeft: hoe verduurzaam je gebouwen, hoe benut je lokaal opgewekte stroom beter en hoe voorkom je dat extra elektriciteitsvraag de netbelasting vergroot?

Samenwerking met de gemeenten is onmisbaar om de verduurzaming te laten slagen, omdat veel activiteiten van de culturele sector binnen gebouwen plaatsvindt. Deze gebouwen zijn vaak eigendom van gemeenten. De Nederlandse Vereniging van Gemeenten is daarom een belangrijke partner binnen dit project en zij hebben zelf een routekaart gemaakt met de te nemen stappen.

Om de bedrijfsvoering te verduurzamen zijn de volgende acties voorgesteld: elk jaar moet er een groeiend aantal organisaties deelnemen aan een sectorbrede monitor over de CO2-impact van de bedrijfsvoering. Daarnaast moeten alle culturele instellingen duurzaamheidsdoelen en plannen verankerd hebben in hun meerjarenbeleidsplan.

Dit laatste ontbreekt nog bij veel instellingen. Door dit wel te doen kan duurzaamheid door de hele organisatie worden gedragen. “Actieve betrokkenheid van medewerkers maakt dat verschil. De routekaart ondersteunt dit proces door kennis te delen en koplopers zichtbaar te maken”, aldus de schrijvers van de routekaart.

Vaker thuiswerken

In 2050, zo staat er in de routekaart, worden alle culturele producten circulair geproduceerd en worden ze hergebruikt of verwerkt tot nieuwe grondstoffen zodra ze afval dreigen te worden. De tussendoelstellingen voor de komende jaren zijn: iedere instelling heeft een afvalstrategie. De schadelijkste single-use materialen zijn vervangen en meer organisaties zijn aangesloten bij een platform om materialen aan te bieden of op te vragen.

De schrijvers geven aan dat er op dit moment nog weinig inzicht is in het materiaalgebruik en de afvalstromen van de sector, omdat daar nu geen wettelijke verplichting voor is. Dat inzicht wil de sector vergroten.

De opstellers kijken ook naar mobiliteit. Het doel daarvoor is dat in 2050 alle bezoekers en vervoersstromen in de sector volledig ­emissieloos zijn. De tussendoelstellingen voor 2030 zijn als volgt: de vervoersbewegingen van de bezoekers en het personeel zijn met vragenlijsten en rapportages in kaart gebracht. De organisaties hebben dan ook de groene mobiliteitsafspraken in de cao opgenomen. Bezoekers krijgen verder betere mogelijkheden om duurzaam naar locaties te reizen. En een groter deel van het logistieke vervoer van materialen moet met elektrische voertuigen plaatsvinden.

“Op het gebied van vervoer moet er concreet worden gedacht aan vaker thuiswerken, meer fietsen, het combineren van reizen, maar ook aan andere manieren van produceren. Daarnaast werken we sectorbreed aan een betere monitoring van de vervoersbewegingen van bezoekers en van het eigen vervoer.”