Europese stroommarkt kantelt: wind en zon groter dan fossiel, batterijen winnen terrein
29.01.2026 Gijs de Koning

In 2025 is de opwek van elektriciteit in Europa door wind- en zonne-energie voor het eerst groter dan uit fossiele brandstoffen, zo blijkt uit de jaarlijkse elektriciteitsreview van onderzoeksplatform Ember. Energie uit wind en zon bedroeg 30 procent van de totale opwek, tegenover 19 procent uit fossiele brandstoffen.
Zonne-energie op zichzelf was goed voor 13 procent van de Europese elektriciteitsproductie. Daarmee is deze duurzame bron voor het vierde jaar op een rij met meer dan 20 procent gegroeid in aandeel. In Nederland was zonne-energie zelfs goed voor meer dan 20 procent van het totale energieverbruik. Dit was ook het geval in vier andere Europese landen: Spanje, Cyprus, Griekenland en Hongarije.
Zonne-energie was in 2025 verantwoordelijk voor de grootste groei. De opwek van elektriciteit uit zonne-energie steeg van 307 terawattuur naar 369 terawattuur, een toename van 62 terawattuur. Door slechte weersomstandigheden daalde de opwek uit hydro-installaties en wind juist met 43 terawattuur en 12 terawattuur respectievelijk.
Gas blijft prijsbepalend
Hoewel gas zijn structurele rol verliest, blijft het in 2025 wel de prijszetter op de elektriciteitsmarkt. De gasproductie steeg met 8 procent ten opzichte van 2024, vooral tijdens de ochtend- en avonduren. Dat leidde tot forse prijspieken. In 21 EU-landen lagen de groothandelsprijzen hoger dan een jaar eerder.
De Europese gasrekening voor elektriciteitsproductie liep op tot 32 miljard euro, een stijging van 16 procent ten opzichte van 2024. Daarmee wordt opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar het energiesysteem blijft zolang gas nodig is om flexibiliteit te leveren.
Investeren in batterijen steeds gunstiger
In vergelijking met duurzame energiebronnen is elektriciteit uit gas duur. In heel Europa worden nog steeds pieken in energievraag opgevangen door gas, wat de gemiddelde energieprijs opdrijft. Mede daarom stijgt volgens Ember de populariteit van batterijopslag. Batterijen kunnen een oplossing bieden voor de dure pieken in elektriciteitsvraag
Daarnaast wordt de businesscase voor batterijen steeds gunstiger. “Een gemiddelde jaarlijkse daling van 20 procent in batterijkosten in het afgelopen decennium, gecombineerd met grote en steeds verder toenemende intraday-prijsverschillen, maakte investeren in batterijopslag in 2025 financieel aantrekkelijker dan ooit”, stellen de onderzoekers van Ember.
Duitsland en Italië als koploper
Duitsland en Italië zijn samen goed voor de helft van de totale batterijcapaciteit in Europa. Ember trekt een vergelijking tussen Italië en Californië. Californië had namelijk vier jaar geleden ongeveer dezelfde batterijcapaciteit als Italië nu heeft: 2 gigawatt aan grootschalig opslag. De afgelopen vier jaar is dit in Californië uitgegroeid tot 13 gigawatt. De batterijcapaciteit is in de Amerikaanse staat goed voor 22 procent van het vermogen gedurende de piekvraag. Volgens Ember zijn in Italië de omstandigheden aanwezig om een vergelijkbare groei door te maken.
Daarnaast kan batterij-opslag een belangrijke bijdrage leveren in het vermijden van afschakeling van zonne- en windparken. Door de snelle groei in aanbod aan duurzame energie moeten soms bronnen worden afgeschakeld als deze niet op dat moment terecht kunnen bij een afnemer, of als het elektriciteitsnet het aanbod niet aankan. Batterijen kunnen deze goedkope, soms zelf negatief geprijsde, energie opslaan en later verkopen tegen gunstigere prijzen. In Duitsland werd bijvoorbeeld 3,1 procent van de opwerk uit zonne-energie afgeschakeld.
Beleidsaanbevelingen
Om ervoor te zorgen dat landen de juiste kaders hebben voor het implementeren van flexibiliteit stelt Ember voor om barrières voor batterijen te verwijderen. Dit kan door “vereenvoudigde vergunningverlening voor co-locatie, het afschaffen van dubbele netheffingen en duidelijke regels en technische standaarden”, schrijft Ember. Ook vergoedingen voor het aanbieden van flexibiliteit door consumenten kunnen een noodzakelijke bijdrage leveren.
Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard, niet alleen op nationaal niveau maar ook internationale hoogspanningskabels zullen moeten worden aangepakt. Ember roept op aan landen om hierbij samen te werken. Op deze manier kan het elektriciteitsnet niet alleen weerbaarder maar ook veiliger worden gemaakt.
Tot slot stelt Ember dat er duidelijke elektrificatierichtlijnen moeten komen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlagen. Daarbij moet elektrificatie slim worden vormgegeven, bijvoorbeeld door investeringen in warmtepompen actief te stimuleren.




















