Decentrale aanpak kan de kosten voor het elektriciteitsnet op grote schaal drukken

17.04.2026 Sjoerd Rispens

Decentrale aanpak kan de kosten voor het elektriciteitsnet op grote schaal drukken

Als er goed wordt gestuurd op zogeheten decentrale ontwikkelingen kan dat Nederland 4,5 tot 24,5 miljard euro aan investeringen voor het net schelen. Een groot deel van de besparing, 2,5 tot 13 miljard euro, komt door de effecten van decentrale ontwikkelingen op de hogere netvlakken. Dat blijkt uit een brief die Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei, aan de Kamer heeft geschreven.

In de brief wordt niet gebruikgemaakt van één definitie van decentrale ontwikkelingen, omdat het energiesysteem uit een groot geheel bestaat van onder meer bronnen en infrastructuur. Het streven is om deze ontwikkelingen gebiedsgericht vorm te geven, waarbij lokale opwek, opslag en verbruik van energie zoveel mogelijk bij elkaar komen, zowel in tijd als in ruimte. Daarmee dragen decentrale ontwikkelingen bij aan een betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar energiesysteem.

TNO heeft al eerder onderzoek gedaan naar de potentie van decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem en welke besparingen er gedaan kunnen worden op het elektriciteitsnet. “Als decentrale ontwikkelingen op de juiste manier worden ingezet, hoeft er minder energie getransporteerd te worden, ook op momenten van piekbelasting. Op die manier kan er bespaard worden op de verzwaring van het elektriciteitsnet”, aldus de onderzoekers. TNO schat in dit onderzoek in dat er ruim 24,5 miljard euro kan worden bespaard.

Het rapport geeft aan dat veel beleid al in gang is gezet en meerdere partijen al actief zijn met decentrale ontwikkelingen, maar dat meer mogelijk en nodig is. Om het potentieel van decentraal te verzilveren, doet het rapport aanbevelingen voor een aantal aanvullende maatregelen. Het rapport geeft hiermee belangrijke handvatten voor de versterking van de decentrale ontwikkeling van het energiesysteem om aan de slag te gaan met de nodige acties.

Potentieel van 600 en 50 gigawatt

Van Veldhoven haalt in haar brief ook een ander onderzoek aan, uitgevoerd door CE Delft en Generation Energy. Daarin wordt onderzocht welke rol zon- en windenergie op land en in de nationale energiemix richting 2040 kunnen spelen en welke keuzes hiervoor nodig zijn.

“Uit de analyse blijkt dat hernieuwbare energie op land ook in 2040 van grote waarde is én dat de potentie zeer groot is”, schrijft Van Veldhoven. “Het onderzoek laat zien dat het pure theoretisch potentieel voor zon- en windenergie respectievelijk 600 gigawatt en 50 gigawatt is. Uit de uitgevoerde scenariostudies blijkt dat er 8 tot 15 gigawatt wind op land en 57 tot 127 gigawatt zon-PV nodig is in 2040, gebaseerd op de verwachte vraagontwikkeling, voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.”

Van Veldhoven geeft in de brief aan dat er nieuwe richtlijnen komen voor de opwek met zon- en wind op land die onderdeel zullen zijn van de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). “Het perspectief wordt verbreed ten opzichte van de huidige RES-doelstelling. Hierbij kijk ik niet alleen naar de kosten, maar ook naar het sociaal-maatschappelijk en ruimtelijk perspectief. Deze nieuwe ambitie wil ik laten landen in de te maken eerdergenoemde energieafspraken met medeoverheden. Uiteraard betrek ik in dit proces ook de sector en maatschappelijke organisaties. Ik zal de kamer begin 2027 over de voortgang van de energieafspraken informeren.”