Zonnepanelen blijven besparen na salderen, maar eigen verbruik wordt bepalender
08.05.2026 Gijs de Koning

Huishoudens met zonnepanelen gaan vanaf 2027 gemiddeld minder besparen, maar de financiële waarde van zonnepanelen verdwijnt niet. Dat blijkt uit een analyse van Jeroen Bakker van jeroen.nl, die kwartierdata van 1.365 huishoudens onderzocht. Volgens zijn berekening daalt de gemiddelde jaarlijkse besparing door zonnepanelen van ongeveer 1.596 euro met saldering naar ongeveer 831 euro zonder saldering. Het verschil komt daarmee uit op gemiddeld 765 euro per jaar.
Dat is een stevige terugval, maar ook een belangrijke nuance in het debat over zonnepanelen. De afschaffing van de salderingsregeling betekent niet dat zonnestroom op het dak geen waarde meer heeft. De stroom die een huishouden direct zelf gebruikt, hoeft nog steeds niet te worden ingekocht bij de energieleverancier. Juist dat deel van de opbrengst wordt na 2027 belangrijker.
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Vanaf dat moment kunnen eigenaren van zonnepanelen hun teruggeleverde stroom niet meer één-op-één wegstrepen tegen hun verbruik. Zij krijgen nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom. Tot 2030 moet die vergoeding volgens de Rijksoverheid minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen.
Daarbij blijft de uiteindelijke opbrengst per huishouden afhankelijk van het energiecontract, omdat leveranciers ook terugleverkosten kunnen rekenen. De ACM concludeerde eind vorig jaar dat de onderzochte terugleverkosten niet onredelijk zijn en door leveranciers kunnen worden onderbouwd, maar waarschuwde tegelijk dat contracten hierdoor moeilijker te vergelijken zijn. Dat maakt direct eigen verbruik van zonnestroom nog belangrijker, zonder dat daarmee de waarde van zonnepanelen verdwijnt.
Minder voordeel, niet geen voordeel
Bakker rekent in zijn onderzoek met echte kwartierdata over een volledig jaar. Daardoor wordt zichtbaar wanneer huishoudens stroom afnemen, wanneer zonnepanelen opwekken en hoeveel stroom terug het net op gaat. Dat is relevant, omdat het einde van salderen vooral huishoudens raakt die veel zonnestroom terugleveren.
Wie jaarlijks tot 2.000 kilowattuur teruglevert, gaat volgens het onderzoek gemiddeld 276 euro per jaar minder besparen. Bij huishoudens die 2.000 tot 4.000 kilowattuur terugleveren, loopt het verschil op tot gemiddeld 637 euro per jaar. In de groep met 4.000 tot 6.000 kilowattuur teruglevering gaat het volgens Bakker om bijna 1.000 euro per jaar. Bij zeer grote terugleveraars, boven 10.000 kilowattuur per jaar, kan het verlies aan besparing oplopen tot ruim 2.000 euro per jaar.
Zonnepanelen blijven rendabel
In alle door Bakker onderzochte groepen blijven zonnepanelen rendabel. In het gemiddelde scenario bespaart een huishouden zonder saldering nog altijd ruim 800 euro per jaar ten opzichte van een huishouden zonder zonnepanelen. Bij huishoudens met relatief weinig teruglevering blijft de besparing volgens Bakker gemiddeld 841 euro per jaar. Zelfs in de zwaarst getroffen groep blijft volgens zijn analyse nog een forse jaarlijkse besparing over.
De uitkomst onderstreept vooral dat de rekensom verandert. Tot en met 2026 ligt de nadruk op de totale jaaropbrengst van zonnepanelen. Vanaf 2027 wordt het moment van verbruik belangrijker. Stroom die overdag direct wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een warmtepomp, vaatwasser, wasmachine, boiler of elektrische auto levert meer op dan stroom die eerst wordt teruggeleverd.
Zelfverbruik ligt hoger dan vaak aangenomen
Opvallend is dat Bakker een gemiddelde zelfconsumptie van 39,3 procent vindt. Dat betekent dat huishoudens in zijn dataset bijna vier op de tien opgewekte kilowatturen direct zelf gebruiken. Dat percentage ligt hoger dan de 30 procent waar vaak vanuit wordt gegaan voor huishoudens met zonnepanelen.
Die afwijking is relevant voor installateurs, leveranciers en consumentenvoorlichting. Als huishoudens gemiddeld al meer zonnestroom zelf gebruiken dan eerder vaak werd aangenomen, valt de uitgangspositie na salderen iets minder ongunstig uit. Tegelijkertijd blijft er veel ruimte om het eigen verbruik verder te verhogen.
Daarbij noemt Bakker gedragsaanpassing als eerste stap. Apparaten overdag laten draaien, slim laden van een elektrische auto of warm tapwater maken op zonnige uren kan de teruglevering beperken. Dat soort maatregelen vraagt geen grote investering, maar wel inzicht in het eigen verbruiksprofiel.
Kleine thuisbatterij vaak genoeg
De bekendste conclusie uit het onderzoek gaat over thuisbatterijen. Volgens Bakker is een batterij van 3 tot 7 kilowattuur voor de meeste huishoudens voldoende om het eigen verbruik duidelijk te verhogen. In zijn simulatie stijgt de zelfconsumptie met een batterij van 5 kilowattuur naar 58 procent, met een thuisbatterij van 7 kilowattuur is niet 61,2 procent en een batterij van 15 kilowattuur komt gemiddeld uit op 66 procent. Hiermee nemen ook de opbrengsten van de batterij per geïnvesteerde euro af.
Het onderzoek stelt dat consumenten niet automatisch gebaat zijn bij een zo groot mogelijke batterij, maar bij een systeem dat past bij hun opwek, verbruik en teruglevering.
Wel plaatst Bakker zelf een duidelijke kanttekening bij zijn onderzoek. De data is afkomstig van gebruikers die zelf hun gegevens hebben geüpload via jeroen.nl en vormt dus geen aselecte steekproef van alle Nederlandse huishoudens met zonnepanelen. Ook zijn de batterijsimulaties theoretisch en gebaseerd op aannames over efficiëntie en tarieven.
“Ik heb begin dit jaar de stroomanalyse gepresenteerd, gratis voor consumenten, waarmee ze op basis van echte stroomdata mooie inzichten krijgen. Deze berg aan data is eigenlijk prachtig en geeft fantastische inzichten waar je natuurlijk iets mee kunt doen”, ligt Bakker toe. “Ik wil mensen graag helpen zonder commerciële bijbedoeling of verkoopdrang. Ik ben onafhankelijk en wil dat zo lang mogelijk blijven.”
Voor de sector is de belangrijkste boodschap daarom niet dat ieder huishouden direct een thuisbatterij nodig heeft. De boodschap is dat zonnepanelen ook na 2027 financieel relevant blijven, maar dat de waarde verschuift van maximaal terugleveren naar slimmer zelf gebruiken.





























